Technische Proefvaart “Straat Torres” (1956)


Twintig september 1956: de dag, waarop ik voor het eerst eens mee zou gaan met een echt groot zeeschip op de echte grote zee. Jonge, wat een belevenis. Al dagen van te voren had ik een schietgebedje opgezon­den voor een beetje hebbelijk weer, want ik had al meermalen gehoord van die grote golven en brrr, dat is niks voor mij. Maar de weergoden waren ons welgezind. Zonovergoten brak de bewuste dag aan en het begon al zo royaal. Een grote touringcar, die z’n beste dagen al achter de rug had, maar ons toch meerdere plaatsen per persoon bood, bracht ons naar de Lloydkade te Rotterdam, waar we ons aan boord moesten begeven.
Het is een en al bedrijvigheid door de laatste werkzaamheden, die nog verricht moeten worden en ondertussen loop je dan wat rond en praat wat met oude kennissen, die je bij dergelijke gelegenheden weer tegenkomt. Onwillekeurig gaat je blik over de Rotterdamse havens en als altijd is dat een boeiend schouwspel: de rivier met z’n sleepboten, coasters, Rijnaken, grote en minder grote zeeschepen. Dat alles doet je beseffen hoe hier Rotterdam groot geworden is. Wat een drukte en beweging. Als je het zo eens aanziet, doet het toch wel prettig aan, die drukte, vooral als je zelf een dag tegemoet gaat van zo’n beetje luieren, over de railing, hangen (.maar dat kan onder bepaalde omstandigheden ook erg onprettig zijn. Red., sigaartje sigaretje, koffie met koek, thee enz. alles op z’n tijd voor je klaargemaakt en zelfs bij je gebracht. Niet gek, he?
Ongeveer op de afgesproken tijd worden de trossen losgesmeten en komt er beweging in het schip. Eerst kalmpjes aan, maar allengs sneller varen we richting Hoek van Holland en passeren de diverse havens en kaden van de Maasstad, waarna we Schiedam naderen en de werf passeren. Met gefluit en gezwaai worden we begroet en ik heb er zo’n idee van, dat er in tal van gevallen 5 minuutjes “arbeidsproductiviteit”‘ verloren gegaan zijn. Maar ja. voor zo’n schip mag dat ook wel!
Van de rivierzijde krijg je toch wel weer een heel andere kijk op de werf. Het is net, of je dit alles voor het eerst ziet en mijn indruk was die van een zekere leegte. Er lag wel een schip in de haven en er lag een schip in aanbouw op de helling, maar op zulk een uitgestrekt terrein verwachtte ik eigenlijk méér. Het is ook mogelijk, dat de fabriekshallen op de achtergrond van de rivier af gezien niet voldoende uitkomen. Waar het nu precies aan ligt weet ik niet; ik kan er althans geen antwoord op vinden. En het is op zo’n mooie zomerse dag misschien ook te veel gevraagd er een antwoord voor te gaan zoeken. We varen intussen door en zien nog verschillende scheepswerven, het mastbos van schoorstenen bij Pernis en nog vele andere industrieën langs de Waterweg. Er zijn veel schepen op de rivier en we ontmoeten nog een baggermolen, die meer weg had van een paalwoning. Dan bouwt de Gusto ze toch anders!
Inmiddels is de koffie rondgediend en dan wordt het tijd voor de sloepen­rol. Het is leuk om dat eens mee te maken. Niet vanwege het zwemvest en het nummer van de sloep, waarbij je bent ingedeeld, oh nee. Het vermakelijke schuilt in de gezichten, die je dan in alle soorten kunt bestuderen. De een trekt het zwemvest zonder meer over zijn hoofd en rijgt het aan en de ander probeert het ondersteboven! Dan zijn er nog altijd mensen, die zich generen, dat ook zij zo’n ding om moeten doen. Maar al lijkt het dan misschien een beetje “flauwekul”. ik geloof toch niet, dat het zonder reden voorgeschreven is. Het mooiste van alles was, dat bij de sloep een stapel zwemvesten lag en vlak daarbij in de buurt een stel rieten dekstoelen. Kennelijk was er gerekend op mooiweer­zeelui. Maar gemakkelijk was het wel.
