Ondergang van de Kantoeng


Bij de directie van de Werf Gusto en bij de Internationale Sleepdienst Smit en Co., te Rotterdam, zijn berichten ingekomen, dat de tinbaggermolen „Kantoeng”, op weg naar Ned. – Indië, Zondagavond om 9 uur bij den vuurtoren Eddystone is omgeslagen.

vuurtoren_eddystone
Vuurtoren van Eddystone

De runners, die zich aan boord van den baggermolen bevonden, zijn gered. Zondagmiddag om één’ uur seinde de kapitein van de “Humber” een der beide sleepbooten welke de “Kantoeng” naar Banka zouden brengen, dat er tengevolge, van een zwaren Oosterstorm in het achterdek van de “Kantoeng” lekkage was gekomen. De “Kantoeng” bevond zich op dat oogenblik 16 mijl Zuid-zuidoost van de vuurtoren “Eddystone” en zou trachten de haven van Plymouth binnen te loopen. Uit de verdere berichten bleek, dat de runners, die zich op het achterdek bevonden, geen gelegenheid hadden de pompen te bedienen en Zondagavond 9 uur seinde de kapitein van de “Humber” zijn kantoor te Rotterdam, dat do “Kantoeng” drie mijl binnen den Vuurtoren van “Eddystone” was omgeslagen.

De runners konden gered worden en door de sleepboot “De Schelde” aan boord genomen. De “Kantoeng”, welke gebouwd is op de Werf Gusto, heeft 2 miljoen gulden gekost. Het gevaarte bad een gewicht van 3500 ton, terwijl de afmetingen waren 67.50 Meter lengte, 20 Meter breedte en een diepgang van 2.80 Meter. Het vaartuig was in buitengewoon korten tijd gebouwd, hetgeen zijn oorzaak vond in het feit, dat voor het transport naar Indië rekening moest worden gehouden met de moesson-condities in den Indischen Oceaan. Hiervoor was het noodig, dat het transport niet later dan begin Mei te Aden zou aankomen. Men had gerekend, dat het transport onder normale omstandigheden met een gemiddelden voortgang van 3,5 a 4 mijl zou geschieden, terwijl voor het geheele traject circa 3 a 4,5 maand gemoeid zou zijn. Het vaartuig, dat met een staaldraad van 520 meter aan de sleepboot was verbonden, was door 4 runners bemand.

Het transport was Donderdagmorgen 4 Maart om kwart over tien onder groote belangstelling vertrokken, met bestemming Banka, en passeerde Vrijdag Dungeness. Naar wij vernemen kan wel worden aangenomen, dat de “Kantoeng”, die gisteravond bij Plymouth omgeslagen is, daarna gezonken is. Algeheele zekerheid daaromtrent bestaat echter op dit ogenblik nog niet. Dat er geen slachtoffers te betreuren zijn, vindt zijn oorzaak in de omstandigheid, dat de bemanning het ongeluk zag aankomen en zich op alles had kunnen voorbereiden.

De “Kantoeng” gezonken.
Nader wordt ons gemeld: Naar kapitein B. ‘t Hart aan de directie van L. Smit en Co’s internationalen Sleepdienst heden heeft geseind, is de “Kantoeng” inderdaad gezonken. De sleepbooten zoeken de omgeving nog af voor eventueel drijvende materialen. Wanneer zij niets van belang mochten vinden, keren zij hedenmiddag naar huis terug. Over 2 á 3 dagen kunnen de “Humber” en de “Schelde” in de eigen haven van L. Smit Co’s Internationalen Sleepdienst verwacht worden.

Indrukken van de Werf “Gusto”.
Een dik helderwit, sneeuwkleed overdekte gistermorgen, de uitgestrekte terreinen van de scheepswerf Gusto. Vier dagen geleden vertrok van hier de “Kantoeng”, geflankeerd door sleepbooten feestelijk gepavoiseerd, op weg naar Indië, uitgeleide gedaan door honderden belangstellenden, die zich op de terreinen en op de havenhoofden langs den Nieuwen Waterweg hadden verzameld. De sirenes van de aan den wal liggende sleepbooten loeiden. Het vlaggesaluut werd gebracht.

En nu, vier dagen later, hangen onze bulletins in de stad met het bericht dat het ingenieus constructiewerk in de diepte is verdwenen. “Het is jammer”, hoort men overal waar men komt. “Het is erg jammer”, is ook het eerste, wat Ir. O.M. Heymans, een der directieleden van “Gusto” ons toevoegt, wanneer wij op de werf komen om nadere bijzonderheden te horen. Veel nieuws kan men ons echter daar niet geven. “Alles wat wij er van weten, is ons medegedeeld door Smit en Co.”, zegt de hoor Heymans.

“Wanneer hoorde u van de ramp?”
Ikzelf wist het gisteravond reeds, maar op de werf wisten ze er tot vanmorgen nog niets van. Het is zeer te betreuren, want het was een mooi stuk werk. Er moet een dikken storm hebben gewoed. Ik kan mij het anders niet voorstellen. De molen had van de scheepvaartinspectie het certificaat van zeewaardigheid, ook het Departement van Koloniën en Smit en Co. erkenden, dat de molen zeewaardig was, waarmede wij dus volledig aan de opdracht hadden voldaan. “Ik heb gehoord dat de sleepbooten nog  eenige uren zullen blijven rondvaren om bovenkomend materiaal op te visschen”. Zij kunnen naar zijn meening evengoed full speed terugkeeren, want wat naar boven komt is hout en dat heeft toch geen waarde. Hoe het ongeluk zich heeft toegedragen kan hij op het ogenblik moeilijk zeggen. Eerst wanneer zij de runners hebben gehoord kunnen zij een en ander zuiver reconstrueeren. Tot zolang moeten wij maar wachten.

Bron: Schiedamsche Courant, 08/03/1937; p. 1/6


Stichting Erfgoed Werf Gusto

 

 

 

.