Het was zaterdag 17 juli jl., een belangrijke dag in de analen van de l.H.C. en Werf Gusto.
De slibzuiger Co. 32, gebouwd voor rekening van het Argentijnse Ministerie van Openbare Werken, zou van stapel lopen.
De zon scheen; een zeldzame weelde in deze zonloze en regenrijke zomer! Het was of de hemel zich, evenals de Werf, voor deze gelegenheid in feestdos had gestoken. Als wij dit als een gunstig voorteken mogen beschouwen, zal het schip zeker gelukkig varen.
Van het dooppodium, opgericht voor de hoogopgaande boeg, wapperden vrolijk de vlaggen. Het blauw-wit-blauw der Argentijnse vlaggen vermengde zich met het rood-wit-blauw der Nederlandse tot een kleurrijk geheel. Toen de toegangspoort om 13.30 uur openging, begon er een onafgebroken stroom mensen de werf te vullen. De belangstelling was buitengewoon groot. Alle personeelsleden der werf met hun gezinsleden waren in de gelegenheid gesteld de tewaterlating bij te wonen. Ook van particuliere zijde uit Schiedam en omgeving waren talrijke verzoeken om toegang aangevraagd.
Personeelsverenigingen, nijverheidsscholen, enz. deden dit eveneens: Even voor twee uur betrad een grote stoet genodigden, die tevoren door de directie was ontvangen, het terrein en bestegen het dooppodium.
Onder deze merkten wij o.m. op: Mevr. S. E. Varela Keen de Bunge, de Heer lgnacio A. Bunge (Chargé d’Affaire a.i.), de heer Rodriguez (Altaché à la Légation) en echtgenote, de Heer H. S. Wessels, Consul-Generaal, en echtgenote, de Heer Antonio N. Bettin Rella, Vice-consul, en echtgenote. De opdrachtgevers werden vertegenwoordigd door de heren Maresca en Cremer. Verder zagen wij nog de directie van de I.H.C.-vennoten Verschure en J. & K. Smit, de heer Kloppenburg, ir. J. Goedhart van het Nederlands Gezantschap te Buenos Aires, mr. A. Kerkhoven van het Departement van Economische Zaken, ir. Kieviet van de N.I.T., vergezeld van 3 Zweedse gasten, en ir. A. Guijot v. d. Ham van het Departement voor Overzeese Gebiedsdelen.
De klok wees precies 14.07 uur aan toen de traditionele champagnefles op de boeg stuk sloeg. Gelijktijdig begon het schip de helling af te glijden en belandde voorbeeldig, onder het gefluit van boten en handgeklap der aanwezigen, in zijn natuurlijke element. Met recht kon hier worden gesproken van een vlotte tewaterlating.
De werkers die met hoofd en hand dit staaltje van Hollandse scheepsbouwkunst hielpen tot stand brengen, zullen wel met zekere trots het fiere schip nagekeken hebben.
De doopplechtigheid werd verricht door mevr. S. E. Varela Keen de Bunge.
Bron: I.H.C. Het Zeskant, oktober 1948
Stichting Erfgoed Werf Gusto 2019

