Polyester


Veelal wordt beweerd, dat de houten zeilsche­pen bemand waren met “ijzeren” zeelui, terwijl tegenwoordig de ijzeren schepen gevaren wor­den door “houten” zeelui.
De juistheid van deze vergelijking is natuurlijk ver te zoeken. Men vraagt zich wel af hoe de gebruikers van polyester vissersvaartuigen, jachten, marineschepen en loodsboten dan wel omschreven zouden kunnen worden!
Hoe het ook zij, de kunstharsen nemen tegen­woordig bij de bouw van kleine vaartuigen een belangrijke plaats in. Juist door de eenvoudige verwerking heeft de toepassing ervan een grote vlucht genomen.

Ook I.H.C.-jachten
Misschien is het nog niet algemeen bekend dat twee bedrijven van I.H.C. Holland ook polyester jachten fabriceren. Dit zijn Werf Gusto en Poly­boat (een afdeling van Verschure).
De methode van werken bij beide bedrijven is in het kort de volgende:
Van een nieuw type boot wordt eerst een houten model gebouwd. Van dit model op ware grootte worden twee halve mallen gemaakt van gewapend polyester. Worden deze twee mallen aan elkaar vastgemaakt, dan wordt in de zo gevormde kuip een romp gebouwd. Eerst wordt daartoe een laag “mat” neergelegd, die bestaat uit geweven glasvezels. Deze mat dient, net ais het betonijzer in bouwconstructies, om de nodige sterkte te geven. Over deze sterktelaag wordt een laag vloeibare kunsthars aangebracht, waaraan vlak van tevoren een stof is toegevoegd, die het hars snel doet harden. Deze gehele laag wordt met rollers aangedrukt om luchtbellen te verwijderen. Daarover weer een Jaag glasmat … kunsthars … inrollen en harden … enz. Aldus wordt de huid uit een aantal lagen glas­mat en kunsthars opgebouwd. En natuurlijk: hoe meer ‘lagen, des te groter de dikte en des te groter de sterkte!
Op andere mallen worden het dek en de op­bouwen, zoals tankdeksels, banken en schotten gemaakt en eenvoudigweg in de romp gelijmd. Het resultaat is een boot, die niet alleen sterk, maar ook elastisch is. Bovendien zó glad en zó strak als met een gelaste stalen boot moeilijk te bereiken is, en tenslotte absoluut geen roest en, als de kleur in de hars is verwerkt, geen schilderwerk.

Dat zijn ze dan
Bij de I.H.C.-werf Gusto worden alleen zeiljachten van het type “Sailmaster” gebouwd. Ze worden in drie maten vervaardigd: 45, 26 en 22 voet lang. Het grootste jacht is een uitstekende zeezeiler die bijzonder doelmatig is ingericht. Er zijn zes vaste kooien en twee schuifkooien in aangebracht. Het is ontworpen door een vooraanstaand Amerikaans Bureau, Sparkman & Stephens. In de kombuis staan een koelkast met een inhoud van 100 liter, een roestvrijstalen

aanrecht en een kooktoestel, dat niet met de slingeringen van het schip meebeweegt. De aftimmering en inrichting vindt eveneens geheel op de werf plaats. Aan dek wordt met teak, inwendig met mahonie afgetimmerd.
Een 25-pk dieselmotor zorgt voor de voortstu­wing in noodgevallen of bij windstilte, wat door iedere volbloed zeiler trouwens als een noodsituatie wordt gevoeld.
Het 26-voets zeiljacht (S26), ontworpen door de Amerikaanse ontwerper William H. Tripp Jr., is vorig jaar wat betreft inrichting en kiel gewijzigd. Daarom wordt achter het typenum­mer S26 de aanduiding Mark II gevoegd. Van de oude serie werden er in totaal 177 afgeleverd.
Van dit bijzonder mooie schip kunnen we de volgende punten noemen: er zijn vier slaap­plaatsen, het vooronder is gescheiden van de kajuitruimte; voorts zijn er een WC, een aan­recht met gootsteen en een drinkwatertank.
Het kleinste jacht (S22) werd ook ontworpen door Sparkman & Stephens. Dit jacht werd tot nu toe geheel door de werf Van der Giessen­ De Noord vervaardigd en wel in twee uitvoe­ringen: één met een grote kajuitruimte met vier slaapplaatsen en één als dagzeilboot (S22-D) met twee slaapplaatsen.
In het komende seizoen (1966) wordt dit tweede type door Werf Gusto speciaal voor de Amerikaanse markt gebouwd.

bron: I.H.C. Het Zeskant februari 1966


Stichting Erfgoed Werf Gusto 2020