Verder varend zien we dan hier en daar een torentje met radarscanners op. Alweer een teken van voortvarendheid langs de Waterweg! Dan zien we een gedeelte van de eenmaal zo befaamde Atlantikwal, dat nog steeds niet afgebroken is. Maar och, zolang het niet in de weg staat zullen we er ons niet druk over maken. Dan varen we tussen de pieren van Hoek van Holland door en komen op de zo bekende Noordzee. Hangend over de railing en starend over die wijde watervlakte sta je dan te mijmeren en zou je alles om je heen vergeten. Maar dan schiet het je ineens weer te binnen, hoe de -collega’s nu aan het werk zijn en hoe je zelf de volgende dag weer aan het werk zult zijn. Hoe je horizont weer beperkt zal worden tot een tekenbord van I½ x I m.; hoe in plaats van door de zilte zeelucht je neus weer geprikkeld zal worden door opgespaarde luchtjes en stof. achter ramen, die een doorlopend object van dispuut vormen e.n hoe de ventilatie op de Noordzee toch beter geregeld is dan onder dat zonovergoten dak van de tekenkamer. Wat een pracht gelegenheid om in die grote ruimte je hart eens te luchten! Ik had hier maar net de tijd voor, want het ratelen van de ankerketting brak mijn mijmeringen af en gelukkig maar. Wie weet wat er nog meer gemijmerd had zullen worden? Inmiddels waren de ankerproeven begonnen. Om het voor iedereen duidelijk te maken wil ik U vertellen, dat de hoofdproef bestaat in het gelijktijdig hieuwen van twee ankers met elk 75 vadem ketting. Nou, daar gaat-ie dan! Of nee, toch niet, want om de ankers te hieuwen zul je ze toch eerst moeten laten vallen en dat is zo één, twee, drie nog niet gebeurd. Daar komen loods, stuurman, bootsman, diverse helpers, fluitjes en telefoontjes naar de brug aan te pas. ‘s Jonge, jonge, wat een werk is dat. Als een kip een ei kwijt moet, zoekt ze eerst een half uur naar een geschikt plaatsje en dan plop “het ei”. Zo gaat het ook met de ankerproef.
Het hieuwen van de ankers kostte minder moeite dan het laten vallen en dan denk je nog wel, dat het vallen vanzelf gaat. Maar ja, in alle scheepsbestekken wordt gesproken over het hieuwen van ankers en waarom zul je je dan druk maken over het laten vallen?
Na deze zeer geslaagde proef werd er rondgeroepen, dat de volgende proef genomen zou worden in de eet- en rooksalon en hier kon je werkelijk zien, dat er verschillende oude rotten in het vak waren, die een schat aan ervaring hadden opgedaan en nog wel zonder stopwatch! Jongens, wat ging dat vlot. De ene proef na de andere werd genomen en allemaal tot tevredenheid van de proevers. Vandaar, dat spoedig de lunchpakketten werden uitgedeeld en de inwendige mens weer op normale toeren werd afgesteld.
Na deze noodzakelijke onderbreking werd begonnen aan de stuurproe­ven, die vlot verliepen en zoals gewoonlijk bestonden uit roer van boord tet boord ronddraaien, zig-zag varen enz. Al met al waren we op het tijdschema vóór; wel een bewijs, dat er goed gewerkt was met het op- en afstellen van de verschillende machinerieën. Alle hulde aan onze monteurs!
Er werd nu nog wat rond gevaren op de Noordzee en als je ziet, hoe kalm en rustig alles verloopt, dan denk je: Nou, dat varen daar is ook geen kunst aan. Je trekt maar aan een handle en je vaart harder of zachter, je stelt de automatische piloot af en het schip vaart de verlangde koers; de radar waarschuwt als er iets in de weg komt, het echolood zorgt dat je niet aan de grond loopt enz. enz. Maar ik geloof toch, dat het moeilijker is.
Om 4 uur precies zijn we weer binnen de pieren van de Hoek van Holland en de loods stond zich op de borst te kloppen van ,,Zie je nou, precies volgens het tijdschema!” Maar ook een kunst: de Hoek van Hol­land lag nog precies op dezelfde plaats, waar we het ·s morgens gelaten hadden.
De Waterweg laat ons dan met zijn vele inkomende en uitgaande schepen zien hoe bedrijvig het inmiddels gebleven is. We waren het daar op de Noordzee in die wijde, stille ruimte haast vergeten. Bij Maassluis werd er gedraaid, daar het schip nog twee dagen weg moest. We werden met de sleepboot van boord gehaald en terwijl we stonden te kijken, wie er alzo de statietrap afkwamen, werd de vraag gelanceerd, of nu al die mensen aan de bouw van het schip hadden meegewerkt. Misschien wel… misschien niet. Er zijn nu eenmaal mensen, die een schip bouwen en er zijn mensen, die mee gaan spelevaren! ‘t Is maar de vraag, of je van de ene kant van de weegschaal naar de andere kunt komen. Ik voor mij had tenminste een prachtige dag gehad en zo waren er velen. Touringcars brachten ons tot besluit naar huis toe. Een prettige dag, maar ook een nuttige dag. Op vele punten leerzaam, leerzaam vooral voor jongere mensen, die naar ik hoop ook eens de gelegenheid zullen krijgen met een proefvaart mee te gaan.

Tekst: v. Dr. 
Bron+Foto: I.H.C. Het Zeskant oktober 1956
Fotograaf: Onbekend


Stichting Erfgoed Werf Gusto 2019

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *