Drijvende Kranen (Brian Newman)

Leestijd: 2 minuten
De ontwikkeling van drijvende kranen door Werf Gusto kwam in een stroomversnelling na de succesvolle tentoonstelling in 1910, waar de nieuw ontwikkelde kraan op tekening werd getoond aan het grote publiek. De daaropvolgende bestelling van twee 150 ton kranen door de Italiaanse Marine en één door de particuliere werf Ansaldo Genua deed menige overheidsinstantie, scheepswerf, of haven besluiten ook tot aanschaf van een dergelijke drijvende kraan over te gaan. De vervolgbestellingen na de Italiaanse aankopen kwamen uit Rusland, Engeland, Argentinië, Brazilië en Noorwegen. Het uitbreken van WO 1 gooide echter roet in het eten. De vraag naar drijvende kranen en bokken daalde niet alleen, maar ook de al bestelde kranen werden of afbesteld, of Werf Gusto kreeg geen exportvergunningen. Nederland streefde naar algemene neutraliteit. Vandaar dat het aantal in aanbouw zijnde kranen in slagorde werden opgesteld voor de steigers van Werf Gusto, zoals te zien op de headerfoto.
 
Omdat een zeer groot aantal Nederlandse schepen bij het uitbreken van de oorlog in buitenlandse havens lagen afgemeerd en in de meeste gevallen terugkeer niet mogelijk was, ontstond er een groot tekort aan scheepstonnage hier te lande. De Nederlandse rederijen plaatsten tientallen orders bij de Nederlandse scheepswerven om vrachtschepen te bouwen. Ook Werf Gusto ging vanaf 1915/1916 vrachtschepen bouwen om zodoende de werf draaiende te houden. De afzet van baggermaterialen en drijvende kranen en bokken was in die periode nihil geworden.
 
Na de oorlog werden geleidelijk weer grote projecten door diverse Europese landen op stapel gezet met betrekking tot het verder ontwikkelen van de zeehavens voor het ontvangen van steeds groter wordende schepen met meer vermogen en tonnage. In een tijdspanne van 3 jaar werden de meest in voorraad gehouden drijvende kranen verkocht aan o.a. Liverpool, Antwerpen, Wallsend, Hull, Buenos Aires, Santos en de laatste uit deze serie de 200 ton kraan met het bouwnummer 483 ging in 1926 naar de Franse zeehaven Le Havre.
 
De foto’s uit dit boek gaat over deze serie kranen, waarvan alle pontons in 1914-1915 te water zijn gelaten en die gaande weg de oorlogsjaren afgebouwd werden. Centraal in het fotoboek staat de kraan met het bouwnummer 488 (‘Mammoth’), de in 1920 verkochte kraan aan de havenstad Liverpool.
 

Foto’s: Collectie Brian Newman – Fotografie: Onbekend

Laatst bijgewerkt op: 27 augustus 2023

Geschiedenis van een Schiedamse scheepswerf