Afscheid met gemengde gevoelens


Afgelopen week (24/08-28/08) stond helemaal in het kader van de vervanging van de ‘Westerhavenbrug’, die al sedert 1937 een sierlijke verbinding verzorgt tussen woonwijk de Gorzen en de rest van Schiedam Zuid, beginnend bij de Stadhouderslaan.

Deze brug, die is gebouwd door Werf Gusto met geld van het “Werkfonds” dat in 1935 werd gesticht door de overheid om langdurig werkelozen aan betaald werk te helpen, is in 1937 zonder enig ceremonieel geopend.

De Gemeente Schiedam heeft vanaf het begin van de bouwplannen geen voorzieningen en/of plannen voor een feestelijke opening gemaakt. Schiedam had er, getuige raadsverslagen en krantenberichten uit die periode, ongelofelijk de pee in, dat alles aangaande opdrachten via het “Werkfonds” beslist werd via Rijkswaterstaat (die mede beheerder was van het fonds) in den Haag en dat de Gemeentes in deze eigenlijk buiten spel stonden. De Gemeentes mochten de projecten aandragen en het “Werkfonds” besliste dan op basis van haalbaarheid of het project doorging. Zij regelden ook de aanbesteding. Het enige dat de Gemeentes mochten doen was het bestek maken, indienen bij o.a. RWS en wachten op goedkeuring. Zij ontvingen wel als het project in gang werd gezet, het geld van de overheid om de aannemer(s) te betalen.

In deze setting, gelardeerd met de nodige kinnesinne zoals boven beschreven, werd de bovenbouw van de Westerhavenbrug (toen nog Nieuwe Brug genaamd) gegund aan Werf Gusto. De onderbouw was gegund aan een bouwbedrijf uit Breda. Door het uitblijven van een definitieve toezegging vanuit den Haag voor het vrijgeven van een goedkeuring voor de constructie van de bovenbouw liep het project uit van 1935 tot begin 1937. Op dat moment was de onderbouw al goeddeels klaar. Werf Gusto kreeg pas begin 1937 ‘Groen Licht’ en is toen de materialen gaan bestellen, die men dacht nodig te hebben. Het staal, dat gebruikt werd voor de bovenbouw kwam niet van de doorgaans standaard leverancier uit Duitsland, maar werd speciaal geïmporteerd vanuit de USA. De samenstelling van het staal was geheel anders dan het staal, dat men doorgaans gebruikte voor de huid van de schepen en grote basculebruggen. Vandaar dat diverse onderdelen van de brug, die nu verwijderd is, relatief weinig sporen vertoonden van onherstelbare roestvorming.

Deze leveranties vanuit de USA vergden de nodige tijd (zeker in die tijd) en dat zorgde ervoor, dat de oplevering van de brug vertraagd was. Werf Gusto heeft dat lopende de constructie wel weer goeddeels ingehaald. De verantwoording voor de jarenlange uitloop van de werkzaamheden lag primair bij RWS, die door onderling gekrakeel over een nieuw te volgen werkprocedure alles voor zich uit schoof, waardoor er een kloof van twee jaar zat tussen het indienen van het bestek van de brug in 1935 door de Gemeente Schiedam bij het “Werkfonds” en de oplevering in 1937.

De brug werd zoals gezegd in november 1937 niet officieel geopend, Het was zelfs zo, dat bij de ingebruikname in november 1937 bleek dat er geen afscheiding was gemaakt tussen het café op de hoek (dat grenst aan de “Spuihaven”) en de brug, waardoor het mogelijk was, dat mensen, die te diep in het glas hadden gekeken pardoes de “Spuihaven” in konden lopen en wat te denken van spelende kinderen! Vandaar dat het hekwerk daar afwijkt in ontwerp van de originele afscheidingen/ornamenten van de brug.

De brug was zelfs niet van slagbomen voorzien. Men heeft de oude beweegbare opklapbare schuiven van de “Koemarktbrug” gebruikt om als de brug openging de weg af te sluiten.

