Een EEUW GUSTO: (II)

Smulders-dynastie in Schiedam

HET PORTRET hangt in een van de met hout betimmerde zaal-kamers van het hoge, statige pand in Schiedam dat de werf Gusto huisvest. De krachtige man kijkt met de blik van een veldheer naar beneden: daar krioelen — zichtbaar hoge ramen — de werklieden druk door elkaar, bezig met de bouw van schepen, pontons, baggermolens. De werf is in druk bedrijf: slechts af en toe blikt iemand naar het portret, dat daar hangt als een visitekaartje uit het verre verleden. Niettemin blijft het portret tekenend en verantwoordelijk voor de sfeer, die hier op een van Nederlands grootste, oudste en bloeiendste scheepswerven te vinden is. Een sfeer van voornaamheid, degelijkheid, kalme bedachtzaamheid. Kijk naar de strakke ogen en ge weet, dat het intellect was, dat zich hierin weerspiegelde en kijk naar die naar achteren gebogen schouders en de houding van de handen: het is pure kracht, die hier door het penseel werd vastgelegd. En kijk naar de brede, imposante baard en ge begrijpt, dat portret en bedrijf passen in een sfeer van kranige kerels.

A.F. Smulders (1838 – 1908)

De man – statig als een typisch negentiende-eeuwse patriarch – is A.F. Smulders, stichter van de Werf Gusto, welke nu precies honderd jaar bestaat. Op 11 september 1862 trouwde Augustinus Franciscus Smulders met Catharina Maria Westerlaken –Gus en Kato: de Werf Gusto had een naam. Het bedrijf werd opgericht in den Bosch en groeide in Tilburg: in Schiedam – destijds nog klein van omvang en geschokt, omdat het aantal branderijen in een korte spanne tijds van vierhonderd naar honderdvijftig was teruggelopen – kwam het bedrijf van Smulders tenslotte tot grote bloei. Dat was in 1905, toen er van een druk scheepvaartverkeer op het water bij Schiedam nog geen sprake was.

Nu varen ginds op het water, de schepen af en aan. Op de werf wordt druk gewerkt. De leiding is in handen van twee nazaten van de oprichter, Guus Smulders, de commerciële directeur en Henri Smulders, technisch directeur. 

Als deze week H.M. de Koningin op bezoek komt, zullen zij het druk krijgen. Doorgaans is er alleen bij tewaterlatingen sprake van druk bezoek: op andere dagen verlopen de activiteiten, althans voor de buitenwereld, in stilte bij deze gesloten familie N.V. De statige rust, typerend voor bedrijven met een historische achtergrond, wordt echter meer en meer verbroken, niet alleen door het rumoer van het jubileum, óók door de noodzaak iets harder te gaan praten teneinde zich in de moderne samenleving, die steeds meer kabaal produceert, duidelijk verstaanbaar te kunnen maken.

Met zaken-doen heeft dit allemaal weinig te maken. De geïnteresseerden worden ontvangen in de fraaie kamers waarin een waardige stilte hangt en waarin het rustig praten is. Zij worden geïnviteerd in de imposante showroom, waar de unieke modellen staan van de schepen, baggermolens en andere producten, welke door de Werf Gusto in Schiedam werden gebouwd.

De eerste stoommachine gebouwd door A.F. Smulders

De stoommachine uit 1862 (nog in Den Bosch vervaardigd) staat er naast de prachtige drijvende kraan, die in 1908 voor Argentinië werd gebouwd. Een baggermolen, waarvan de grote broer thans nog in Rusland te vinden moet zijn, prijkt in een glazen stolp naast de „Venezia”, een gigantische baggeraar die in 1909 voor Italië werd gemaakt. Fascinerend is het model van het kunstmatige eiland Seashell, dat in de Perzische Golf staat. Kleine scheepjes: de grote kolossen zijn verderop te vinden, ginds, op de zeven wereldzeeën. Maar de modellen zijn door uitvoering en kwantiteit indrukwekkend genoeg om de toeschouwer, klant en koper te boeien, te imponeren, te overtuigen. En daarbij wordt dan vaak eenvoudig gezwegen.

‘Liever iets speciaals dan iets heel geweldigs’

‘Wij zijn niet zo, dat wij ons op gezette tijden op de borst slaan’, zegt Henri Smulders, en hij duidt daarbij onmiskenbaar op collega-scheepsbouwers uit de omgeving Het is een van de eerste malen, dal hij een persconferentie presideert: hij doet het rustig en beschaafd. Men zit aan een prachtige eikenhouten tafel tussen houten wanden en hoge ramen. Op de parketvloer staan houten banken: portretten staan gevangen onder hoge glazen stolpen. De telefoonkabel komt als een nauwelijks geaccepteerd anachronisme langs een balk uit het plafond zakken: in een roodfluwelen kistje zit iets verborgen, maar we durven niet te kijken wat het is.

Intussen zegt Harrie Smulders vele dingen en gelukkig heeft hij niet de gladde ontwijk-routine over zich, die gesprekken met persconferentie-professionals zo stierlijk vervelend kunnen maken.

— Beslist, er zullen dit jaar en het volgend jaar nog harde klappen gaan vallen in de scheepsbouwwereld. Misschien, dat we daarna weer zullen terugkeren naar een normale toestand.
— Je moet niet zeggen dat je ‘vol bezet’ bent, als je met verlies werkt.
— Steeds opnieuw werk aannemen dat verlies oplevert is als het geven van injecties aan een stervende: je stelt uit, maar dat is ook alles.
— Alles investeren is ook niet goed: je hebt een financieel ‘kussen’ nodig als buffer.
— De omvang van het schip is niet zo geweldig belangrijk. Ik geef niet zoveel om tonnage. Ik bouw liever iets héél kleins dat héél speciaal is, dan iets geweldigs, dat in feite niet meer is dan een dikke trommel met een motor (bedoeld is een tanker).
— Inkrimping van je personeel is het opvoeren van je onkosten en dat is héél vervelend.
— Als er in deze dagen een schip moet worden gebouwd, zit je er met z’n twintigen bovenop.
— Ik zeg altijd: degene die zich vergist in de calculatie, die hééft het.
— Amerikanen: het is moeilijk om aan die mensen iets te verkopen, als je geen groen paspoort hebt.

We praten verder over een eeuw Gusto en over wat er in zo’n eeuw allemaal veranderen kan. En over de nieuwste producten van het bedrijf, die een buitenstaander alleen maar ontzag kunnen inboezemen. De grootste portaalkraan van Europa voor de bouwput in het Haringvliet, de basculebrug voor van ‘Brienenoord’, draagvleugelboten en de metaalconstructie voor Nederlands hoogste schoorsteen (een gevaarte van 175 meter), zware, zelfvarende kranen voor de havens van Londen en Calcutta, constructies voor de Hoogovens, hefpontons voor Rijkswaterstaat. Een ‘zwaar’ programma, zonder twijfel.

Dan keren we terug bij het portret. Smulders wijst er op en zegt:
— Als we hier Engelsen op bezoek krijgen dan zeggen ze: ‘A real empire-builder …’.
— De Duitsers kijken vol ontzag naar boven en zeggen: ‘Richtig, ein Krupp-figur’ en de
— Nederlanders zeggen: ‘Dat zal vast een héél lastige man zijn geweest’.

Lachend kijken we op naar het portret: maar die blik die we daar ontmoeten doet ons beseffen, dat men in de kantoren van de Werf Gusto om dit soort mopjes ten hoogste mag glimlachen.
De schaterlach is voor de stunt-boys: bij Smulders heeft een geamuseerd ophalen van de wenkbrauwen tenminste een soortgelijke waarde.
Men kan de geest van deze tijd goed verstaan en toch handelen, zoals de oprichter dat honderd jaar geleden zou hebben gedaan. En dat gebeurt bij Gusto.

Bron: Nieuwe Schiedamsche Courant | 1962 | 12 september 1962 
foto’s: Gemeentearchief Schiedam | Stichting Erfgoed Werf Gusto
fotograaf: Onbekend


Stichting Erfgoed Werf Gusto (2017)