Baggermateriaal


Hopperzuiger 'Chun Toong' Co.526:1966
Hopperzuiger Chun Toong Co.526 (1966

– Men maakt onderscheid in steek- en sleephopperzuigers. De eerste categorie is vooral van 1880 tot 1960 gebruikt en daarna verdrongen door de efficiëntere sleephopperzuiger. Dit zijn onafhankelijk opererende, goed manoeuvreerbare zelfladende /-lossende schepen. Varend met een over de bodem slepende sleepbuis (vergelijk het met een stofzuiger) vullen zij hun laadruim (hopper) en kunnen die lading dan over grote afstanden vervoeren. De sleepkop zorgt er voor dat het materiaal zo efficiënt mogelijk naar de zuiginlaat wordt getransporteerd.

Voor het lossen van de lading zijn deze schepen vaak uitgerust met bodemdeuren-, -kleppen, of -schuiven. In geval van landaanwinning gebruikt men een boegkoppeling waarop de persleiding wordt aangesloten of een spuitmond (rainbowing) om het baggermateriaal met behulp van de centrifugaalpompen uit de hopper naar buiten te persen. Een weinig gebruikte maar wel heel speciale manier van lossen is het terugpompen via de zuigbuis (backfilling).


Baggermolen 'Sebou' Co. 575 1928
Baggermolen ‘Sebou’ Bnr. 575 (1928)

Emmerbaggermolen
Een emmerbaggermolen is een werktuig in de baggerindustrie dat met een emmerladder met emmerketting zand en slib met behulp van baggeremmers van de waterbodem schept. Deze emmers worden rondgedraaid om de ladder en snijden daardoor erg nauwkeurig de grond af.

De baggermolen zelf staat eigenlijk gemonteerd op een stalen bak of ponton. Vanaf de voorsteven tot ongeveer in het midden in de bak in de lengte as heeft men een insnijding (bun of beun genoemd) aangebracht. Midden op het vaartuig staat de hoofdbok, een van staal geconstrueerde portaal, waarop de emmerladder scharnierend rust. Deze emmerladder wordt aan het onderkant opgehangen aan de ladderbok, die vlak bij de voorsteven van het vaartuig is opgesteld. In de ladderbok zit een hefmechanisme die de ladderbok op de gewenste diepte laat zakken om de grond af te graven. Bij transport van de emmerbaggermolen wordt de ladderbok grotendeels uit het water getild.

De emmerladder dient voor de geleiding van de emmerketting. Dit is een ketting zonder eind met lange schalmen, waarop de emmers zijn bevestigd. De emmerketting loopt aan het boveneind van de ladder over een vijfhoekige trommel, het zogenaamde vijfkant, en aan de onderzijde over de zogenaamde zeskant, en verder over rollen, die op de emmerladder zijn bevestigd. Het aantal emmers bedraagt 30 à 40 stuks en is de inhoud afhankelijk van de capaciteit van de molen. De capaciteit van een emmer ligt tussen de 300 en 850 liter. De emmers hebben verwisselbare randen van gehard staal langs de bovenkant om de grond van de rivier- of zeebodem af te schrapen. In de bodem van iedere emmer bevinden zich een of meer gaten, om het water, dat zich in de emmer bevindt, tijdens het ophalen zo veel mogelijk te laten wegvloeien.

Do volle emmers worden naar boven gehaald en de inhoud wordt bij het kantelen om de vijfkant opgevangen in een stortbak. De twee daar aangekoppelde stortgoten voeren de opgebaggerde grond af in een, naast de molen, liggende bak of beun. Is een stortgoot niet in gebruik, dan kan het onderste gedeelte in loodrechte stand worden gebracht, zodat de goot niet buiten het vaartuig uitsteekt. In de stortbak is een beweegbare klep aan gebracht, waardoor het mogelijk is of de linker of de rechter stortgoot al dan niet te gebruiken.

Er zijn emmerbaggermolens met en zonder eigen voortstuwing. In het laatste geval moet een sleepboot de baggermolen verplaatsen naar een nieuw project. Op de baggerlocatie beweegt de emmerbaggermolen door middel van lieren. Op het dek van de molen zijn voor, achter en aan de zijkanten lieren geplaatst. De kabels van de lieren zijn verbonden aan ankers of vaste punten op het land. De lieren aan de zijkanten brengen de molen al baggerend van de ene naar de andere zijde van de rivier of geul. Vervolgens wordt de lier aan het boeganker aangehaald en de achterdraad gevierd, waarmee de molen naar voren beweegt. Vervolgens worden de zijlieren weer gebruikt om een volgende strook weg te baggeren. Een emmerbaggermolen op het droge wordt Excavateur genoemd.


'South Australian'
Snijkopzuiger ‘South Australian’

Snijkopzuigers
Een snijkopzuiger of cutterzuiger is een stationair of zelfvarend werktuig, gebruikt in de baggerindustrie dat met behulp van zijn roterende snijkop materiaal van de bodem los maakt (snijden of ‘cutting’).

Onder de snijkop zit de zuigmond, een aanzuigopening die via een zuigbuis in directe verbinding staat met een of meerdere grote centrifugaalpomp(en). Door het vacuüm ter plaatse van de aanzuigopening wordt het losgesneden materiaal opgezogen. De zuigbuis is gemonteerd op een ladder waar ook de snijkop aan vast zit. Als het mengsel door de pomp is gegaan verlaat het de zuiger via een zwanenhals en via drijvende leidingen richting het stort. Het kan ook zijn dat er een installatie op zit om het mengsel in bakken te laden, of dat er met een korte leiding gesproeid wordt.

Het schip of de ponton heeft aan zijn voorzijde de ladder met de snijkop. Aan de achterzijde steken in het algemeen twee zogenaamde spudpalen door het ponton. Een van beide palen zit vast in de zee- of rivierbodem. Meestal steekt één spudpaal, de zogenaamde hulpspud, direct door het ponton, terwijl de andere door de zogenaamde spudwagen steekt. De spudwagen of paalwagen kan in de lengterichting in het schip of ponton bewegen door middel van een hydraulische cilinder, over een afstand van een meter of 6. De snijkopzuiger wordt met verankerde kabels heen en weer bewogen, waarbij de spud in de paalwagen (die in de bodem vast zit) het middelpunt van de draaicirkel vormt. Door de spudwagen te bewegen krijgt men de aanzet van de cutterbeweging. Op het eind van de slag wordt de hulpspud neergelaten en de hoofdspud opgetrokken; de spudwagen wordt dan weer naar de beginpositie gebracht. Hier laat men de hoofdspud weer vallen, trekt men de hulpspud op en kan men weer een meter of zes cirkelsegmenten baggeren.

De snijkopzuiger wordt gebruikt voor de aanleg van havens, het uitdiepen van vaargeulen en het winnen van mineralen. Vaak zijn dit hardere materialen die met een sleephopperzuiger niet kunnen worden losgemaakt en opgezogen.


Bnr. 709 Kantoeng
Tinbaggermolen Kantoeng Bnr. 709

Tinbaggermolens
Een tinbaggermolen lijkt op een conventionele baggermolen. Ze hebben alleen extra grote emmers. De op Nederlandse scheepswerven gebouwde gevaarten werden vanaf 1927 versleept naar Nederlands-Indië, om daar ingezet te worden bij de tinertswinning. Ze hadden een complete fabriek aan boord waarmee de opgebaggerde grond gescheiden werd van het tinerts.


bron: dredgepoint.org; wikipedia.org; Dagblad ‘Trouw’10/10/1998

Terug