Proefvaart Tweede Suez-Zuiger (Co. 337)


De 17de december 1957 was het zover, dat de tweede Suez-zuiger (C.O. 337) met de bijbehorende pijpleiding (C.O. 338) zouden worden beproefd. Enige dagen tevoren was bij de Werf Gusto, die de zuiger bouwde, de zandpomp reeds beproefd en ook de 48-urenproef van de machine-instal­latie was reeds achter de rug.
Vroeg in de morgen van de 17de december werd de zuiger door een sleepboot van Schiedam weggesleept naar het Hollands Diep, waar de beproeving zou plaats vinden. Daar arriveerden ook de drijvende pijpleiding en een walponton, die door L. Smit & Zoon zijn gemaakt. Zuiger, pijpleiding en walponton werden aan elkaar gekoppeld en toen was het zover, dat met het zuigen kon worden begonnen. Er was alleen geen landleiding, zodat alles, wat werd opgezogen, een eind verder weer in het Hollands Diep terecht kwam.
De drijvende leiding. die een diameter heeft van 750 mm, bestaat uit 48 secties, met een totale lengte van 600 m; dan volgt het walponton en daarop wordt de walleiding aangesloten, die op zichzelf een lengte van 400 m heeft. Er zijn twee walpontons; terwijl de éne wordt gebruikt, wordt de andere reeds opgesteld op het punt, waar de nieuwe aansluiting met de wal zal worden gemaakt. Op het ogenblik van overschakelen ligt de walponton met een stuk walleiding dus al klaar, zodat er geen tijd verloren behoeft te gaan.

Het testen van de zuiger Co. 337 en de persleidingen Co. 338 in het Hollands Diep

Voor de beproevingen arriveerden de 18de december de Commissie, die voor de opdrachtgever de beproevingen bijwoonde en de heren technici omstreeks 10 uur bij het haventje van Moerdijk, om vandaar met een bootje naar de zuiger te gaan. Het was bitter koud en de zon liet verstek gaan. Daarbij kwam nog, dat het mistig weer was, zodat men niet bepaald van een pleziervaart kon spreken.
Het verloop van de beproevingen stemde echter tot tevredenheid. Het cutteren en baggeren verliep vlot en zo ook het verhalen van het schip op de lieren. De paalwagen werd volop gebruikt en de snelheden daarvan en van de lieren voldeden aan de gestelde eisen. Ook de Alto-installatie, die de snelheid van de vloeistof en de concentratie daarvan aangeeft, gaf goede resultaten. Wel moest er even gestopt worden; het bleek dat een filter verstopt was. maar toen deze was schoongemaakt,  ging alles weer gesmeerd.
Dat alles zo bijzonder vlot verliep behoeft geen verwondering te baren wanneer men bedenkt, dat deze zuiger een zusterschip is van de Louis Perrier (C.O. 278) en dat dus enkele “kinderziekten”, die zich bij de Louis Perrier hadden voorgedaan, nu konden worden voorkomen. Er zijn slechts enkele verschillen met de eerste Suez-zuiger. Zo geschiedt het hijsen en laten zakken van de cutterladder bij de tweede zuiger door middel van een afzonderlijke lier, hetgeen rustiger werkt dan bij gebruik van een centrale lier, zoals bij de eerste zuiger. Een andere afwijking is, dat – indien dit nodig mocht zijn bij grote reparaties – de waaier, resp. de zandpomp zelf, door een schacht, die tot het bovenste dek doorloopt, buiten boord gebracht kan worden.
De Technische Commissie van de I.H.C. en verschillende directieleden van de Vennoten toonden zich zeer tevreden. Deze heren waren op 19 december aan boord gekomen. Het was toen prachtig weer en de zon scheen helder over het Hollandse landschap, dat de eerste dagen niet te zien was geweest door de mist. Alles bij elkaar dus een goede dag voor de I.H.C. en voor de vennoten Werf Gusto en L. Smit & Zoon in het bijzonder.
Nu nog enkele technische gegevens. Het schip is uitgerust met een door een turbine aangedreven pompinstallatie met drie Porster Wheeler water­pijpstoomketels, stoomdruk 30 atm., met een geheel automatisch regelbare oliestookinrichting. Het totale machinevermogen beloopt ruim 4000 pk. Na afloop van de beproevingen keerde de zuiger naar Schiedam terug en de pijpleiding naar Kinderdijk. Nog enkele kleine voorzieningen moeten worden getroffen en dan vertrekken zuiger en pijpleiding naar Egypte. En de I.H.C. zal dan weer een belangrijke opdracht tot een goed einde hebben gebracht. 

Tekst: W. (Gusto)
Bron+Foto: I.H.C. Het Zeskant januari 1958
Fotograaf: Onbekend


Stichting Erfgoed Werf Gusto 2019

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *