De ‘opstart’ in Slikkerveer.


Beproeving van werktuigen vervaardigd aan de scheepswerf “De Industrie” van de firma
A. F. Smulders te Slikkerveer. (1894)

Bnr. 211 & 212 – foto: Collectie J. Smulders / A.F. Smulders

In de laatste weken had in de nabijheid van Rotterdam de beproeving plaats van verschillende werktuigen, welke door de firma A. F. Smulders te Slikkerveer voor rekening van de Braziliaansche Regeering waren vervaardigd. De werktuigen bestonden in: 2 zeewaardige stoom-hopperbarges (Bnr. 211 & 212), dienende tot het vervoer van gebaggerden grond en 1 zeewaardigen baggermolen (Bnr. 210) . De hopperbarges hebben elk een laadvermogen van 250 M3. of 450 ton en zijn voorzien van eene compound stoommachine van 180 pk., waardoor zij in staat zijn onder eigen stoomvermogen de reis van Rotterdam tot het zuidelijkste punt van Brazilië in betrekkelijk korten tijd af te leggen. De eerste hopperbarge volbracht dan ook reeds de reis in 27 dagen, zonder eenigen tegenspoed te hebben gehad.

Bnr. 210 – foto: Collectie J. Smulders / A.F. Smulders

De inrichting dier schepen is eens zoodanige dat de grond, waarmede zij geladen zijn, dwars door den bodem van het schip heen zich in zee of op de bestemde plaats lost. Na de lossing worden de kleppen, waarmede het laadruim van onderen voorzien is, weder gesloten en kan het schip opnieuw geladen worden.
Bij de beproeving werd ruimschoots aan al de bij contract gestelde eischen voldaan.
De zeewaardige baggermolen is een van de grootste in zijn soort en evenzoo van haar eigen stuwschroef voorzien. De machine, dienende om haar schroef in beweging te brengen, is evenals die der hopperbarges van het compound-systeem met oppervlaks condensatie en ontwikkelt een vermogen van ruim 250 pk.
De boventrommel, waardoor de emmerketting in beweging gebracht wordt, ligt op ruim 8 M. boven den waterspiegel, terwijl het werktuig op 12 M. beneden de waterlijn moet kunnen baggeren.

Het geheele vaartuig is door middel van eene direct-werkende dynamo electrisch verlicht, waartoe 2 booglampen, elk 2000 kaarsen sterk, en 50 gloeilampen, elk van 10 kaarsen, worden gebruikt.
Uit de inrichting van het schip zelf blijkt wel dat het voor eene Regeering gebouwd werd, aangezien het bureau van den ingenieur, hetwelk zich aan boord bevindt, benevens de hutten voor officieren en bemanning alle zeer keurig zijn bewerkt en van alle gemakken voorzien. Behalve de hierboven genoemde hoofdmachine bevat het werktuig nog zeven twee-cylinder-vormige hulpstoomwerktuigen, te zamen een vermogen bezittende van 140 pk. Tijdens de beproeving bleek niet alleen dat het opbrengst-vermogen meer dan voldoende was, wijl er ongeveer 400 kub.M. grond op eene diepte van ruim 12 M. beneden de waterlijn, per uur, werd gebaggerd; doch tevens dat de vaarsnelheid van het vaartuig de verwachtingen verre overtrof.

Bnr. 287 – foto: Collectie J. Smulders / A.F. Smulders

Aan bedoelde werf is thans nog in constructie: een geheel uit staal te vervaardigen drijvend-droogdok (Bnr. 287), waarin 2 pompwerktuigen, hebbende elk een vermogen van 100 pk.
Dit dok, hetwelk voor rekening van de Portugeesche regeering gebouwd wordt en bestemd is voor de haven van Loanda aan de westkust van Afrika, moet in zijn geheel van Slikkerveer daarheen worden overgebracht. Het dok heeft een lengte van ruim 60 M. , bij eene breedte van ruim 22 M. , terwijl de hoogte van den onderkant der pontons tot aan den bovenkant der zijkasten ongeveer 10 M. bedraagt.
De constructie is eene zoodanige dat een gedeelte van den dokvloer in het dok zelf kan worden gedokt en gerepareerd, waardoor het groote bezwaar van reparatiën beneden de waterlijn, waaraan de meeste drijvende dokken onderhevig zijn, vermeden is.

Bnr. 213 – foto: Collectie J. Smulders / A.F. Smulders

Ook is het voor de Nederlandsche industrie niet van belang ontbloot te weten dat, bij dezelfde firma eenen baggermolen (Bnr. 213) en elevator in opdracht is gegeven met bestemming voor Spanje, welke werktuigen geheel electrisch zullen arbeiden. Deze zijn de eerste van dien aard, welke in Europa worden vervaardigd. De werktuigen hebben geen stoommachines, noch stoomketels noodig, zij zijn alleen voorzien van electrische motoren. Door middel van een centraal electrisch station zal een electrisch vermogen van ongeveer 200 pk. worden ontwikkeld, waarna die electrische kracht door kabels naar de te water liggende werktuigen wordt overgebracht.
De voor het centraal station benoodigde werktuigen worden door de firma A. F. Smulders vervaardigd.

Bnr. 214 – foto: Collectie J. Smulders / A.F. Smulders

Verder werd ter normaliseering van den Donau door een Oostenrijksch huis aan de firma in opdracht gegeven de levering van eenen geheel uit staal gebouwden drijvenden elevateur (Bnr. 214), rustende op 2 schepen en voorzien van eenen dubbelen emmerketting.
Het systeem dier elevateurs is dat van den heer Bunau Varilla te Parijs en door dien heer in het buitenland gepatenteerd.
In de schepen worden verschillende stoomwerktuigen geplaatst, met een gezamenlijk vermogen van ongeveer 300 pk., terwijl de stoom noodig tot het voeden dier machines door 2 stoomketels zal worden geleverd. Teneinde eenigszins een indruk te krijgen van de afmetingen van dit werktuig, diene dat de totale breedte van dit werk 16 M. bedraagt, dat de boventrommel zich op 13 M. boven de waterlijn bevindt en dat de stalen bok, waaraan do afvoergoten zijn opgehangen zich tot ongeveer 26 M. boven den waterspiegel verheft.
De schepen hebben een lengte van 31 M., terwijl het opbrengstvermogen ongeveer 4000 kub. M. per dag zal bedragen.

Bnr. 219 – foto: Collectie J. Smulders / A.F. Smulders

Nog werd in de afgeloopen week een contract afgesloten voor de levering van eenen grooten baggermolen (Bnr. 219), lang 36 M., breed 6.53 M. en boog 1 M., waarin zullen worden geplaats eene stoommachine van ongeveer 110 pk., benevens de daarbij behoorende stoomketels. De bestemming van dit werktuig is voor een haven in Klein-Azië.

Voorts zijn onderhanden een aantal vaartuigen voor het vervoer van baggergrond. Van al deze werktuigen, die worden vervaardigd onder de speciale leiding des heeren Dresselhuijs, ingenieur der fabriek, worden de schepen gemaakt aan de scheepswerf der firma te Slikkerveer, de verschillende stoommachines aan hare fabriek te Utrecht en de stoomketels in hare ketelfabriek te Luik.

Een en ander vertegenwoordigt eene waarde van ongeveer drie millioen francs. Overbodig is het wel te zeggen, dat honderden werklieden aan al die verschillende werktuigen hun brood verdienen en dat voor den aanstaanden winter voor hen geen vrees behoeft te bestaan zonder werk te geraken.

Bron: Provinciale Noordbrabantsche en ‘s Hertogenbossche courant 04-11-1895
Werf Gusto Slikkerveer / foto: Collectoe Rob Warnas / fotograaf: Onbekend


© Stichting Erfgoed Werf Gusto®