Stedelijk Museum Schiedam


Binnenkort starten de voorbereidingen voor een foto-expositie in het Stedelijk Museum Schiedam, welke geprogrammeerd staat voor begin februari 2018. De foto-expositie zal een deel van van het oeuvre van de fotograaf Cas Oorthuys tonen. Deze fotograaf werd rond het eeuwfeest van Werf Gusto (1962) uitgenodigd een fotoreportage te maken, waarvan een deel gepubliceerd zou worden in het jubileumboek ‘DE SOM DER DELEN’.

Het jubileumboek ‘De Som Der Delen’

De heer Oorthuys heeft daartoe honderden foto’s gemaakt, niet alleen van de bouwobjecten, maar ook van de mens, die de objecten bouwt. Een klein aantal van deze foto’s is slechts in het boek gepubliceerd. De rest van de honderden foto’s (en negatieven), die niet gepubliceerd zijn in het boek, zijn gelukkig wel bewaard gebleven en liggen in het depot van het Fotomuseum in Rotterdam. De directie en directe medewerkers van het Stedelijk Museum Schiedam zijn erin geslaagd om goede afspraken te maken met het Fotomuseum te Rotterdam. Over de exacte datum in februari en over de inrichting van de expositie houden we u via deze nieuwsbrief met regelmaat op de hoogte.

Op diverse internetsites, zoals bijvoorbeeld de Slegte, Amazon en Boekwinkeltjes, is het boek nog te koop voor een soms redelijke prijs.


Stichting Erfgoed Werf Gusto (2017)

Voortgang ‘Aandenken Werf Gusto’


Artist Impression ‘Aandenken Werf Gusto’

De onthulling van het ‘Aandenken Werf Gusto’, waarvan de onthulling gepland stond voor afgelopen zomer, is uitgesteld tot 13 juli 2018. Het uitstel is zeer zeker geen afstel, maar heeft alles te maken met een vrij omvangrijke  infrastructurele herindeling/herinrichting van een groot deel van Schiedam Zuid en een deel van Nieuw-Mathenesse. De plaatsing van het ‘Aandenken Werf Gusto’ is onderdeel van deze plannen. De planning en uitvoering hebben flinke vertraging opgelopen als gevolg van democratische processen, die nu eenmaal veel tijd en voorbereiding vergen. Komende maanden wordt gezocht naar een aannemer en men verwacht zeker niet voor januari 2018 met dit grootscheepse karwei aan de slag te kunnen gaan. Daarom is in gezamenlijk overleg besloten de onthulling uit te stellen tot 13 juli 2018. Dan is het precies 40 jaar geleden, dat de werf haar poorten sloot. 

Het ‘Aandenken Werf Gusto’ is een initiatief van de ‘Stichting Erfgoed Werf Gusto’ i.s.m de Gemeente Schiedam, Historische Vereniging Schiedam, Stichting MooiWerk, Gemeentearchief Schiedam. Hier vindt u een overzicht van de financiële ondersteuners ban het ‘Aandenken Werf Gusto’.


Stichting Erfgoed Werf Gusto (2017)

Een EEUW GUSTO: (II)

Smulders-dynastie in Schiedam

HET PORTRET hangt in een van de met hout betimmerde zaal-kamers van het hoge, statige pand in Schiedam dat de werf Gusto huisvest. De krachtige man kijkt met de blik van een veldheer naar beneden: daar krioelen — zichtbaar hoge ramen — de werklieden druk door elkaar, bezig met de bouw van schepen, pontons, baggermolens. De werf is in druk bedrijf: slechts af en toe blikt iemand naar het portret, dat daar hangt als een visitekaartje uit het verre verleden. Niettemin blijft het portret tekenend en verantwoordelijk voor de sfeer, die hier op een van Nederlands grootste, oudste en bloeiendste scheepswerven te vinden is. Een sfeer van voornaamheid, degelijkheid, kalme bedachtzaamheid. Kijk naar de strakke ogen en ge weet, dat het intellect was, dat zich hierin weerspiegelde en kijk naar die naar achteren gebogen schouders en de houding van de handen: het is pure kracht, die hier door het penseel werd vastgelegd. En kijk naar de brede, imposante baard en ge begrijpt, dat portret en bedrijf passen in een sfeer van kranige kerels.

