Een reis om de oude Wereldzee (2)


De reis gaat verder: Rome – Brindisi – Corfu – Athene – Istanbul – Antalya. Het is 17 October 1953 als dit laatste traject wordt gevlogen. Het scheelde niet veel, maar we hebben niet in de kast gezeten en we hebben gelukkig geen kennis gemaakt met de Turkse contra-spionnagedienst. Hoeveel het gescheeld heeft, weten we niet, maar het was toch een gekke gewaar­wording, toen we – na enkele dagen in lstanbul geschuild te hebben voor slecht weer – op ons verzoek naar Smyrna te mogen vliegen, een telegram van de Verkeersleiding te zien kregen, waarin men informeerde: “Welk toestel is dat? Houdt hen vast. We weten van niets!”‘ En toen pas schoot ons te binnen, dat we vergeten waren de noodzakelijke toestemming om Turkije binnen en over te mogen vliegen, aan te vragen. En voor ons doemden Turkse kerkers op, met karige rantsoenen van water en brood. Wij riepen de hulp en steun in van de KLM en de Nederlandse consul en binnen twee dagen hebben we de toestemming. Maar niet om naar Smyrna te vliegen, wegens de geheime militaire doelen. Men gaf ons de raad naar Antalya te vliegen. Daar heerste bij de havenmeester groot enthousiasme, want hij had in de laatste jaren geen sporttoestel meer gezien. Op een vraag naar benzine steeg zijn enthousiasme tot een ongekend hoog peil. “Natuurlijk!'” En hij toonde ons de vaten, die daar lagen opgeslagen. “Ik stuur een vrachtwagen naar de stad en ze komen vol terug.” Achterdocht steeg in ons op en kreeg gelijk: autobenzine! Nergens vliegtuigbenzine. “Maakt U zich geen zorgen, ik krijg het wel.” Een kwartier later liet hij een telegram zien, waarin Ankara meldde, dat het laatste vliegtuig, dat dit jaar Antalya zou aandoen. 100 liter extra zou worden meegegeven en of wij maar voor een pomp wilden zorgen om de benzine over te pompen. En zo lopen we hier als een vrij man, met een pomp in de hand. De volgende dag naar Adana, waar bij de hotelhouder in gebarentaal zó duidelijk naar eieren werd gevraagd, dat een kip werd opgediend! We waren moe en gingen om half elf naar bed. We zagen echter geheim­zinnige schaduwen over de gordijnen glijden. We werden bespied! We beraamden een list om de nieuwsgierigen te verjagen. De een zou het raam opengooien en de ander zou een ,,boe!” laten horen, waaraan de seis­mografen de handen vol zouden hebben. Maar het “boe!” werd ingeslikt, want op het kritieke ogenblik stak een beer zijn kop naar binnen! Toen we een kwartier later, bij wijze van spreken, onder het bed vandaan kwamen en de binnenplaats eens overschouwden, wandelde daar de hele berenkooi van Artis rond tussen een aantal slapende Turken, die het binnen te warm vonden. We hebben de ramen maar dichtgedaan. Een van die Turken mocht eens naar binnen komen. Verder gaat het: Adana – Beirouth – Kairo – Mersa Matroe – Benghasi – Tripolis – Gabès. Gabès, d.w.z. een watervlakte, waaronder het vliegveld scheen te liggen. Een rode lichtkogel, afkomstig van een politiejeep, kwam ons vertellen, dat we beter in de lucht konden blijven dan landen. En toen we na een paar cirkeltjes tóch gingen landen, had men de slechte smaak om de ambulance naar buiten te rijden en de brandweerauto. Alsof het water in onze handen niet voldoende was om een begin van brand te blussen. We zetten het toestel neer op het puntje van de startbaan en……….

wordt vervolgd!

Bron+Foto’s: I.H.C. Het Zeskant augustus 1955
Fotograaf: Onbekend


Stichting Erfgoed Werf Gusto 2019

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *