Vennoot Verschure (4) 1956


Verschure – Amsterdam

VAN EEN DRIJVENDE WERKPLAATS TOT EEN VEELZIJDIG BEDRIJF MET WERELDNAAM

Het zwerven langs de kaden van de onvolprezen Amsterdamse haven is altijd een aangename bezigheid geweest en zal dit voorlopig ook nog wel blijven.
De aantrekkingskracht van het immer wisselende panorama, de roezige bedrijvigheid en de machtige haveninstallaties is onweerstaanbaar. Peinzend kijkt men naar de kolossale kranen en de altijd weer merkwaardige drijvende dokken, naar de oceaanreuzen van de meest uiteenlopende grootte en vorm en naar de nu eenmaal bij het IJ behorende logge ponten en de dàar tussendoor schietende kleine bootjes.
Dit is het andere “Mokum”, waar de jachtige mens in deze rusteloze tijd zijn kleine of grote zorgen eens even in een kortstondige dagdroom kan vergeten.
Men kan dit in ‘t bijzonder ondervinden wanneer men in gezelschap van zeebonken over het water tuurt naar de wazige verten, die ongekende perspectieven openen.
Soms wordt men uit die droom gewekt door het doordringende geloei van een stoomfluit of door het gekrijs van een meeuw, die in majesteitelijke vlucht op het water neerstrijkt.
Ook de scheepswerven aan de overkant van het IJ, zo onverbrekelijk met het rijk afwisselende havenbeeld verbonden, oefenen een magische invloed uit.
Eén van deze werven is de Werf van Verschure.
Nu is het eigenaardige dat, wanneer men zo’n 30 à 40 jaar geleden zei, dat men bij Verschure werkte, er over het algemeen aan de Binnenlandse Stoomvaart Maatschappij van Verschure gedacht werd, zo nauw was destijds de naam “Verschure” met de “Binnenlandse'” verbonden en het is daarom wel interessant om de geschiedenis van dit bedrijf eens na te gaan en te zien hoe het ontstaan en gegroeid is.
Wij moeten dan zelfs teruggaan tot het Jaar 1908, dus nog vijf jaar voor de oprichting van het bedrijf.
De N.V. Verschure & Co’s Algemene Binnenlandse Stoomvaart Maatschappij onder Directie van o.a. de heer P. J. M. Verschure, had toen voor het onderhoud van haar schepen in het Oosterdok een drijvende werkplaats. Dit was een oude raderboot, waarin enige werktuigmachines, een klein kantoor en een magazijnruimte waren ondergebracht. Een oude petroleummotor dreef de werktuigen aan en er waren destijds iedere morgen heel wat kunstgrepen nodig om deze motor op gang te brengen. Op 23 november 1908 werd het eerste terrein, waarop thans de machinefabriek aan de Meeuwenlaan is gevestigd, van de Gemeente Amsterdam in erfpacht verkregen. Dit was het zogenaamde “Volewijckersland”‘, dat voor industrieterrein was opgespoten. Een landweg, welke ‘s winters alleen met baggerlaarzen begaanbaar was, gaf verbinding met de Willem­sluis en de Tolhuispont, toen nog een kettingpont, welke voor de verbinding met de stad zorgde.
Ter plaatse waar thans de grote lashal is, was een langshelling gemaakt, zodat de schepen, die daar afliepen, een uitloop hadden in het kanaal achter de ,,Kromhout” Motorenfabriek. Op deze helling werden de schepen ook naar boven ,.gemarteld” en de onderwaterreparaties uitgevoerd. In het jaar 1911 werd besloten het eerste vrachtschip, en nog wel voor eigen rekening, te bouwen. Behalve dit vrachtschip werd ook de eerste opdracht van derden, de stoomveerpont “IJ-veer 11” gebouwd, welke nog steeds in bedrijf is (1956!).
Waar nu de leerschool van de bankwerkerij is, was toen de afschrijfvloer en de zich thans onder de leerschool bevindende draaierij was toen de plaatwerkerij, waar als voornaamste werktuigen de slingerpons en de sÎingerschaar aanwezig waren. Dat het werken met deze thans voor onze begrippen antieke werktuigen een zwaar karwei was en menige zweetdruppel heeft gekost, laat zich wel begrijpen, want over hijskranen beschikte men in die tijd nog niet.
In 1913 werd door de Directie en Commissarissen van Verschure & Co”s Algemene Binnenlandse Stoomvaart Mij. besloten de fabriek en wat er bij behoorde in een afzonderlijke maatschappij onder te brengen. Nadat het terrein opnieuw vergroot was, werd op 30 april 1913 de nieuwe maatschap Verschure & Co’s Scheepswerf en Machinefabriek N.V. opgericht en de heer A. J. M. Verschure, die reeds enige jaren in het bedrijf werkzaam was, tot Directeur benoemd.
Aangezien het niet mogelijk was om grotere schepen te bouwen werd in 1915 een tweede terrein van de Gemeente Amsterdam in erfpacht verkregen, nl. het terrein aan de Zamenhofstraat (de vroegere Plaatijzer­weg) de zogenaamde “nieuwe werf”‘. De oude werf werd overgeplaatst, zodat op het terrein aan de Meeuwenlaan meer ruimte ter beschikking kwam voor de machinefabriek. 

