Scheepswerf G. Timmer & Zoon

Leestijd: 2 minuten

Omstreeks 1920 startte G. Timmer aan de ‘s-Gravenlandschepolder 122 een Scheepswerf aan de Schie naast de glasfabriek ‘De Bataaf’. De scheepswerf werd vernoemd naar de in de directe omgeving liggende villa ‘Huis te Riviere’, niet te verwarren met het gelijknamige kasteel met dezelfde naam in het centrum van Schiedam.  De werf bouwde veel motorscheepjes tot 30 meter. (zie de overigens niet complete lijst aan het eind van het artikel).

In maart 1930 vroeg de firma G. Timmer & Zoon om een vergunning tot uitbreiding van de scheepswerf op het perceel in de ‘s-Gravelandschen Polder 122 kadaster Sectie H. no. 843:
”De vergunning werd aangevraagd voor uitbreiding van de scheepswerf met een ruwoliemotor van 15 P.K., drijvende een dynamo, en met 7 elektromotoren van totaal 23 P.K. (t.w. 1×6, 3×5, 1×1 en 2×0.5 P.K.), drijvende een lier een pons-, knip- en buigmachine, een smidse en 2 boortollen”.
De vergunning werd op 26  juni 1930 verleend.

Vanaf 1937 tot 1972+ was de werf gevestigd, aan de Rotterdamse weg 404-406, in Delft. De werf bouwde vrij veel kleine tankers voor de binnenvaart met een gemiddelde lengte van ongeveer 20-30 meter.

Overlijden van G. Timmer in 1941
In het ziekenhuis in Delft, waar hij was opgenomen om een ernstige operatie te ondergaan, is op 14 december 1941, slechts 59 jaar oud, overleden de heer G. Timmer, die vroeger aan het hoofd stond van scheepswerf Timmer & Zn. in de  ‘s-Gravelandsepolder, tegenover de tol op de Overschieseweg. De werf zelf, waar oorspronkelijk motorschepen werden gebouwd en gerepareerd, lag op Schiedams grondgebied; het bijbehorend woonhuis op Overschies terrein. Al op de werf in Schiedam werden de laatste jaren veel jachten gebouwd. Toen de onderneming als Timmer’s Scheeps- en Jachtwerf naar Delft was overgebracht, in 1937, heeft de firma zich met groot succes op de bouw van motor- en zeiljachten toegelegd. De heer G. Timmer heeft zich nooit veel in het openbare leven bewogen. Hij had door grote ijver, vakkennis en zakeninzicht, een mooi bedrijf opgebouwd. Om zijn onderneming groot te maken, werkte hij bijna dag en nacht, zonder ooit vakantie te nemen. De begrafenis van het stoffelijk overschot vond op de begraafplaats Jaffa in Delft plaats.

*In 1938 door de eigenaar (D.J. Scholtz) verkocht aan de Sultan van Deli. Het jacht werd op de nieuwe werf in Delft aangepast aan de wensen van de nieuwe eigenaar. Na aflevering werd het jacht omgedoopt in ‘Zeeprinses’ en op transport gezet met het ms. Kertosono naar Nederlands Oost-Indië.


Bronnen:
Schiedam.courant.nu 1920-1941,
S2HO.nl: website voor behoud en documentatie varend erfgoed

Laatst bijgewerkt op: 3 november 2023