T.I.M. Cycle Manufacturing Co.

Leestijd: 11 minuten

Voorgeschiedenis van M. Duyvis
M. Duyvis (Martinus) werd in Monnickendam geboren op 4 mei 1875 als eerste zoon van de veehouder Pieter Duijvis3 (21-7-1842) en van Catharina Petronella Duijvis-Schweeke in Monnickendam. Uit deze gegevens blijkt dat zijn eigenlijke achternaam Duijvis is en niet Duyvis. De boreling ging als Martinus de boeken in. Zijn broertje ‘Freek’ heette voluit Frederik Willem en was drie jaar jonger. Dat Martinus Duijvis in Monnickendam het licht zag, had alles te maken met zijn moeder. Een jaar voor Martinus’ geboorte verhuisde zijn vader van Zaandam naar het vissersdorp, waar hij op 29 maart 1874 met Catharina in het huwelijk trad. Nog geen drie jaar later keerden Pieter met zijn vrouw en oudste zoon terug naar de Zaanstreek. Niet naar Zaandam, maar naar Assendelft. Dat was ook het dorp waar zijn broer Freek werd geboren. De familie ging wonen bij Pieters broer Gerrit Duijvis, eveneens een veehouder.

Vijf jaar later, in 1882, verruilde het gezin Duijvis – op Martinus’ zevende verjaardag – Assendelft voor de Vaartdijk 420 in Westzaan. Weer vier jaar daarna ging het nog een paar kilometer oostelijker, naar het Jan de Wittepad 347 in Koog aan de Zaan. Van daar verhuisde het gezin naar de Oranjestraat G363, vlak bij het Zaandamse treinstation. Pieter Duijvis was inmiddels geen boer meer maar arbeider.

Het lijkt er op dat het gezin Duijvis in de jaren 90 uiteenviel. Moeder Catharina vertrok in 1894 naar Oostzaan en vader Pieter keerde in 1898 terug naar Westzaan. Maar al twee maanden voor zijn moeder Zaandam verliet, deed ook Martinus dat. Per 5 mei 1894, daags na zijn negentiende verjaardag, werd hij bijgeschreven in Amsterdam. Zijn vormingsjaren waren Zaans gekleurd, nu ging hij het als ‘handelaar in rijwielen’ proberen in Amsterdam. Dat verliep blijkbaar niet meteen naar wens, want acht maanden later ging hij zijn moeder achterna naar Oostzaan. In het voorjaar van 1896 was hij terug in de hoofdstad. Daar probeerde hij ditmaal zijn brood te verdienen als kelner. Ook dat duurde niet lang; op 27 januari 1897 vertrok hij samen met zijn moeder en broer naar Rotterdam en betrokken een woning aan het Pr. Frederikplein 18. Martinus keerde terug naar zijn eerdere professie, rijwielfabrikant en rijwielverkoper. Martinus huwde in Rotterdam op 1 juni 1898 met Wilhelmina Aletta de Recht uit Charlois. Op 16 juni van dat jaar vertrok zijn broer  Frederik Willem naar Transvaal. Op 11 oktober 1898 beviel zijn vrouw Aletta van een zoon Pieter Martinus, die op 5 november 1898 overleed. De tweede zoon, geboren op 8 november 1899, ook genaamd Pieter Martinus overleed op 8 juli 1900. Kort daarvoor overleed zijn moeder op 30 oktober 1899 in Broek in Waterland. In 1901 verhuisden zij naar Schiedam om boven de fabriek te gaan wonen op het adres Korte Haven 11. Daar beviel Aletta van twee gezonde dochters7.

De bedrijfspanden aan de Korte Haven 11 (zuidzijde) in de periode dat ze al eigendom waren van de Parfumeriefabriek ‘Lotus’ (Dralle).
Foto: Gemeentearchief Schiedam /beeldnummer 04898 (detail).