De Machinefabriek

Op de werf aan de Zamenhofstraat bevinden zich thans drie hellingen met bijbehorende werkplaatsen en gebouwen, terwijl het drijvende droogdok voor schepen tot ca. 1700 ton draagvermogen hier zijn ligplaats heeft.
In de laatste van de achter ons liggende oorlogsjaren en ook daarna is men begonnen met het ontwerpen en fabriceren van geheel gesloten verticale snellopende stoommachines voor aandrijving van scheepshulpwerk­tuigen en tevens van horizontale stoom- en verticale elektrische duplex­pompen, waarvan er inmiddels reeds vele aan boord van diverse schepen en baggervaartuigen zijn geplaatst en hun deugdelijkheid in ruime mate bewezen hebben.

De werf aan den Zamenhofstraat in Amsterdam

Om het fabriceren van de hiervoor genoemde hulpwerktuigen zoveel mogelijk in, één fabriek te houden en ook om het kleine werk uit het bedrijf daar onder te kunnen brengen werd op l december 1950 De Machinefabriek Noordwijkerhout N.V., sedertdien algemeen bekend als de “D.M.N.”, opgericht.
Hiermede was aan de uitbreiding van Verschure echter nog geen einde gekomen. Om nog meer gelegenheid te scheppen voor het repareren van schepen werd in 1952 de “Oranje Werf” aan de Nieuwendammerdijk overgenomen. De “Oranje Werf”, die in november 1949 werd opgericht, werd geheel gemoderniseerd en op 21 maart 1953 opnieuw in bedrijf gesteld. Op de “Oranje Werf” bevinden zich een dwarshelling, lang 90 meter met zeventien hellingwagens, alsmede de nodige werkplaatsen waar schepen tot en met een gewicht van ca. 2500 ton onder handen genomen kunnen worden.
Uit het vorenstaande blijkt wel heel duidelijk, dat het gehele bedrijf, dat dus op vier afzonderlijke terreinen is ondergebracht, niet alleen een veelomvattend, maar vooral ook een wijdvertakt bedrijf is.
Behalve het bouwen van sleepboten, vracht- en passagiersschepen, drijvend- en stationair baggermaterieel met de daarbij behorende complete stoominstallaties en de hiervoor genoemde scheepshulpwerktuigen, kunnen tot de Verschure specialiteiten gerekend worden:
Drijvende kranen en graanelevatoren, pneumatische graansilo-installaties en Foster-Wheelerketels, welke in licentie worden gebouwd.
Van de gehele productie is ongeveer 90 % voor de export bestemd. Buiten de normale sociale voorzieningen om is de oprichting van de “Stichting Invaliditeitsfonds” op 24 maart 1947 tot stand gekomen en in de afgelopen jaren is wel bewezen, dat deze stichting door het personeel bijzonder op prijs wordt gesteld.

De “Oranjewerf” in Amsterdam

Als één van de eerste scheepswerven en metaalindustrieën in Nederland werd op 17 juni 1955 door de Directie van Verschure een Ondernemingsraad geïnstalleerd, die sedertdien eveneens zijn bestaansrecht op meer dan een terrein heeft bewezen.
Aan de vakopleiding wordt zeer veel aandacht besteed. Er zijn twee modern ingerichte leerscholen aan het bedrijf verbonden, waarin jonge werknemers opgeleid worden tot ijzerwerker in de scheepsbouw, plaat­- en constructiewerker, pijpleidingmonteur of bankwerkermonteur.
Om in de woningnood van het personeel enigszins te voorzien en ook al om op gunstige condities nieuw personeel te kunnen werven, zijn aan de Populierenweg in Amsterdam acht en twintig woningen gebouwd. Voorts zijn voor de industrieën in Amsterdam Noord in Purmerend momenteel tweehonderd woningen in aanbouw, waarvan er negentig voor Verschure bestemd zijn. Bovendien worden er momenteel voor Amsterdam Noord bouwplannen uitgewerkt waarin ook ca. twintig woningen voor Verschure opgenomen zijn.
Verschure heeft in zijn bestaan heel moeilijke tijden gekend, die door een gezamenlijke krachtsinspanning echter steeds weer konden worden overwonnen. De hardste klap kwam in de laatste oorlog, toen de Duitsers de hele zaak platgooiden. De loodsen werden vernield, de kranen werden opgeblazen en zelfs het stophout onder een in aanbouw zijnd 3000 tons schip werd in brand gestoken, woordoor ook de helling onbruikbaar werd.
Onmiddellijk na de oorlog werd aan de herbouw begonnen en reeds in het begin van 1947 kon een tinmolen voor de Billiton Mij. worden afgeleverd. Intussen werd hard gewerkt aan het verdere herstel, dat in zeer korte tijd geheel voltooid werd.
De outillage van het bedrijf werd in de afgelopen jaren waar nodig, gemoderniseerd en het aantal arbeiders, dat in de machinefabrieken en op de werven werk vindt, neemt nog gestadig toe.
Het bedrijf biedt aan ongeveer elfhonderd mensen werk en nog immer tracht men meer personeel te verkrijgen om de vele opdrachten. die zowel voor binnen- als buitenlandse rekening geboekt worden, zo snel en goed mogelijk te kunnen uitvoeren. 

Bron+Foto: I.H.C. Het Zeskant oktober / november1956
Fotograaf: Onbekend


Stichting Erfgoed Werf Gusto 2019

Translate / Vertaal »
Scroll Up