Eigenlijk houdt daar het verhaal van de “Westerhavenbrug” op. De brug ging maar weinig open en dicht. Er was wat kleine industrie gevestigd aan de “Spuihaven”, maar die maakte weinig gebruik van aanvoer en afvoer van goederen via de “Westerhaven”. Dat was waarschijnlijk ook de reden, dat de gemeente het niet nodig vond, de stroominstallatie van de brug om te vormen van 123 Volt naar de nieuwe standaard 220 Volt. De paar keer dat de brug openging, werd deze met een slingersysteem (ingebouwd door Werf Gusto als back-up) door twee man geopend. Op een foto van de brug uit 1974 die stadsfotograaf de heer J. Roovers van de brug gemaakt heeft, is te zien, dat de twee lantaarns, die de brug opsierden toen al onklaar waren gemaakt.

De brug heeft een kwijnend bestaan geleden van bijna 80 jaar en is nooit onderhouden, behoudens wat doorsmeren en gaten dichten in het wegdek met een zak asfalt en een stuk plaatijzer. In vervlogen tijden is de kleur gewijzigd van groen naar stemmig grijs, maar verder kom ik echt niet. Dus eerlijk gezegd ontgaat mij het nut van de mediacampagne, die op touw gezet is om aandacht te krijgen van de bewoners van Schiedam en van de Gorzen in het bijzonder bij het verscheiden van de brug.

Het ware beter geweest om in de tijd dat de brug nog te behouden was deze goed te onderhouden. Opdat we nog jaren plezier zouden hebben gehad van dit industriële icoon. Temeer daar de brug is gemaakt door Werf Gusto, die diep verankerd ligt in de Schiedamse samenleving en de Gorzenees in het bijzonder. De scheepswerf voorzag jarenlang duizenden van werk en dus inkomen. Ook toen de Werf in 1978 koste wat kost afgestoten werd door IHC Holland NV en op slot ging, stak de Gemeente Schiedam geen vinger uit naar de historische gebouwen van de scheepswerf, die in 1980 na de sluiting op een voorlopige monumentenlijst waren geplaatst door de overheid. De Gemeente Schiedam heeft zich er niet mee willen bemoeien en trok haar handen ervan af. Zoals iedereen weet zijn de gebouwen gesloopt en wat we ervoor terug hebben gekregen tart elke beschrijving.

De herkansing, die de gemeente Schiedam in de schoot geworpen kreeg, om de verbintenis die er bijna 80 jaar steevast is geweest, (in goede en slechte tijden – in voor- en tegenspoed), van de Gorzen met Werf Gusto in ere te houden door de Westerhavenbrug ( als beeldmerk daarvan) te conserveren, zelfs deze gratis herkansing heeft ze naast zich neergelegd.

Op de voorlichtingsavonden over de “Westerhavenbrug”, die in het recente verleden zijn gehouden heette het: ”Dat opknappen net zo duur tot duurder is, als een nieuwe brug”. Op zulke momenten sla ik volledig stil, want wat moet je hiermee? Een waarheid als een koe, als je iets nooit onderhoudt en je laat het gewoon wegrotten. Ja, dan is nieuw uiteraard goedkoper, maar de schade die je aanricht in de geschiedenis van je stad is onherstelbaar beschadigd om nog maar te zwijgen van het verlies van vertrouwen van veel Schiedammers in de gemeentelijke overheid.

Als tegenstelling hierboven een recente foto van de “Rederijbrug” uit Rotterdam, een basculebrug gebouwd door Werf Gusto in 1951. In jaren slechts 14 jaar jonger dan de ‘Westerhavenbrug’. Zoals de foto laat zien uitstekend onderhouden door de Gemeente Rotterdam en nog steeds een lust voor het oog. Zo kan het dus ook!

Headerfoto: foto: Tineke Mangnus “Rederijbrug” Rotterdam (1951)


Stichting Erfgoed Werf Gusto