Vestiging van de fabriek in Schiedam
In 1900 werd vergunning verleend aan de heer M. Duyvis uit Rotterdam (eigenaar van een rijwielhandel/annex fabriek aan de Nieuwe Binnenweg 501-5031 in Rotterdam) om een Rijwielfabriek op te starten in een pand aan de Korte Haven 11. Dit gebouw was voordien in gebruik als één van de zes branderijen van de heer J. Wittkampf. In het gebouw kwam een gasmachine te staan van 18 PK. In februari kreeg de heer M. Duyvis een vergunning voor verdere uitbreiding op het adres Westmolenstraat 18 en 20 in Schiedam. In het pand kwam een stoommachine te staan van 40 PK. De onderneming met de bedrijfsnaam The T.I.M. Cycle Mfg. Company5 (deze naam gebruikte Duyvis al in 1899 in Rotterdam) bezat bedrijfspanden aan de Korte Haven 11 en Westmolenstraat 18-20 en rijwielfilialen in Den Haag, Utrecht en Rotterdam. De vraag vanuit het publiek naar de mogelijkheid fietsen bij hem te kunnen huren en/of te repareren deed Duyvis besluiten ruimte in zijn fabriek aan de Korte Haven vrij te maken voor de verhuur en reparatie van fietsen. Deze nering verkocht hij in september 1903 aan W. de Koning4, de buurman van de Rijwielfabriek op nummer 15. Op of omstreeks 12 september 1902 werd in De Nieuwe Schiedamsche Courant gemeld dat het ‘Pand Paulus’ aan de Korte Haven 252 was aangekocht door Duyvis om er automobielen te gaan verkopen. Of dat ooit gebeurd is, is niet te achterhalen, alhoewel er vanaf 1903 o.a. een garage in gevestigd is geweest. Met het registratienummer 833 behoorde Duyvis wel tot de eerste autobezitters van Nederland en zeker van Schiedam. In 1902 bezat hij een Peugeot 2 Cylinder met een vermogen van 6 PK.  In een grote dagbladadvertentie in augustus 1905 liet het bedrijf weten rijwielen af-fabriek aan de consument te gaan leveren. Er stond een zeer uitgebreide prijslijst in de advertentie afgedrukt van alle onderdelen. In 1905 verkreeg hij een vergunning voor het beginnen van een Machinefabriek aan de Buitenhaven 138.

Ongeluk
In 1906 werd de heer M. Duyvis ernstig gewond toen hij in Delfshaven op de treeplank van een rijdende stoomtram wilde springen. Hij sprong mis en belandde onder de volgwagen. Het gevolg was dat bij hem het linkerbeen werd afgezet in een Rotterdams ziekenhuis. Alhoewel de toestand ernstig was, herstelde hij voorspoedig en kon hij begin mei 1906 al een paar keer, gebracht per automobiel, zijn fabriek en werknemers bezoeken in Schiedam. Op 23 mei 1906 konden hij en zijn vrouw genieten van een personeelsfeest georganiseerd in het Verkooplokaal aan de Lange Haven ter ere van zijn terugkeer in zijn fabriek. Echter in september 1906 verscheen er een advertentie in o.a. de dagbladen Nieuws van de Dag, Nieuwsblad van het Noorden en de Leeuwarder Courant, waarin melding werd gemaakt van een Vrijwillige Openbare Verkoping van diverse machines uit het pand Korte Haven 11. Plaats van handeling gebouw Musis Sacrum aan de Lange Haven Schiedam. Erbij vermeld stond dat de oude machines werden verkocht en vervangen zouden worden door nieuwe machines.

