1902 A.F. Smulders

Leestijd: 5 minuten

Bnr. 271: Rhin

250 m³ hopperzuiger voor rekening van Schuback (Chili).
Foto: Boek ‘Werf Gusto 1911’ – Collectie J. Smulders – Fotograaf: Onbekend.

Bnr. 273-274: R.W.C. 6 & R.W.C. 7

Een zeewaardige emmerbaggermolen voor rekening van Sunderland.
Foto: Boek ‘Werf Gusto 1911’ – Collectie J. Smulders – Fotograaf: Onbekend.

Begin mei 1901 meldde de Engelse Shipping Gazette dat Smulders twee baggerschepen besteld had aan de Engelse Noordoostkust . Al snel bleek dat het bericht onjuist was: vanuit de Noordoostkust waren twee baggerschepen besteld bij A.F. Smulders. De opdracht omvatte twee grote baggermolens voor de haven van Sunderland, beide in staat 600 m3 /uur op 11,50 meter diepte te baggeren. De opdracht werd in concurrentie met Engelse fabrikanten verkregen.

De bestelling was gedaan door de River Wear Commissioners. De contractprijs voor beide schepen was ongeveer 20.000 pond sterling, terwijl zij in december van hetzelfde jaar geleverd moesten worden. De prijs van de Engelse inschrijvers was ongeveer het dubbele. Over de Engelse levertijd werd niets gemeld.  De kiel voor de eerste romp werd gelegd op 17 mei 1901 onmiddellijk na de tewaterlating van de voor Duitse rekening gebouwde Tsingtau machine.

De opdracht was door Smulders verkregen na een openbare inschrijving. Kennelijk waren er meerdere Engelse inschrijvingen die alle veel duurder waren en een langere levertijd hadden. Dat deze opdracht uit het hart van de Engelse scheepsbouw naar het buitenland ging, was een grote schok. Natuurlijk lag het niet aan de Britse vakbekwaamheid. De lange levertijd kon mogelijk verklaard worden uit de goed gevulde orderboeken van de werven, maar die hoge prijs? Het moest zeker aanleiding zijn voor een grondige reflectie door de industrie daar. Discussie hierover in Engeland leidde tot de ongebruikelijke situatie dat de aanbiedingen ter inzage werden gelegd. Dat in totaal ₤ 40.000 naar het buitenland ging …. Het is niet bekend of er nog andere buitenlandse aanbieders waren.

De eerste baggermolen werd op 4 oktober 1901 te water gelaten. LxBxH was 39,5 x 7,55 x 3,05 meter. De tweede werd op 9 november 1901 te water gelaten (). Dit werd onmiddellijk gevolgd door de kiellegging voor de tweede molen voor Montevideo (Bnr. 276-1902).

Bronnen:
De Telegraaf 5 Mei 1901
De Telegraaf 8 Mei 1901
Rotterdamsch Nieuwsblad 18 Mei 1901
Rotterdamsch Nieuwsblad 24 Mei 1901
Rotterdamsch Nieuwsblad 1 Juni 1901
De Ingenieur 16(41) 12 October 1901
Algemeen Handelsblad 12 November 1901


Bnr. 275: Uruquay I

Zeewaardige Hopper-baggermolen voor Montevideo (Uruguay).
Foto: Boek ‘Werf Gusto 1911’ – Collectie J. Smulders – Fotograaf: Onbekend.

Kort na de tewaterlating van de twee baggermolens voor Sunderland (Bnr.: 273 & 274) werd de bestelling aangenomen van de twee grootste hopper-baggermolens tot dan toe in ons land gebouwd. Zij waren bestemd voor de haven van Montevideo. De hoofdafmetingen waren lengte 70 m., breedte 12,5 m., holte 5,25 m en laadvermogen 800 m3 . De vaarsnelheid bedroeg 8 mijl met 1000 IPK op twee schroeven. De kiel voor de eerste baggermolen werd gelegd op 17 september onmiddellijk na de tewaterlating van de baggermolen voor Valparaiso (Bnr. 269). Zo werd de kiel voor de tweede gelegd op 9 november 1901 onmiddellijk na de tewaterlating van de tweede molen voor de Wear (Bnr. 274).

Bron:
De Ingenieur 16(19) 11 Mei 1901
Algemeen Handelsblad 18 September 1901
De Tijd 13 November 1901.


