Freek van Haasteren (1937-1978)

Freek geboren in 1920, verloor zijn beide ouders op zijn tiende jaar. In april 1937 begint de dan net 17-jarige Freek van Haasteren als bankwerker in opleiding bij Werf Gusto. Werf Gusto krabbelt juist overeind na een aantal slechte jaren als gevolg van de crisis in de dertiger jaren.

Freek nam naar Werf Gusto, zoals hij dat noemde alleen zijn ‘twee handen’ mee en zijn geestdrift. Hij heeft daar alles in de praktijk geleerd. Hij begon in de grote hal van de Machinebouw en werkte grotendeels in die beginperiode binnen. Hij werkte in die beginperiode veel aan onderdelen van de mijnenvegers uit de Jan van Amstel-klasse. Een van zijn eerste grote opdrachten was het maken van een ‘krans’ onder aan de kegel van een drijvende kraan. “Ja, moet je nagaan, de tekeningen voor die krans werden gemaakt door een ‘Krasseur’, die dat uit de losse hand voor je tekende. Dus je begrijpt dat de tanden op de krans af en toe wel eens goed bijgeslepen moesten worden, want dat liep soms niet zo lekker”. Ook heeft Freek aan de beide tandheugels voor de ‘Westerhavenbrug’ in Schiedam gewerkt.

Wat hem nog helder voor de geest staat was de Hr. Ms. Abraham Crijnssen’ (Bnr. 712). De spanningen in Europa namen toe en dat leidde tot veel opdrachten voor de marine en het leger weet hij zich te herinneren.  Freek somt op: opdrachten voor de Hembrug aan staartstukken voor luchtdoelgeschut en onderdelen voor watergekoelde mitrailleurs.

In 1940 is men ook nog begonnen met het ontwikkelen van een grote loop voor kanonnen, maar daar is men toen mee gestopt. “We hebben er een of twee gemaakt, die zijn later tijdens de bezetting door de Duitsers weggehaald”. “Daar waren die Duisters toch erg goed in hoor”: zegt Freek. “Ze konden alles gebruiken”, gaat hij verder. “Er waren stoommachines buiten werking gesteld op de werf, omdat ze niet meer voldeden. Vooral machines, die gebruikt werden om de werf te voorzien van elektriciteit. Deze werden opgesteld aan het eind van de Machinebouwhal. Zelfs die hebben ze weggehaald. Wat ook een hele tijd achter in die Machinebouwhal stond was de eerste stoommachine van A.F. Smulders. Hoe ze die later in het kantoor hebben gekregen is mij eerlijk gezegd een raadsel, aldus Freek. Ik heb er jarenlang in de schaft tegenaan geleund en mijn brood op de machine gelegd. Hij moet er nog hartelijk om lachen.

Freek heeft ook gewerkt aan de grote marine-order voor de levering van in totaal 20 ‘Powerboats’ en was getuige dat het zwaar beschadigde Engelse prototype terugkwam op de werf, na deelgenomen te hebben aan de gevechten bij de ‘Maasbruggen’ in Rotterdam. Er was een dode aan boord. Ze hebben het schip zo goed en zo kwaad als het kon opgelapt. Freek weet nog aan te vullen, dat het schip toen in allerijl vertrokken is naar Engeland. Het ‘gerucht’ ging toen ook op de werf, dat alle bouwtekeningen voor de nog te bouwen ‘Powerboats’ in een van de torpedobuizen waren verstopt. De buis werd met een houten prop afgesloten.

“Ja, de oorlog was geen pretje op de werf. We zijn een aantal keren flink gebombardeerd. De jachtvliegtuigen kwamen heel laag over”. Hij heeft met eigen ogen gezien, dat een vliegtuig de vlaggenmast van een schip op de helling er af stootte. Zo laag kwamen ze over, “je hield je hart vast”. De K2¹ heeft ook nog een treffer gehad en is in de Gustohaven gezonken. Het schip is opgeknapt en daarna vertrokken. “Onze eigen 150 ton drijvende kraan² (Bnr 571-1924/25) is toen weggesleept richting Duitsland”. “Hij is niet ver gekomen”, aldus Freek, “want hij werd gebombardeerd op de Noordzee en is toen gezonken”.

Na de oorlog was een van zijn eerste klussen, het maken van onderdelen voor de beide bergingsvaartuigen ‘Castor’ en ‘Pollux’ voor Egypte³. Ik vroeg: “Freek je moet me toch eens uitleggen hoe dat dan werkte. Het is in mijn ogen een grote gesloten coaster met benedendeks een groot aantal machines cq. Pompen?”

