Vernieuwing van de werf in 1956


Er wordt gewerkt aan de hellingen. Leidingen worden gelegd; andere leidingen worden opgegraven; kabelsleuven, kabels en andere materialen versperren de doorgang; straatdekken worden opgebroken. En nog meer voorbereidend werk wordt uitgevoerd. In één woord: het is een chaos! Zo ziet de buitenstaander dit geheel. Maar wat gebeurt er nu precies? Wat is nu de vaste lijn in dit alles, in deze wildernis van sleuven, leidingen en kabels?
Om U van dit alles een globaal overzicht te geven, moeten we geruime tijd teruggaan. Tijdens een Directie-vergadering werd nl. de vraag gesteld: Welke zijn de uiterste mogelijkheden, die wij hebben in de bestaande ruimte, waarin onze hellingen en kraanbaan liggen, om schepen met een grotere tonnage te bouwen, dan tot nu toe het geval was?
Deze vraag was niet direct te beantwoorden. Hieraan zat nl. een geheel complex van ingrijpende veranderingen vast, die stuk voor stuk op bruikbaarheid of onbruikbaarheid bekeken meesten worden. Toen dan ook het object in studie werd genomen, kwamen vanzelf de vragen, die alle met elkaar in nauw verband stonden, naar voren en deze moesten ook weer stuk voor stuk beantwoord worden. Er werden plannen gemaakt, er werden plannen gewijzigd en opnieuw gewijzigd. Tot er uiteindelijk een “basisplan” ontstond. Van dit basisplan werd een maquette gemaakt en aan de hand daarvan werd nog weer het nodige geschaafd. Maar toch groeide het geheel en kon na vele beraadslagingen en onderhandelingen aan de Directie het antwoord op de gestelde vraag worden gegeven.
Het plan omvatte in grote lijnen gezien het volgende: Helling 3 en 4 zouden zodanig worden verlengd en verzwaard, dat hierop schepen met een totale lengte van ongeveer 165 m, bij een breedte van 21 à 23 m, gebouwd zouden kunnen worden. De kraanbaan zou eveneens worden verlengd, terwijl ook gedacht was aan een vergroting van de bestaande afbouwkade langs de rivier, die vanzelfsprekend voor de grotere schepen te klein zou zijn.
Aan de kop van de beide hellingen zijn gebouwtjes geprojecteerd, die ten doel hebben het gebruik van te hoge hellingstoelen te voorkomen en anderzijds een goede bergruimte zouden kunnen bieden.
In verband met de aanvragen voor schepen van grotere afmetingen en met de omstandigheid, dat de bestelling van die schepen in de lijn van de verwachtingen lag, heeft de Directie de plannen goedgekeurd en kon met de uitvoering worden aangevangen.
Als eersten kwamen de mensen, die de grondboringen en de diepsondering moesten verrichten, om vast te stellen waar de zandplaat zat, hoe de bodemgesteldheid was enz. Aan de hand van deze gegevens kon dus de lengte van de palen worden bepaald. intussen waren verdere voorbereidingen getroffen. En zo kwamen dan op een goede dag (een slechte dag voor de schoorsteen en de spantenoven!) de slopers. De spantenoven, nog niet geheel koud van het laatste vuur, dat er in gebrand had, moest na jaren trouwe dienst als eerste vallen onder de slopershamers.
Maar ja, de methoden van het schepen bouwen zijn zodanig gewijzigd, dat deze oven overbodig geworden was. Na een paar dagen kwam ook de schoorsteen aan de beurt. Hiervan moest nl. eerst de kop zijn gesloopt alvorens de heistelling met zijn 4½ tons blok kon beginnen met de inmiddels gearriveerde palen in de grond te tikken.
Gelijktijdig hiermede moesten de sporen worden opgeruimd, die in verband met de verlengingen niet gehandhaafd konden blijven, en putten worden gegraven ter plaatse waar de palen moesten komen in verband met de eventuele aanwezigheid van ketels, lucht- en waterleidingbuizen. Gedeeltelijk moesten deze worden opgegraven en omgelegd, en na al deze voorbereidingen arriveerde de heistelling om als eerste deel van zijn taak 25 betonpalen, lang 23 m en met een gewicht van 10 ton per stuk, de grond in te slaan. Dit eerste gedeelte omvatte de palen voor de verlenging van helling 3 en de kraanbaan. Het tijdstip hiervoor was zodanig gekozen, dat het heiwerk voor de kraanbaan-verlenging in het tweede gedeelte van de fabrieksvacantie viel. De bedrijfsleiding had nl. de eis gesteld, dat geen storing in het sectietransport naar buiten mocht optreden en daaraan hadden wij ons maar te houden. 

Bron: I.H.C. Het Zeskant november 1956
Foto: Collectie St. Erfgoed Werf Gusto / fotograaf: D.H. Allewelt
(de hellingen anno 2017)


Stichting Erfgoed Werf Gusto 2019

Translate / Vertaal »
Scroll Up