Boorschip “Havdrill” te water


Op zaterdag 19 februari werd bij IHC Gusto het boorschip Hav­drill te water gelaten. De doopplechtigheid werd verricht door Mevr. lnger Malterud, echtgenote van de Noorse ambassadeur in Nederland. Nadat de doopvrouwe in vier verschillende talen de doopformule had uitgesproken, spatte de champagne tegen de boeg. Na een korte aarzeling gleed de Havdrill omstreeks half vijf soepel in het water.
Terwijl het gezelschap na het aanhoren van het Noorse en Nederlandse volkslied, zich naar het hoofdkantoor bewoog, waren nog vele Gustomedewerkers bezig om het schip naar de afbouwkade te manoeuvreren. Alles moest nog in gereedheid worden gebracht, zodat men maandagmorgen meteen kon beginnen met het plaatsen van de gehele accommodatie op het voorschip. De Havdrill is, evenals het vorig jaar afgeleverde boorschip Pé­lican, een booreenheid die ingezet kan worden bij het zoeken naar olie en gas in grote waterdiepten.

Hoofdgegevens
Het schip heeft voldoende voorraad om gedurende drie maanden continu te kunnen werken en hierbij 2 boringen van 5000 m te verrichten. De temperatuurcondities waaronder het schip kan werken, variëren van -15 °C tot +22 °C. De romp heeft bovendien een ijsversterking.
De hoofdafmetingen van het boorschip zijn:

Waterverplaatsing  ca. 16.000 ton
Lengte over alles  149 meter
Breedte 21,35 meter
Hoogte, inclusief boortoren 62 meter
Totaal geïnstalleerd vermogen ca. 18.000 pk
Snelheid- 16 knopen

Verplaatsing
De voortstuwing geschiedt door middel van twee verstelbare schroeven. Het belangrijkste aspect in het ontwerp van het boorschip is de dynamic positioning (DP). DP is een systeem, waardoor, zonder gebruikmaking van ankers, het vaartuig op de vooraf vastgestelde plaats kan blijven liggen.
Bij de Havdrill bestaat het DP systeem uit twee verstelbare voortstuwingsschroeven en een vijftal dwarsscheeps geplaatste schroeven in tunnels (thrusters), waarvan er drie in het voorschip en twee in het achterschip zijn geplaatst. De schroeven, die voortdurend draaien, krijgen hun commando’s van computers die achter het stuurhuis in een speciale kamer zijn geplaatst. Zodra het schip wil afdrijven, wordt dit voorkomen doordat met behulp van een akoestisch meetsysteem en een speciaal ontwikkeld regelsysteem de computers “bevelen” geven aan de verstelbare schroeven. Alle schroeven worden aangedreven door elektromotoren. De boortoren is nagenoeg in het midden van de scheepslengte geplaatst. Om de boortoren heen zijn alle uitrustingen voor het boren gegroepeerd. Daarbij behoort onder andere een duikerklok, die via een aparte schacht midscheeps tot ca. 300 m waterdiepte kan worden gevierd.

Bloemen werden de doopvrouwe aangeboden door Titia Smulders en Trudy van Dijk

Verdere automatische handelingen
Op het achterdek bevindt zich een “vertical pipe racking sys­tem”, dat de boorpijpen naar de boortoren voert. De aanvoer van de “casings” (stalen mantels om het instorten van het boorgat te voorkomen) geschiedt met speciale kranen vanuit de ruimen naar het voordek.
Op de boorvloer is een boormeesterscabine geplaatst, die geheel gesloten en airconditioned is. De cabine is draaibaar opgesteld en geeft door de verwarmde ruiten een goed overzicht op de boorvloer. Vanuit deze cabine kunnen alle boorhandelingen rechtstreeks of door monitors gecontroleerd worden. Dit geldt ook voor het dynamic positioning systeem.
Een tweetal deining-compensatiesystemen, die ook door IHC Gusto ontwikkeld zijn, zullen op en bij de boortoren geplaatst worden. Deze systemen zorgen ervoor dat zowel de boorstang als de riser op hun plaats blijven, ondanks de verticale deining van het schip.
De twee dekkranen, 1 van 40 ton op het voorschip en 1 van 25 ton op het achterschip, zorgen ervoor dat het schip zelfstandig kan laden en lossen. De gehele energievoorziening is in het achterschip geplaatst. Deze bestaat hoofdzakelijk uit 5 diesel generator sets van 3400 pk met bijbehorende schakelapparatuur, die de energie voor het hele schip opwekken. De elektrische centrale is geautomatiseerd en wordt bediend vanuit een controlekamer, die achter de hoofdmotoren is geplaatst.
Op het voorschip zijn de bemanningsverblijven gesitueerd, die een comfortabele ruimte bieden aan 80 personen. De brandstof voor het schip wordt ondergebracht in de dubbele bodem en in de zijtanks, die over de gehele hoogte en lengte van het schip doorlopen. Deze zijtanks vormen als het ware een dubbele huid zodat de gevolgen van ongelukken bij aanvaringen tot een minimum beperkt kunnen blijven. Om dezelfde reden is ook een dubbele huidconstructie rondom het boorgat aangebracht.
Op het achterschip is een helicopterdek aangebracht. Het boorschip zal deze zomer aan de eigenaars worden overgedragen.
Wij hopen daarna een uitvoerig verslag over het werken met een boorschip te geven. 

De “Havdrill” glijdt haar element tegemoet

Bron+Foto’s: IHC Het Zeskant maart 1973
Fotograaf: Onbekend


Stichting Erfgoed Werf Gusto 2019