Surseance van betaling
Echter in november 1906 diende Duyvis een verzoek in voor surseance van betaling bij de Rotterdamse Arrondissementsrechtbank. De Rotterdamse Rechtbank gunde hem 3 maanden surseance van betaling in afwachting van een verslag van deskundigen, die het bedrijf zouden doorlichten. Dat verzoek werd toegestaan op 4 maart 1907 voor een periode van 1½ jaar met terugwerkende kracht vanaf 20 oktober
Wat er in de tussentijd gebeurde was dat er waarschijnlijk een uittocht op gang kwam van personeel. Op 26 januari, enkele dagen voor de door de Rotterdamse Rechtbank verleende definitieve surseance van betaling aan T.I.M. Cycles Mfg. & Co, verscheen een advertentie in de Nieuwe Schiedamsche Courant waarin Duyvis zocht naar tientallen personeelsleden. Daarna adverteerde Duyvis ook nog wekelijks in de Schiedamse dagbladen op zoek naar allerhande personeel en extra afzetmogelijkheden voor zijn bedrijf aan de Korte Haven. Hij zegde zelfs drie hoofdprijzen toe (twee herenfietsen en een damesfiets) aan de organisatoren van Koninginnedag 1907 (28 augustus) voor diverse onderdelen van fietswedstrijden. Medio 1907 was Duyvis op zakenreis geweest naar Denemarken. Toen hij in Kiel in de trein stapte naar Rotterdam ontmoette hij het echtpaar Smulders (waarschijnlijk Henri van Werf Gusto), dat op de terugweg was van een geslaagde zakenreis in Rusland.

Ontmanteling van de fabriek in Schiedam
Op zaterdag 22 juni 1907 liet Duyvis een ietwat zonderlinge paginagrote advertentie plaatsen in De Nieuwe Courant. Daarin liet hij alle personen en instellingen afdrukken, die bij hem een fiets hadden gekocht. Aanleiding voor deze actie was dat hij zich aangetast voelde in goede naam en eer door uitlatingen van concurrenten over de mindere kwaliteiten van de rijwielen van Duyvis.  In oktober 1907 werd hij veroordeeld tot 10 dagen gevangenisstraf wegens mishandeling van een van zijn werknemers. De gevangenisstraf werd hem opgelegd, omdat hij in oktober 1906 al eens eerder veroordeeld was, toen middels een geldelijke boete, voor eenzelfde vergrijp. In december 1907 werd dit vonnis bekrachtigd. Duyvis probeerde het naderend onheil van een mogelijk faillissement nog te keren door op zondag 10 mei 1908 een ballon te laten opstijgen en vanuit de ballon een fiets aan een parachute te laten dalen. De fiets zou dan het eigendom worden van de vinder. Op 23 mei 1908 werd het bedrijf door de Rotterdamse Rechtbank toch failliet verklaard. In gebouw Musis Sacrum werden de complete inboedel en voorraad geveild. Ook werden de gebouwen en de woonhuizen verkocht. Het pand aan de Korte Haven 11 stond volgens het Adresboek 1911 op naam van J.M.J. Nolet. Het pand werd in later jaren gekocht door de Parfumeriefabriek ‘Lotus’, beter bekend als Dralle. Voor de aangrenzende percelen van de voormalige Rijwielfabriek van M. Duyvis, zoals Westmolenstraat 18 en Westmolenstraat 20, werd een andere bestemming gevonden. Westmolenstraat 18 ging op in de Stoomwasscherij en Strijkinrichting ‘Edelweiss’. Het pand Westmolenstaat 20 werd gesloopt en op de fundering van het oude T.I.M. Cycle Mfg. Co-gebouw verrees in 1909 de St.-Thomasschool¹. Vanaf 1921 Catharinaschool genaamd. De school werd op 30 augustus 1909 feestelijk geopend.

Weer terug naar Rotterdam
Na het uitspreken van het faillissement voor The T.I.M. Cycle Mfg. Co. aan de Korte Haven in Schiedam zette Duyvis zijn commerciële activiteiten onder dezelfde naam voort aan de Schermlaan 42B in Rotterdam. Terwijl men in 1909 in Schiedam de resten van zijn eens zo trotse fabriek aan de Korte Haven 11 herinrichtte, raakte de heer Duyvis op een zondagmorgen in mei 1909 betrokken bij een verkeersongeval. Duyvis reed met zijn auto (een 10 jaar oude Darracq) over de Kruiskade in zijn woonplaats Rotterdam en reed na een uitwijkingsmanoeuvre een kerkganger aan. De vrouw viel met haar hoofd op de trottoirband en is later aan dit letsel overleden. Het OM eiste in oktober 1909 negen maanden gevangenisstraf. De rechtbank in Rotterdam ging daarin niet mee en veroordeelde Duyvis tot 1 maand celstraf wegens dood door schuld. Zowel het OM als Duyvis waren het niet eens met de opgelegde straf en gingen beiden in hoger beroep. Het hoger beroep werd inhoudelijk behandeld op 14 januari 1910 voor het Gerechtshof te ‘s-Gravenhage. De uitspraak volgde op 28 januari 19108. Uit zijn verhandeling ‘Aan het Christelijke Nederlandsche Volk‘, welke hij in 1940 publiceerde bleek de rechter hem uiteindelijk te hebben veroordeeld tot 3 maanden hechtenis. Hij was na de uitspraak, waar hij het in het geheel niet mee eens was, met vrouw en kinderen naar Italië afgereisd om de straf te ontlopen en daar te wachten op verjaring van zijn straf. (Verjaring van de executie van de straf was in die tijd acht jaar).

