Het Klinken


De huid- en dekplaten van een schip overlappen elkaar bij het klinken een aantal centimeters, afhankelijk van de dikte der platen, terwijl bij het lassen de platen bijna tegen elkaar liggen.

Bij kleine bootjes, waar platen van 3 tot 5 mm werden toegepast, gebruikte men klinknageltjes met een dikte van 4 mm, die koud en met de hand konden worden geklonken. Bij een zeeschip ging het heel anders toe. Als bijv. de 20 mm dikke platen door middel van montagebouten voorlopig aan elkaar vastgemaakt waren, konden de overige gaten met ca. 25 mm dikke nagels worden verbonden. Dit moest echter warm gebeuren. De klinknagels werden daartoe op een veldsmidse in een kolenvuurtje heet gemaakt. Dit gebeurde door de nageljongens, een ongeschoold beroep. Een klinkploeg bestond behalve uit een klinker nog uit een tegenhouder en twee nageljongens. De hete nagel werd door de ene nageljongen vanaf de veldsmidse naar de andere nageljongen gegooid, die had postgevat in de buurt van de tegenhouder. Deze nageljongen moest de hete nagel dan in het gat stoppen, waarna de tegenhouder met zijn gereedschap de bolle kop van de nagel kon tegenhouden; op dat moment ging de klinker aan de buitenzijde van het schip de uitstekende steel van de nagel met zijn luchtdrukklinkhamer omvormen tot een bolvormige kop. Tijdens het afkoelen van de nagel kromp deze en daardoor werden de platen nog vaster op elkaar gedrukt. Op papier klinkt deze werkwijze vrij eenvoudig, maar in de praktijk ging het niet altijd even vlot. De nageljongens met hun lange tangen waren ware meesters in het in de vlucht opvangen van de nagels; de veldsmidse kon niet altijd in de onmiddellijke omgeving van de werkplek worden neergezet. Ook waren er wel eens moeilijkheden bij het in het gat stoppen van de nagel. Als dit te veel tijd vergde was de nagel te veel afgekoeld. Dan kon soms nog wel geklonken worden, maar de krimpende werking bleef dan uit. Een controleur die naderhand alle nagels met een hamertje aftikte, hoorde dan aan het geluid dat deze niet vastzat. De goede nagels werden gemerkt, terwijl de andere verwijderd moesten worden. Later werden de gaten dan van nieuwe nagels voorzien. Omdat veelal boven het klinken van een aantal nagels per dag een premie kon worden verdiend, was het van belang dat er in de klinkploeg een goede samenwerking heerste. Indien het werk door welke oorzaak dan ook niet erg vlotte, werd er een partijtje gescholden, waarvan de honden geen brood lusten. De nageljongens die, al dan niet terecht de schuld kregen, waren niet bepaald op hun mond gevallen en lieten zich evenmin onbetuigd.  Het was dan ook zaak deze jongens niet in de weg te lopen, en bij het geroep hete nagel wanneer deze door de lucht suisde te zorgen dat je benen maakte.

Thans is het geluid van de klinkhamers verstomd. Vele jaren zijn vele Schiedammers met dit geluid opgegroeid en er zelfs bij gaan slapen. In tegenstelling tot de Werf Gusto waar door de nieuwbouw uitsluitend overdag gewerkt werd, waren daar de scheepswerf De Nieuwe Waterweg en Wilton Fijenoord, die naast nieuwbouw ook veel reparatiewerk verrichtten en ‘s nachts doorwerkten. Deze werf lagen aan de Nieuwe Maas en  de geluiden drongen door tot veel woningen in de directe nabijheid. 

tekst:  W. Chr. de Bree / Scyedam 12e jaargang no. 3 augustus 1986
foto: Gemeentearchief Schiedam / fotograaf: Roel Dijkstra
Bronzen standbeeld: ‘De Scheepsbouwer’ (1995) / Ineke van Dijk


Stichting Erfgoed Werf Gusto 2021

Volg de reis van de 'The 250 Ton Crane' van Manchester naar Newcastle (Bouwnummer 716-1937)

X