Gistermiddag werd van de werf der firma A. E. Smulders te Slikkerveer met goed gevolg te water gelaten de stalen romp van een der beide door haar voor rekening van het Gouvernement van Uruguay te bouwen Hopper-Emmer-baggermolens, genaamd Uruguay 1, waarvan de hoofdafmetingen zijn: Lengte over alles 73,15 M.; lengte op de waterlijn 70 M.; breedte 12,50 M.; holte 5,25 M.; capaciteit van het laadruim 800 kub. Meter. Onmiddellijk na het te water laten werd de kiel gelegd van een zeewaardigen. emmerbaggermolen tevens hopper en ingericht als pers- en zuig-bagger, voor de Fransche Regeering, voor de havenwerken in Tunis.

Bron:
Algemeen Handelsblad 4 juni 1902


Den 3den Juni werd van de werf der firma A. F. SMULDERS te Slikkerveer met goed gevolg te water gelaten de stalen romp van de Uruguay 1,(een der beide door die firma voor rekening van het Gouvernement van Uruguay te bouwen Hopper-Emmerbaggermolens, waarvan de hoofdafmetingen zijn: lengte over alles 73.45 M., lengte op de waterlijn 70.00 M , breedte 12.50 M., holte 5.25 M., capaciteit van het laadruim 800 kub. Deze baggermolen, de grootste tot dusver in Holland gebouwd, zal voorzien zijn van een zuiginrichting en behalve de verschillende hulpmachines, stoomlieren, enz., van twee hoofdstoommachines van het Compound-systeem, met oppervlakcondensatie, ontwikkelende elk 500 I.P.K., en voorts van twee stoomketels met een verwarmend oppervlak van 160 M2 elk, voor een stoomspanning van 8 atmosferen. De molen zal, met den emmerketting werkende, een gegarandeerd minimum opbrengst van 500 M2 per uur hebben, met de zuiginrichting werkende een gegarandeerd minimum opbrengst van 1200 M2 per uur. Hij zal geheel electrisch verlicht zijn. Deze baggermolens worden gebouwd onder Veritas Special Survey † (1 ) 3/3 11. R,, en zullen in ieder opzicht, zoowel wat den bouw als de inrichting betreft, aan de hoogste eischen voldoen. De machines zijn uit de fabriek der firma te Utrecht afkomstig, de ketels worden in haar ketelmakerij te Grâce-Berleur, bij Luik, vervaardigd. Onmiddellijk na het te water laten werd de kiel gelegd van een zeewaardigen hopper-emmerbaggermolen met zuig-en persinrichting voor rekening van de Fransche Regeering, voor de havenwerken in Tunis.

Bron:
De Ingenieur 17 (23) 7 Juni 1902


Bnr. 276: Uruquay II

Bnr. 276: 'Uruquay II' (1902)
Zeewaardige Hopper-baggermolen voor Montevideo (Uruguay).
Foto: Boek ‘Werf Gusto 1911’ – Collectie J. Smulders – Fotograaf: Onbekend.

Op 3 dezer werd van de werf der firma A. F. Smulders te Slikkerveer, met goed gevolg te water gelaten de stalen romp van den tweeden der door haar voor het gouvernement Van Uruguay te bouwen twee hopper-emmer-baggermolens, waar van de hoofdafmetingen zijn : Lengte over alles 73,45 M., lengte op de waterlijn 70 M., breedte 12.50 M., holte 5,25 M., capaciteit van het laadruim 800 kub. Meter. Deze baggermolen, de grootste tot dusver in Nederland gebouwd, genaamd “Uruguay II”, zal, met den emmerketting werkende, eene gegarandeerde minimum opbrengst van 500 kub. M. per uur hebben. Hij zal geheel electrisch verlicht zijn. De machines zijn uit de fabriek der firma te Utrecht afkomstig. De ketels zijn vervaardigd in hare ketelmakerij te Grâce-Berleur nabij Luik.

Bron:
Het Nieuws van den Dag Maandag 8 September 1902


Bnr. 277: Pei-Ho

Een stationaire Baggermolen voor de haven van Tientsin (China).
Foto: Boek ‘Werf Gusto 1911’ – Collectie J. Smulders – Fotograaf: Onbekend.

1901 1903

© Stichting Erfgoed Werf Gusto®

Laatst bijgewerkt op: 25 april 2024

Geschiedenis van een Schiedamse scheepswerf