 Bureau voor Taxatie en Expertise van M. Duyvis / Naar Turijn
In 1910 stond de heer Duyvis ingeschreven in de gemeente Rotterdam in de Schermlaan 42B als ‘Het Bureau voor Taxatie en Expertise van M. Duyvis‘. Hij adverteerde als ‘Beëdigd Makelaar in Machinerieën en Metalen’. Ook adverteerde hij nog meermaals met zijn Rijwielfabriek T.I.M. Mfg. Co. Duyvis vertrok in 1910 via Brussel naar Turijn (om zijn straf te ontlopen, zie vorige alinea). Vandaar dat er een totale uitverkoop op gang kwam van al zijn voorraden, die via lijvige advertenties in de diverse dagbladen werden aangeboden. Daar werkte hij enkele jaren in de Fiat-fabriek. In 1915 reisde hij in opdracht van Fiat naar Nederlands-Indië, waar hij enkele maanden verbleef. In augustus 1915 keerde hij en zijn echtgenote terug met het ‘ss Prinses Juliana’. In 1919 keerde hij definitief terug naar Nederland, na opnieuw enkele jaren in Italië geweest te zijn.

Het Handelshuis Salga Rotterdam
In juni 1921 verscheen er een advertentie in het Rotterdamsch Nieuwsblad van ‘Het Salga Huis’. Duyvis had waarschijnlijk aan zijn Italiaanse avonturen de nodige contacten overgehouden en importeerde o.a. fietsbanden, zowel binnen- als buitenbanden. Het adres van de onderneming was Van Oldenbarneveltstraat 110. Op dat adres dreef M. Duyvis een Sigarettenhuis samen met zijn dochter (Catharina Petronella Schiedam 1901). In maart 1923 ging ook deze onderneming failliet. In 1924 publiceerde De Staatscourant een inschrijving onder No. 2413 van de ‘N.V. Handelsmaatschappij Salga’ in Rotterdam. Hij dreef vanaf omstreeks 1925 een Makelaardij in metalen en ook de Handelsmaatschappij Salga N.V. een bedrijf in automaterialen. In het Rotterdamsch nieuwsblad van 29 november 1924 werd bekendgemaakt dat het aandelenkapitaal ƒ20.000,- bedroeg waarvan de helft was volgestort. Directrice was C.P. Duyvis, de dochter (Schiedam 1901) van M. Duyvis.

De dochters van M. Duyvis en A. Duyvis de Recht
Catharina Petronella Duyvis (Schiedam 22 maart 1901)
Ze huwde op 5 maart 1930 met J.J.V. Canals Y Trocha. Het huwelijk werd, volgens een aantekening van een Rotterdamse ambtenaar, al ontbonden op 24 september 1930. Haar zoon, Peter Martinus Teunis werd op 15-12-1930 geboren in Rotterdam. Op 21 augustus 1935 verhuisden beiden met haar ouders naar de Schansweg 7 in Overschie.

Aaltje Duyvis (Schiedam 26 mei 1903)
Zijn dochter Aaltje (Geboren Schiedam 26-05-1903) huwde in 1932 met de in Turijn geboren Guido Onorio Carlo Pietro Berlucchi. Berlucchi overleed op jonge leeftijd in 1946. Zij hadden twee dochters. Wilhelmina Nelly in 1933 en Nelly Eleonora in 1935. Vanaf december 1937 bewoonden zij een pand aan de Rochussenstraat 37C in Rotterdam.