“Nee”: zei hij, “dat zijn een soort lieren, die benedendeks staan en werken door openingen in de kiel. Als er iets gelicht moest worden ging het schip erboven hangen en werden door duikers de kabels onder het te lichten object vastgemaakt. Als alles vast zat, werden door de vijzels het object opgehesen tot onder de kiel van het schip”. Op deze wijze moesten ze allerlei objecten verplaatsen in het Suez-Kanaal.

In 1948 heeft Freek veel gewerkt aan de drie grote tinbaggermolens voor Billiton. Het werken aan die grote molens was een helse klus. Vooral in de winter. Billiton heeft toen nog voor alle werknemers, die buiten werkten aan de molens speciaal warmte isolerend ondergoed gekocht, weet hij zich te herinneren.

Particuliere mijn ‘Willem-Sophia’

In die periode heeft hij ook een tijd gewerkt in het Limburgse Spekholzerheide (nu Kerkrade). Gusto Mijnbouw werkte aan meerdere projecten in de particulier mijn Willem-Sophia. Grote projecten van Gusto Staalbouw in die vijftiger en zestiger jaren, zoals de ‘Volkeraksluizen’, de ‘Haringvlietsluizen’, de ‘Brienenoordbrug’ en de brug over de ‘St. Annabaai’, waren ook projecten waaraan Freek heeft meegewerkt.

In 1962  wordt hij feestelijk ontvangen door Guus Smulders in de ‘Grote Vergaderzaal’ van het kantoor op de werf en wordt hij evenals een aantal andere jubilarissen bedankt voor de 25 dienstjaren op dat moment. In datzelfde jaar bestond Werf Gusto 100 jaar4.

Freek heeft Werf Gusto altijd een ‘sociaal’ bedrijf gevonden en het ging hem dan ook, evenals honderden anderen, aan het hart dat Werf Gusto in 1978 sloot.  ‘De hellingen lagen vol’: zei hij. ‘Nog in 1977 ben ik naar Tsjecho-Slowakije geweest, omdat Werf Gusto een geheel nieuwe  Skoda kotter-boormachine had aangeschaft. Ik ben daar toen naar toegegaan omdat we alle ins- en outs van de machine moesten weten. De oude machine, die nog prima functioneerde is toen ‘doorgeschoven’ naar Gusto Slikkerveer. In 1977 voor hij naar Tsech-Slowakije ging, is hij nog uitgebreid gehuldigd voor zijn 40 jarig dienstverband op 12 mei 1977! De manager, die hem nu de versierselen overhandigde was een van de laatste directeuren voortkomend en opgeleid binnen Werf Gusto, nl. S. Sjouke.

Hij had zoveel vertrouwen in Werf Gusto, dat hij zijn dochter adviseerde ook voor Werf Gusto te gaan werken. Zij (Marja van Haasteren) is aan de slag gegaan in 1971 als 18-jarige op de afdeling order-administratie bij Jaap Finke.  “Ze is zelfs nog lid geweest van Gusto Drumband”: zei Freek. 

Het prachtige gouden horloge dat hij in 1962 kreeg bij zijn 25- jarig jubileum loopt nog als een trein. Freek is weliswaar nu 97 jaar, maar hij is nog een krasse Gustoriaan en zal dat altijd blijven.



¹Bnr. 750, een kanonneerboot, die door de marine was besteld en in beslag genomen werd door de bezetter.
²Verkocht door de werf aan de haven van Hamburg-red.
³De ‘Castor’ en ‘Pollux’ waren in opdracht van Suez Kanaal Mij. in 1939/1940 gebouwd. In 1940 toen de oorlog uitbrak lagen zij gereed aan de kade. De bezetter heeft ze toen in gebruik genomen als ‘Flut’ en ‘Elbe’. Na de oorlog zijn beide schepen teruggevorderd, opgeknapt en alsnog overhandigd aan de rechtmatige eigenaar. 
4Werf Gusto is in 1862 begonnen als A.F. Smulders in den Bosch, met de productie verhuisd in 1872 naar Utrecht (Utrechtsche IJzergieterij). In 1894 werd de werf ‘De Industrie’ aangekocht in Slikkerveer en richtte men een hoofdkantoor in in Rotterdam. Vanaf juli 1905 werd alles in Schiedam geconcentreerd en werden de IJzergieterij in Utrecht, de werf in Slikkerveer  en het kantoor in Rotterdam afgestoten.

 

Werf Gusto 1905-1978