Werf Gusto Schiedam 1905-1978


Toen August Smulders (A.F.)  in 1901 het oog liet vallen op een stuk ‘waardeloze uiterwaard’ in het stadsdeel Nieuw Mathenesse aan de Schiedamse kant dat grensde aan de Maas, kon hij op dat moment nog niet bevroeden daar binnen een tiental jaren een zeer goed lopende en voor eenieder goed verdienende scheepswerf op te bouwen. Smulders, ooit begonnen met een klein bedrijf in den Bosch in 1862, had al wel bewezen een uitstekend ‘bedenker’ te zijn van hoe je producten kunt verbeteren en aan de man kunt brengen. Buiten dat was hij ook een zakenman met een goede neus voor zakelijke mogelijkheden, getuige de ontwikkeling die het bedrijf doormaakte na verhuisd te zijn naar Utrecht in 1872 en de aankoop van het ketelbedrijfRenson & Co’ in Grâce-Berleur nabij Luik (B) in 1893. Zijn werf in Slikkerveer, aangekocht in 1894, kon de expansieve groei niet aan. Vandaar de zoektocht naar iets groters in 1901.

De in Schiedam opgezette en in 1905 geopende scheepswerf Werf Gusto ontwikkelde zich in de jaren na 1930 met ups & downs tot absolute smaakmaker binnen de specialistische scheepsbouw. Werf Gusto brak telkens weer records met op maat gemaakte baggermaterialen, bruggenbouw, staalconstructies, hoogovens, drijvende kranen, speciale bokken en schepen binnen Nederland en ver daarbuiten. Eind 50-er begin 60-er jaren van de vorige eeuw begon de werf Offshore projecten te bouwen, zoals zelfheffende booreilanden voor grote oliemaatschappijen. De vondst van aardolie in de Noordzee en de stijgende vraag daardoor naar Offshore producten speelde Werf Gusto in de kaart. Werf Gusto was er klaar voor!

Werf Gusto had in 1943 met vijf collega-werven de IHC (Industriële Handels Combinatie) opgericht. De IHC moest na WO II slagvaardig te werk gaan bij het het binnenhalen van orders. In het midden van de 60-er jaren traden vijf van deze werven definitief toe tot de IHC Holland NV en werd het nieuwe moederbedrijf ingedeeld in divisies. Werf Gusto concentreerde zich volledig op Offshore en stootte daarbij al haar andere kerntaken af. Zo werd Werf Gusto het eerste grote Offshorebedrijf (als aparte divisie van IHC Holland NV) binnen Nederland en Europa met gedurfde en grensverleggende projecten, zoals de eerste grote Offshore kranen, hefeilanden, pijpenleggers, boorschepen, olie-opslagboeien. Het voorzag duizende gezinnen dagelijks van ‘brood op de plank’.

De werf werd in korte tijd nationaal en internationaal een begrip, zozeer zelfs, dat kort voor de sluiting in 1978 de werf nog een internationale innovatieprijs in de wacht sleepte. De werf, die in haar bijna 75-jarig bestaan in Schiedam menige crisis overleefde door haar productenpakket tijdig uit te breiden, of in te krimpen, vond begin zeventiger jaren haar Waterloo, veroorzaakt door verschillende omstandigheden buiten haar invloedssfeer.

foto: Dirk H. Allewelt
Het enige wat anno 2017 nog rest zijn betonnen constructies van de oude afgedekte hellingen. Een tweetal ijzeren constructies staan nog in het water om scheepvaart te attenderen op de betonen constructies die nog doorlopen in de Maas.

Toen in juli 1978 het laatste schip van de helling liep in Schiedam, betekende dat meteen het definitieve einde van de scheepswerf. Schiedam was perplex over het sluiten van de werf. Eind 1978 begon een ‘steekspel’ rond de lege gebouwen. Menigeen, waaronder het Rijk, wilde de monumentale gebouwen behouden voor het nageslacht. De toenmalige minister van CRM had alle gebouwen, vooruitlopend op een definitieve beslissing, op een voorlopige monumentenlijst gezet. 

Schiedam wilde niet en IHC Holland NV wilde ook niet, dus ging in 1980 alles onder de slopershamer. Zo grondig zelfs, dat in 1981 een kale zandvlakte restte. De grond werd verkocht door IHC Holland NV aan Schiedam.

Voor meer informatie over de geschiedenis van A.F. Smulders/Werf Gusto ga dan naar de website ‘Aandenken Werf Gusto’.


Stichting Erfgoed Werf Gusto (2017)

Bewaren

Terug
Naar top van de pagina