N.V. Handelsmaatschappij Salga6 Rotterdam
Duyvis opereerde met de N.V. Handelsmaatschappij Salga vanaf het adres Haagsche Veer 34 in Rotterdam. In 1937 verkaste de onderneming naar de Gedempte Botersloot 92-100 (achter Gebouw Palace) in Rotterdam. De panden werden gehuurd van Onr. Goed Mij. ‘Hektos’. Deze sleepte Salga in 1936 voor de rechter, omdat er een grote huurachterstand was ontstaan. Salga was gestopt met het betalen van de huur, omdat Salga vond dat de verhuurder in gebreke was gebleven met het afwerken van het pand. De rechter, die zijn licht had opgestoken door het gebouw te bezoeken, verwierp daarop de claim van eiseres tot onmiddellijke ontruiming. Het laatste wat vernomen werd van Salga en de heer M. Duyvis was een advertentie in het dagblad De Telegraaf van 2 februari 1939, waarin werd gezocht naar drie vertegenwoordigers.

Afsluiten en terugkijken
In 1941 werd zijn boek, deels autobiografisch, uitgegeven met de titel ‘Aan het Christelijke Nederlandse Volk‘. Het was sterk antisemitisch en het Nazisme en zeker de persoon Adolf Hitler werden erin naar grote hoogten geschreven. Daarin liet hij weten na de ‘grote brand’ van 14 mei (Het Duitse bombardement op het centrum van Rotterdam) alles verloren te hebben. Hij nam het de Burgemeester en Wethouders van Rotterdam uiterst kwalijk, dat zij de stad niet op een eerder moment hadden overgegeven aan de Duitsers. Het boek verscheen in twee delen, waarvan het eerste deel bij uitgifte verboden werd. Deel II bevatte aanvullingen op Deel I, die hij geschreven had. De beide delen zijn nu weer verkrijgbaar. Zijn voorlaatste privéadres in Rotterdam was Schansweg 7 in Overschie en zijn laatste was Rochussenstraat 105A. Martinus Duyvis overleed op 8 september 1942 op 67-jarige leeftijd in Apeldoorn.


1In de Rotterdamse adresboeken bleven de twee benedenhuizen nog zeker tot en met maart 1903 op zijn naam staan. Duyvis had een conflict met de verhuurder W. Maasbommel over schilder en behangwerk in beide panden. Het niet betalen van de facturen voor deze werkzaamheden door de verhuurder deden Duyvis besluiten dit te verrekenen met de huur. De verhuurder ging daarmee niet akkoord. De verhuurder maakte daarop, na acht weken achterstallige huur, de zaak aanhangig bij de Arrondissementsrechtbank in Rotterdam. De rechtbank stelde W. Maasbommel in het gelijk en veroordeelde Duyvis tot het betalen van de achterstallige huur, schadevergoeding en proceskosten. Bovendien besloot de rechtbank dat Duyvis de panden binnen 48 uur moest ontruimen.  Bron: Weekblad van het Recht Zitting 23 maart 1903 Blad 2. Vanaf het adresboek 1906 was het pand verdwenen en stond alleen het privé-adres van de M. Duyvis vermeld: M. Duyvis- Rijwielfabrikant – Heemraadsingel 275 (De huidige Volksuniversiteit).
2Pand Paulus. Rond 1600 was op het adres Korte Haven 25 een brouwerij gevestigd, die oorspronkelijk ‘Het Hellebaart’ werd genoemd, maar al snel de naam ‘De Swarte Leeuw’ kreeg. In 1675 was er sprake van ‘zeekere brouwerij woonhuijs lootse mitsgs branderij alle staande annex den anderen haave van outs genaamd het hellebaard en nu de swarte leeuw’. Johannes Cornelis Jacobus Nolet erfde in 1844 “huis, mouterij, branderij, pakhuizen en nog een huisje en erven”. In 1871 verkocht hij het gehele complex aan de zendingsvereniging Paulus. Het pand werd verbouwd en na 1873 werd er kerk gehouden door respectievelijk de vrijzinnigen, de Nederlandse Protestantenbond en de Evangelisch Hervormden. De bekende dominee-dichter François HaverSchmidt – ook bekend onder zijn pseudoniem Piet Paaltjens – heeft hier vaak gepreekt.
De kwaliteit van het gebouw bleek een groot probleem, ondanks twee grote opknapbeurten. De huidige gevel stamt bijvoorbeeld uit 1888, en is ontworpen door architect Vormer. In 1894 vertrok de vereniging Paulus en het gebouw werd een pakhuis voor gedistilleerd. Vanaf 1903 had het pand meerdere functies, onder andere als garage en werkplaats. Als laatste diende het gebouw als marmeropslagplaats.
Stichting Beschermd Stadsgezicht Schiedam (Stadsherstel Schiedam) heeft dit gemeentelijke monument in 1995-96 gerestaureerd. Momenteel is het gebouw verhuurd aan Yogastudio Yoia Yoga. Sinds 2018 is het pand eigendom van Stadsherstel Maassteden, die hier ook kantoor houdt.
3De heer Pieter Duijvis, de vader van Martinus, was geen lid van het ondernemersgeslacht Duyvis uit de Zaanstreek. Zie ook de website van Duyvis.
4De teloorgang van de Rijwielfabriek van M. Duyvis trok waarschijnlijk ook een zware wissel op de ernaast gelegen Rijwielhandel van W. de Koning. Na 1906 vernemen we niets meer van W. de Koning, die voor 1906 regelmatig adverteerde in de lokale dagbladen. Het pand  Korte Haven 15 stond in het adresboek van 1908 op naam van de weduwe F.C.J. Nolet.
5De afkorting T.I.M. verwijst naar een gevleugelde uitspraak van de Amerikaan Benjamin Franklin ‘Time Is Money’.
6De naam Salga staat voor: Societa Anonima Lavorazione Gomma ed Affini. hetgeen zoveel betekent als NV Fabriek voor Rubber en aanverwante Producten.
7Het echtpaar Duyvis kreeg drie dochters in  Schiedam. Catharina Petronella geboren op 22 maart 1901 in Schiedam. De tweede dochter werd levenloos geboren op 8 juni 1902 in Schiedam. De derde dochter (Aaltje) werd geboren op 26 mei 1903 in Schiedam.
8De uitspraak werd niet gepubliceerd in de dagbladen. Uit de gegevens van de website Nationaal Archief begrepen we, dat het totale archief van het Gerechtshof te ‘s-Gravenhage in zijn geheel verloren is gegaan tijdens het bombardement van het Bezuidenhout op 8 maart 1945. Er wordt nog nagegaan wat de uitspraak is geweest, alhoewel het zeer onwaarschijnlijk is, dat daar nog iets van terug te vinden is.

Bronnen: 
Stadsarchief Rotterdam / Adresboeken 1880-1932
Stadsarchief Rotterdam / Stamboom

Gemeentearchief Schiedam / schiedam.courant.nu 1870-1910
Delpher.nl

website: stadsherstel-maassteden.nl
website: conam.info/kentekens/rijksnummers
website: meitotmei.nl
website: nationaalarchief.nl
‘Volksgenooten’ circulaire – M. Duvvis 1940
Aan het Christelijke Nederlandsche Volk‘ – M. Duyvis 1940
Naamlijst voor den interlocalen telefoondienst 1933-1940 (delpher.nl)
Weekblad van het Recht – 1 april 1937
De Indische Mercuur – 20-08-1915
Het Nieuwe Straatnamenboek – W.P. Rook

Beeldmateriaal:
Headerfoto: Martinus Duyvis in 1940. Foto, ontleend aan zijn boek ‘Aan Het Christelijke Nederlandsche Volk’. Fotograaf: Onbekend
‘Verkoopzaal’ Lange Haven 116 Schiedam: Gemeentearchief Schiedam / beeldnummer  35230

Laatst bijgewerkt op: 22 oktober 2023