Hoog water bij Gusto

Een scheepswerf bouwt men nu eenmaal niet midden op de heide; dat staat vast. Een scheepswerf ligt aan het water, Het water, dat door de eeuwen heen een vriend en een vijand van de bevolking is geweest. Een vriend, omdat het ons volk in staat stelde door scheepvaart en handel een invloed­rijke natie te worden. Een vijand, omdat het steeds weer het laaggelegen, door dijken beschermde land bedreigde.
Februari 1953! Hoe vers ligt ons de alles overrompelende aanval. die het water toen op ons land deed, nog in het geheugen! We schrijven nu December 1954: de weerberichten worden slecht. Noordwesten wind, harde Noordwesten wind, storm uit het Noordwesten, harde storm uit het Noordwesten.
Wanneer de werkers van de Werf Gusto in Schiedam naar de Maas kij­ken, zien ze, dat het water een hoge stand heeft. Zal het nog hoger komen?
Het is 23 December 1954. Directie en bedrijfsleiders houden krijgsraad. De Veiligheidsinspecteur en zijn mannen zijn druk in de weer. Het water stijgt. Waar nodig worden de vloedplanken aangebracht en versterkingen met zandzakken opgeworpen. Tegen twee uur komt het water opzetten. Het stijgt en stijgt. De hellingen staan reeds onder water. Van kwartier tot .kwartier, van minuut tot minuut wordt de waterstand gecontroleerd. Het wordt duidelijk, dat de vloed op den duur niet te stuiten zal zijn.
Het nemen van de nodige veiligheidsmaatregelen is in volle gang. Alle lasmachines worden hoog en droog opgesteld; daaraan kan het water geen schade meer aanbrengen. Van tal van machines worden de motoren los­gemaakt en ia veiligheid gebracht. Is dit niet mogelijk, dan worden be­schermingen van zandzakken om de machines gebouwd en pompinstallaties aangebracht om het doorsijpelende water weer weg te pompen.
En nog steeds stijgt het water. De Machinehal is dank zij de vloedplanken en de zandzakken tot nog toe droog gebleven, maar nu begint het water onder de muren door te komen. Het is niet mogelijk daartegen afdoende maatregelen te nemen en na korte tijd staat de Machinehal blank. Overal zijn de mannen in de weer om nog te redden, wat er te redden ls. ’t Is haast overal onbegonnen werk. Tegen de kracht van het water is niets bestand. Het is nu drie uur en volgens de getijtafel zal het pas om kwart over vier hoog water zijn. Alsof het nu al niet hoog genoeg staat!
Er heerst een voelbare spanning. Zal de ramp van Februari 1953 zich herhalen?

Werf Gusto onderwater in januari 1955

Dan klinkt er een alarmkreet door het kantoorgebouw. De kelder, waar zich het Directie-archief en de voorraden drukwerk en kantoorbehoeften bevinden, loopt onder water. Van alle kanten komen de beambten toe­lopen: tekenaars, correspondenten, boekhouders, mensen van Inkoop en Loonafdeling, alles gaat aan het werk. In een oogwenk is er een levende ketting gevormd van de kelder, over de trappen, naar de eerste verdieping, waar een grote hal is. En daar gaan de eerste pakken drukwerk; door­geven. Achter in de kelder staan de mannen tot de enkels in het water. Eerst wordt het meest bedreigde punt leeggemaakt. Het lukt. Zo af en toe valt er wel eens een pak in het water, maar dat hindert niet. Laat maar liggen: volgende pak.
Het gaat nog niet snel genoeg. Een tweede levende ketting wordt gevormd en nu gaat het beter. Tempo, tempo! Inmiddels lopen de werklieden met zandzakken naar binnen en barricaderen de zwakke plaatsen.
We beginnen nu op te schieten en ja, na een half uur is die gehele archiefruimte leeg. Prima werk, mannen!
Dan gaan we eens in de Constructiehal kijken. Gewerkt wordt er niet meer. De arbeiders drommen samen op de nog droge gedeelten. Overal spanning op de gezichten; wat zal het worden? Inmiddels zit de Loonafdeling met de grootste moeilijkheden, want er moet die dag nog loon worden uitbetaald en de normale uitbetalingsplaatsen zijn onbereikbaar. Er moet dus geïmpro­viseerd worden en het lukt.
Het is inmiddels vier uur geworden en het water begint iets terug te lopen. Teruglopen? Hoe kan dat? Het is toch pas om kwart over vier “hoog water”! Later blijkt, dat het doorbreken van een dijk in de buurt de oor­zaak van het zakken van het water is geweest. Even later komt het weer opzetten.
Kwart over vier. Zal het nu zakken? Nog niet. Eindelijk, tegen half vijf komt de kentering. Het ergste is voorbij; een zucht van verlichting komt over de lippen.
Dan gaat de telefoon. Achter op de werf zitten nog vier man in de schil­derswerkplaats geïsoleerd. Rustig wachten, mannen; het water zakt en zodra mogelijk komt er hulp. En hoe staat het met de afdeling Mechanische Boekhouding? Er zitten nog vijftien dames vlak bij de rivier op de eerste verdieping van een der gebouwen; afgesloten van de wereld. Een man met zes paar hoge waterlaarzen wordt er heen gezonden. Eerst zes dames in veiligheid brengen, dan met de laarzen teruggaan er er weer zes halen en dan de rest en de mensen uit de schilderwerkplaats. Terwijl men daar­mede nog bezig is, rijdt een vrachtwagen voorzichtig door het geïnundeerde gebied en daarmede worden de laatste geïsoleerden weggehaald. Allen zijn in veiligheid!
De nodige maatregelen voor de nacht worden getroffen. Tegen zes uur gaan we naar huis. ’t Is een spannende dag geweest, maar een catastrofe als in 1953, neen. dat niet! Natuurlijk is er schade aangericht, maar die kan binnen niet al te lange tijd worden hersteld.
Als we ’s avonds tegen tien uur nog even de werf oplopen, wordt er in de constructiehal en aan boord van de schepen al weer gewerkt. En de weerberichten zijn wat gunstiger. Thuis horen we nog even de laatste radio­berichten: Geen nationale ramp. Goddank!

* Naschrift Redactie: Ook LSZ, J&K, en Dé Klop werden door de hoge waterstand belaagd. De Noord en de Merwede overspoelden ook daar de werfterreinen, zonder dat dit echter catastrofale vormen aannam. Dit be­wijst echter wel, hoe zeer wij in ons waterland steeds op onze hoede moeten blijven. 

Bron+foto: I.H.C. Het Zeskant januari 1955
Fotograaf: Onbekend


Stichting Erfgoed Werf Gusto 2019