A.F. Smulders (1838 – 1908)

De man – statig als een typisch negentiende-eeuwse patriarch – is A.F. Smulders, stichter van de Werf Gusto, welke nu precies honderd jaar bestaat. Op 11 september 1862 trouwde Augustinus Franciscus Smulders met Catharina Maria Westerlaken –Gus en Kato: de Werf Gusto had een naam. Het bedrijf werd opgericht in den Bosch en groeide in Tilburg: in Schiedam – destijds nog klein van omvang en geschokt, omdat het aantal branderijen in een korte spanne tijds van vierhonderd naar honderdvijftig was teruggelopen – kwam het bedrijf van Smulders tenslotte tot grote bloei. Dat was in 1905, toen er van een druk scheepvaartverkeer op het water bij Schiedam nog geen sprake was.

Nu varen ginds op het water, de schepen af en aan. Op de werf wordt druk gewerkt. De leiding is in handen van twee nazaten van de oprichter, Guus Smulders, de commerciële directeur en Henri Smulders, technisch directeur. 

Als deze week H.M. de Koningin op bezoek komt, zullen zij het druk krijgen. Doorgaans is er alleen bij tewaterlatingen sprake van druk bezoek: op andere dagen verlopen de activiteiten, althans voor de buitenwereld, in stilte bij deze gesloten familie N.V. De statige rust, typerend voor bedrijven met een historische achtergrond, wordt echter meer en meer verbroken, niet alleen door het rumoer van het jubileum, óók door de noodzaak iets harder te gaan praten teneinde zich in de moderne samenleving, die steeds meer kabaal produceert, duidelijk verstaanbaar te kunnen maken.

Met zaken-doen heeft dit allemaal weinig te maken. De geïnteresseerden worden ontvangen in de fraaie kamers waarin een waardige stilte hangt en waarin het rustig praten is. Zij worden geïnviteerd in de imposante showroom, waar de unieke modellen staan van de schepen, baggermolens en andere producten, welke door de Werf Gusto in Schiedam werden gebouwd.

De eerste stoommachine gebouwd door A.F. Smulders

De stoommachine uit 1862 (nog in Den Bosch vervaardigd) staat er naast de prachtige drijvende kraan, die in 1908 voor Argentinië werd gebouwd. Een baggermolen, waarvan de grote broer thans nog in Rusland te vinden moet zijn, prijkt in een glazen stolp naast de „Venezia”, een gigantische baggeraar die in 1909 voor Italië werd gemaakt. Fascinerend is het model van het kunstmatige eiland Seashell, dat in de Perzische Golf staat. Kleine scheepjes: de grote kolossen zijn verderop te vinden, ginds, op de zeven wereldzeeën. Maar de modellen zijn door uitvoering en kwantiteit indrukwekkend genoeg om de toeschouwer, klant en koper te boeien, te imponeren, te overtuigen. En daarbij wordt dan vaak eenvoudig gezwegen.

‘Liever iets speciaals dan iets heel geweldigs’

‘Wij zijn niet zo, dat wij ons op gezette tijden op de borst slaan’, zegt Henri Smulders, en hij duidt daarbij onmiskenbaar op collega-scheepsbouwers uit de omgeving Het is een van de eerste malen, dal hij een persconferentie presideert: hij doet het rustig en beschaafd. Men zit aan een prachtige eikenhouten tafel tussen houten wanden en hoge ramen. Op de parketvloer staan houten banken: portretten staan gevangen onder hoge glazen stolpen. De telefoonkabel komt als een nauwelijks geaccepteerd anachronisme langs een balk uit het plafond zakken: in een roodfluwelen kistje zit iets verborgen, maar we durven niet te kijken wat het is.

Intussen zegt Henri Smulders vele dingen en gelukkig heeft hij niet de gladde ontwijk-routine over zich, die gesprekken met persconferentie-professionals zo stierlijk vervelend kunnen maken.

— Beslist, er zullen dit jaar en het volgend jaar nog harde klappen gaan vallen in de scheepsbouwwereld. Misschien, dat we daarna weer zullen terugkeren naar een normale toestand.
— Je moet niet zeggen dat je ‘vol bezet’ bent, als je met verlies werkt.
— Steeds opnieuw werk aannemen dat verlies oplevert is als het geven van injecties aan een stervende: je stelt uit, maar dat is ook alles.
— Alles investeren is ook niet goed: je hebt een financieel ‘kussen’ nodig als buffer.
— De omvang van het schip is niet zo geweldig belangrijk. Ik geef niet zoveel om tonnage. Ik bouw liever iets héél kleins dat héél speciaal is, dan iets geweldigs, dat in feite niet meer is dan een dikke trommel met een motor (bedoeld is een tanker).
— Inkrimping van je personeel is het opvoeren van je onkosten en dat is héél vervelend.
— Als er in deze dagen een schip moet worden gebouwd, zit je er met z’n twintigen bovenop.
— Ik zeg altijd: degene die zich vergist in de calculatie, die hééft het.
— Amerikanen: het is moeilijk om aan die mensen iets te verkopen, als je geen groen paspoort hebt.

We praten verder over een eeuw Gusto en over wat er in zo’n eeuw allemaal veranderen kan. En over de nieuwste producten van het bedrijf, die een buitenstaander alleen maar ontzag kunnen inboezemen. De grootste portaalkraan van Europa voor de bouwput in het Haringvliet, de basculebrug voor van ‘Brienenoord’, draagvleugelboten en de metaalconstructie voor Nederlands hoogste schoorsteen (een gevaarte van 175 meter), zware, zelfvarende kranen voor de havens van Londen en Calcutta, constructies voor de Hoogovens, hefpontons voor Rijkswaterstaat. Een ‘zwaar’ programma, zonder twijfel.

Dan keren we terug bij het portret. Henri Smulders wijst er op en zegt:
— Als we hier Engelsen op bezoek krijgen dan zeggen ze: ‘A real empire-builder …’.
— De Duitsers kijken vol ontzag naar boven en zeggen: ‘Richtig, ein Krupp-figur’ en de
— Nederlanders zeggen: ‘Dat zal vast een héél lastige man zijn geweest’.

Lachend kijken we op naar het portret: maar die blik die we daar ontmoeten doet ons beseffen, dat men in de kantoren van de Werf Gusto om dit soort mopjes ten hoogste mag glimlachen.
De schaterlach is voor de stunt-boys: bij Smulders heeft een geamuseerd ophalen van de wenkbrauwen tenminste een soortgelijke waarde.
Men kan de geest van deze tijd goed verstaan en toch handelen, zoals de oprichter dat honderd jaar geleden zou hebben gedaan. En dat gebeurt bij Gusto.

Bron: Nieuwe Schiedamsche Courant | 1962 | 12 september 1962 
foto’s: Gemeentearchief Schiedam | Stichting Erfgoed Werf Gusto
fotograaf: Onbekend


Stichting Erfgoed Werf Gusto (2017)

Een EEUW GUSTO: (I)

In 1862 begon August Smulders in

Den Bosch een machinefabriekje

WERF GUSTO 100 JAAR

Eerste metaalindustrie blies
dood Schiedam nieuw leven in

SCHIEDAM, 8 sept. — De Werf Gusto bestaat honderd jaar. Een gedenkwaardig feit voor een bijzondere industrie, die de eerste was die een stervend Schiedam in 1905 nieuw leven heeft ingeblazen, nadat zij door ruimtegebrek of tegenwerking uit haar geboorteplaats den Bosch en Utrecht was verdreven. In een eeuw heeft het bedrijf van de familie Smulders zich een indrukwekkende internationale faam verworven door haar bouw van specialiteiten: baggermolens, kranen, reusachtige drijvende eilanden, bruggen en schepen. Gusto is niet op de eerste plaats een scheepswerf, hetgeen in deze voor de scheepsbouw zulke uiterst moeilijke tijden (‘In de scheepsbouw is geen droog brood te verdienen’, zegt een der directeuren) voor Gusto uitkomt. Van meet af aan heeft men er zich gespecialiseerd in min of meer uit de toon vallende producten, die geëxporteerd werden (ook al van meet af aan naar alle landen van de wereld.

Scheepswerf met wereldbefaamde specialiteiten
Een mammoettanker bouwen is geen kunst, zeggen ze bij Gusto; dat is een blikken trommel met wat diesels erin. Neen, bij Gusto gaat het om de bijzondere dingen: een koelschip, een kanaal-boot, draagvleugelboten, een kraaneiland. Dat is de kracht van dit wereldbedrijf. Een wereldbedrijf dat heel nietig begon vanuit een Tilburgs smederij. Daar leerde Augustinus F. Smulders het ambacht van zijn vader. Hij was er op 27 november 1838 geboren. Op 23-jarige leeftijd trok hij met zijn bruid naar den Bosch om daar een eigen bedrijf te stichten. In het gemeenteverslag van 1862 staat ‘In het afgelopen jaar is weder eene nieuwe fabriek van stoommachines enz. opgericht door de heer A. F. Smulders, waarbij, naar wij vernemen, het vooruitzicht bestaat, dat een ijzergieterij zal gevoegd worden’. Het was een bedrijfje met een paar arbeiders, dat echter direct een grote opbloei beleefde. Na drie jaar kwam er al een scheepstimmerwerf bij later maakte men er spoorwegmaterieel. Gedeeltelijk door plaatsgebrek uit Den Bosch gedrongen, kocht A. F. Smulders in 1872 de bestaande Utrechtsche IJzergieterij, waar drie jaar later 100 arbeiders werkten en twaalf later al 400. Smulders maakte in het laatst van de vorige eeuw al baggerwerktuigen, die hij overal in de wereld verkocht. Die buitenlandse verkoop heeft Smulders krachtig aangepakt. Bij de aanleg van bet Panamakanaal.

Een van de 10 excavateurs voor het Panamakanaal.

In Brazilië, Portugal, Hongarije en Roemenië werden excavateurs van Gusto gebruikt. Utrecht werd te klein voor August Smulders. Hij kocht al een bedrijf in Amsterdam: Gusto Staalbouw (het huidige Gusto Staalbouw is daaruit ontstaan) later een gespecialiseerde ketelfabriek in Luik (die nu nog door een Smulders-tak beheerd wordt). In 1894 zijn eerste echte scheepswerf, ‘De industrie’ te Slikkerveer. Deze werd later weer verkocht (1917) maar later weer (1941) in huur gehouden, tot sinds enkele jaren de werf weer In eigen bezit is. In dat jaar werd de internationaal bekende machinebouwer ook ‘n scheepsbouwer. Tot die tijd had hij de schepen altijd uitbesteed aan andere werven.

Toen zag A F. Smulders — van een 23-jarige ambitieus jongmens uitgegroeid tot een indrukwekkend industrieel met een rijke baard — zijn kans in Schiedam. De stad had zich doodgeleefd aan de ‘n halve eeuw tevoren nog zo bloeiende gedistilleerd industrie. De komst van Smulders betekende de eerste injectie van de moderne industrie voor de stad. Hij heeft veel conservatieve weerstand moeten overwinnen eer hij in 1905 zijn bedrijf kon openen op een drassig stuk grond buiten de Maasdijk naast de kaarsenfabriek Apollo. De prijs, die Smulders voor het ‘kikvorsenland’ in 1901 betaalde was f 1,50. De gemeenteraad van toen vond dat veel te goedkoop, maar de burgemeester had gezegd, dat de heer Smulders geen cent meer wilde betalen. Mede door toedoen van de sociale voorvechter M. C. M. de Groot, die in de raad het zijne ervan zei, gaf de gemeenteraad zich gewonnen.

Een van de fabriekshallen, toen nog in aanbouw in 1902 in Düsseldorf voor de ‘Industrietentoonstelling’.

Het ging die, eerste Schiedamse metaalindustrie goed: een jaar na de stichting werkten er al 652 werknemers en werd er 4,6 miljoen kg plaat- en profielijzer verwerkt. (Vijftig jaar later bedroegen deze cijfers: 1856 en 12 miljoen). Smulders ondernam iets zeer groots met zijn Schiedamse vestiging. Hij bouwde hallen van de toen zo populaire ijzerconstructies, die er nu nog staan en hoewel ouderwets van uiterlijk nog steeds voldoen. Hij moet een zeer vooruitziende blik gehad hebben bij de grootse opzet van het bedrijf aan de toen inderdaad Nieuwe-Waterweg. Schepen tot 30.000 ton kunnen er gebouwd worden op praktisch hetzelfde terrein als veertig jaar geleden. In de twintiger jaren stabiliseert het bedrijf zich na een periode van enorme bloei. De crisisjaren kwamen bij Gusto hard aan, zoals overal elders in de scheepsbouw. Er waren maanden dat er maar 50 man werkten.

Gusto was een van de meerdere bedrijven, die bouwden aan de brug bij Vreeswijk (Brug van Vianen)

Vooral in die dertiger jaren heeft men vele bruggen gebouwd, al kwamen tegen het eind van die jaren al weer orders voor baggermolens. De oorlog laat Gusto achter in ‘verregaande staat van ontmanteling’. In twee jaar tijd staat het bedrijf weer op poten. Een nieuwe periode is toen ingegaan.
Van geklonken schepen gaat men over op gelaste schepen. Ook begint Gusto met andere werven ‘n gezamenlijke research in een laboratorium (MTI) te Delft en verkooporganisatie, de IHC-Holland. Steeds nieuwere baggermaterialen en hopperzuigers, kranen (o.a. de enorme Nestum-kraan die gebruikt wordt bij de Deltawerken in het Haringvliet) worden door IHC ontworpen en uitgevoerd.

Bnr. 150: Boorplatform ‘Seashell’ voor de betonnen kade van het ‘Kaarsenterrein’. (1958)

Nieuw is de constructie van de hefpontoneilanden, zoals men enige jaren geleden voor de Shell het booreiland de ‘Seashell’ vervaardigde, die in de Perzische golf de elementen weerstaat. Naast deze grote constructies heeft Gusto klein specialisten werk, zoals de bouw van draagvleugelboten, en de serieproductie van polyester jachtjes, die voor de export naar Amerika bestemd zijn.
De Werf Gusto heeft drie bedrijven: de voornaamste in Schiedam met 1200 werknemers, een bedrijf in Geleen dat voor de mijnen werkt en waar 250 man werken en de werf Overmaas in Slikkerveer met 150 arbeiders. In totaal werken er een 1600 mensen bij Gusto. Maar er kunnen nog wel 600 mensen geplaatst worden.

De werknemers hebben op 14 september ‘n dag vrij. ‘s Morgens is er een receptie van het personeel en ‘s middags een receptie voor belangstellenden en relaties. De recepties worden gehouden in de machinehal, op de plaats waar bijna zestig jaar geleden A. F. Smulders zijn bedrijf Gusto (genoemd naar zijn zoon august en dochter ca-TO) vestigde. Ter gelegenheid van het eeuwfeest is er een mooi, interessant gedenkboek uitgekomen, dat geschreven is door Max Dendermonde en rijk geïllustreerd met tekeningen en foto’s (van Cas Oorthuys) en waarvan de lay-out en de stofomslag werden verzorgd door Mart Kempers.

Bronnen:
Nieuwe Schiedamsche Courant | 1962 | 8 september 1962
Stichting Erfgoed Werf Gusto

Foto’s:
Gemeentearchief Schiedam | Stichting Erfgoed Werf Gusto
Stichting ‘Redt de Boogbruggen’

Fotgraaf: Onbekend


Stichting Erfgoed Werf Gusto 

De Werf Gusto breidt zich uit


 Een Schiedams bedrijf met een
veelzijdige produktie 

Dit is de grootste uitbreiding, waaraan we sinds de afgelopen oorlog begonnen zijn, zo vertelde ons de heer F. Smulders, adjunct-directeur van de Werf Gusto, Firma A.F. Smulders. We hadden hem verzocht ons nader te willen inlichten naar aanleiding van het bericht, dat we dezer dagen konden brengen, n.l. dat Gusto ging uitbreiden, met het doel aanzienlijk grotere schepen te bouwen dan tot dusver het geval was. De heer Smulders had ons bereidwillig een onderhoud toegestaan, ofschoon hij, als met de leiding der betreffende werkzaamheden belast, uiteraard een overdrukke werkkring heeft.

Dit is een maquette van het gedeelte ven het terrein op de Werf Gusto waar de hellingen verlengd worden.

Inderdaad, Gusto gaat aanzienlijk grotere schepen bouwen. Voorlopig is het streven naar een tonnenmaat van 32.000 ton. Maar de huidige uitbreiding houdt de mogelijkheid in, om eventueel schepen van honderduizend ton op stapel te zetten. Na de thans reeds in volle gang zijnde uitbreiding kan een andere volgen, aangezien er voldoende ruimte voor het verlengen van de nieuwe helling is.

De spil, waarom alles draait, is het verlengen van de bestaande helling, waarop ook nu reeds twee schepen tegelijk kunnen worden gebouwd. Trouwens, Gusto beschikt over een zestal heilingen. Maar waar vandaan het personeel te halen, om zes schepen tegelijk te bouwen?

Wat het personeel betreft, er werkt thans op de werf en in de machinefabriek een goede 1800 man. Ongeveer de helft daarvan woont in Schiedam. In de Gorzen, aldus de heer Smulders, hebben we heel wat oude getrouwen. Neen, capaciteit zou er voldoende zijn, ruimte is er óók, maar het personeelsprobleem werkt remmend. Indien we morgen bekend zouden maken, dat we een aantal orders voor tankschepen kunnen accepteren, staan de opdrachtgevers in een ommezien voor de deur, dat kan ik u wel verzekeren, aldus de heer Smulders. Dit valt voor het overige te begrijpen. De wereld roept, ja schreeuwt om tankers voor het vervoer van de zozeer begeerde olie.

TERREIN AAN DE VOORHAVEN
Wat de ruimte betreft, het terrein van de voormalige kaarsenfabriek langs de Voorhaven is in het bezit van de werf gekomen. Vooralsnog zal het niet behoeven te worden ingeschakeld, aangezien men op de tegenwoordige werf nog wel enige armslag heeft. Voor het verlengen van de huidige hellingen zijn de spantenoven en een hoge schoorsteen afgebroken. Er wordt spoedig een aanvang gemaakt met de opbouw voor de hellingen. In deze opbouw komen verblijven voor het personeel, o.a. waslokaal. Men hoopt een en ander tegen het midden van dit jaar gereed te hebben. Langs de rivier komen nieuwe, betonnen steigers, die van flinke kranen voorzien worden. 

Elke vijf, zes maanden gaat de werf een schip afleveren. Natuurlijk wordt ook voortgegaan met de fabricage van kranen etc, en met de bouw van zandzuigers en ander baggermateriaal, waarin de Gusto gespecialiseerd is. Onze mooie ‘Louis Perrier’ ligt momenteel op de bodem van het Suezkanaal. Ook ander door ons gebouwd materiaal, waaronder een grote sleepboot, werd door de Egyptenaren als versperring gebruikt. We zijn inmiddels reeds bezig aan de bouw van een andere, grote zandzuiger, een zusterschip van de ‘Louis Perrier’. Deze zal in het midden van deze zomer eventueel opgeleverd kunnen worden, zo deelde de heer Smulders ons nog mede.

VLEUGELBOTEN
Het bleek, dat de Werf Gusto nog andere plannen dan uitbreiding van de bouwcapaciteit heeft. Ze wist het licentierecht voor Nederland te verwerven voor de bouw van z.,g. vleugelboten, kleine snelle schepen, zoals die o.a. op het Vierwoudstedenmeer en in de Straat van Messina voor het vervoer van kleine vrachten en van passagiers gebruikt worden. Deze boten kunnen, uitgerust met een motor van ongeveer 1300 p.k., een snelheid van 75 kilometer per uur ontwikkelen en bezitten een actieradius van 700 kilometer. Bij een snelheid van ongeveer veertig kilometer verheffen ze zich boven het water, als ‘n soort mechanische vliegende vissen. Er is er tot dusver pas één in Nederland gebouwd.

De Werf Gusto gaat naar een Zwitsers ontwerp bouwen, voornamelijk voor de export. Schiedam’s naam zal aldus ook op dit gebied van de scheepsbouw in het buitenland een nog grotere naam verwerven.

Het bedrijf van de Werf Gusto, dat uitsluitend nieuwbouw maakt en niet repareert, werd in juli 1905 hier ter stede gevestigd, nadat het terrein eerst vier meter moest worden opgehoogd. Voorheen was het te Utrecht en Slikkerveer gevestigd. Het Utrechtse bedrijf was voortgekomen uit een bescheiden onderneming, te ‘s-Hertogenbosch in 1862 door wijlen de heer A. F. Smulders gesticht. Het was een machinefabriek, die kleine stoommachines vervaardigde en stoom- en andere machines repareerde. Toen men machines voor baggermolens ging maken doemde de wenselijkheid op, over een scheepswerf te beschikken.

Produkten van de Werf Gusto gingen reeds lang vóór de afgelopen oorlog naar alle delen van de wereld, vooral de baggermolens tot naar China toe. Oók naar Zuid Amerika (Chili, Brazilië etc.). Kolenelevators en kolenverlaadbruggen, mijnenleggers, tankschepen, vrachtschepen van meer dan 7.000 ton, ze werden door de Werf Gusto gebouwd, als even zovele bewijzen voor de veelzijdigheid van dit bloeiende Schiedamse bedrijf waarvan de naam in rederskringen een goede klank heeft. 


bron: Nieuwe Schiedamsche Courant | 1957 | 16 | pagina 2
foto’s: Nieuwe Schiedamsche Courant

Stichting Erfgoed Werf Gusto (2017)

38 jubilarissen bij Werf Gusto


Ze waren allemaal verschillend en toch hadden ze allemaal iets, dat hen hetzelfde maakte. Zoals een groep oud-strijders plotseling een gezicht schijnt te krijgen; of een groep vrienden, die na jaren weer bij elkaar komt. De een mocht meer grijze haren tussen zijn oorspronkelijke pruik hebben dan de ander; sommigen mochten  er helemaal doorheen gegroeid zijn. Toch was er in de kantoorcantine van de Gusto een groep mensen bijeen wie men de eensgezindheid van doel en werken kon aanzien.

Het waren 38 werkers, die de hitte van 40 jaar arbeid hadden gedragen en deswege een koninklijke onderscheiding hadden ontvangen. Het was de eremedaille verbonden aan de orde van Oranje-Nassau, die aan twee chefs in goud, aan twee in zilver en aan de overigen in brons  door de burgemeester van Schiedam, mr. J. W. Peek, werd uitgereikt.

Ingeleid door mr. H. Smulders hield mr. Peek een korte toespraak, waarin hij het eendrachtig werken van de jubilarissen prees. Zij zijn in het ingewikkeld mechanisme van staat en maatschappij een goed onderdeel geweest. Zij hebben bloei en welvaart gebracht aan bedrijf, stad en land. Hun voorbeeld is een stimulans voor de jongere garde, om zich ook met grote toewijding te geven, ook al zijn de omstandigheden, waaronder gewerkt wordt, zo geheel anders. Juist om ons vaderland te ontworstelen aan de moeilijke periode, die het achter de rug heeft, zijn kerels van het formaat als de onderscheidenen nodig. Spr. wenste allen met de onderscheiding van harte geluk.

Nadat aan allen door de burgemeester persoonlijk het eremetaal op de borst was gespeld, dankte de heer Liebeek, chef van de afd. metaalbouw  de burgemeester en verzocht hem aan H.M. de dank voor de hoge onderscheiding te willen overbrengen. Namens de directie sprak nog de heer Conijn, die onder de jubilarissen nog zoveel jeugdige gezichten zag, dat hij er zeker van was, dat velen hun steun aan het bedrijf zouden blijven geven en zeker het 50-jarig jubileum bij de Gusto zouden vieren. Namens de fabriekskern feliciteerde de voorzitter, de heer G. Meijers.

Uitgereikt werden de eremedailles:
in goud, wegens 40-jarige dienst, aan de heren:
K. Liebeek, chef afd. Scheepsbouw;
W. F. de Vos, chef afd. Baggerbouw;

in zilver aan de heren:
J. de Lange, assistent-bedrijfsleider, afd. Machinebouw; 
Th. A. van Horssen, baas afd. Bruggenbouw;

in brons aan de heren:
J. Vogelezang, stoker;
J. K. C. Karsseboom, bankwerker;
M. van Vliet, bankwerker;
P. Immerzeel, boorder;
S. W. Ouwens, fraiser;
J. H. Maat, boorder;
H. J. Koning, constr. werker;
A. Valk. timmerman;
C. Lissenberg, draaier;
J. P. Pordon, bankwerker;
H. Polak, kraanrijder;
J. Valk, constructie-werker;
A. H. Bokhorst, constr.-werker;
A. M. Aalsma, constr.-werker;
J. van Steensel, smid;
B. van Helden, smid;
L. A. de Groot, voorman constr. werker;
B. Wiegel, voorman-brander;
C. van Nielen, opruimer;
C, A. Kruse, constr.-werker; 
L. de Jong, opruimer;
P. Molenaar, nagel-teller;
W. de Bree, vormer;
J. P. van Diggelen, ijzerwerker;
A. Onderdelinden, ijzerwerker;
P. Lamens, magazijnbediende;
C. W. J. Collignon, constr.-werker;
C. Lissenberg, revolverdraaier;
A. Franken, metaaldraaier;
P. van der Giessen, schilder;
N. van den Brink, constructie-werker;
G. Onderdelinden, magazijnbediende;
G. Bakker, bankwerker;
A. Meijer, constr.-werker. 


bron: Nieuwe Schiedamsche Courant | 1949 |  | pagina 2
op de foto: Mr. J. W. Peek speldt een der jubilarissen het eremetaal op de borst. 
foto: Nieuwe Schiedamsche Courant

Stichting Erfgoed Werf Gusto (2017)

 

Co. 938: ‘Brent Spar 1’ (1975)


De ‘Brent Spar 1’ was een olieopslagtank met een 50.000m3 nuttige inhoud. De opdracht voor de bouw werd gegeven door Shell/Esso. Beide bedrijven namen voor 50 % deel in de kosten voor de bouw. Het woord ‘Brent’ verwijst naar het olieveld in het Engelse deel van de Noordzee en ‘Spar’ was de naam van de gigantische stalen boei. De boei werd gemaakt door Wilton Feijenoord (de onderbouw) en IHC Gusto (de bovenbouw).

De opslagtank was voorzien van een draaischijf opdat schepen eenvoudig konden aanhaken en de olie konden overpompen. Bovenop was een helidek aanwezig. De totale hoogte van de tank was rond de 140 meter (hoger dan de Euromast), de doorsnee rond de 30 meter. De tank zou als een dobber in het water komen te staan. Hij zou onder water permanent verbonden worden met een nabijgelegen booreiland (de Brent ‘A’). Via een pijpleiding op de zeebodem werd de olie (ontgast en watervrij) naar de ‘Brent Spar’ gevoerd worden. Het lag in de planning, dat de ‘Spar’ een aantal jaren als opslag zou kunnen dienen en dat vanaf 1989 er een vaste pijpleiding naar de ‘Shetland’ eilanden zou worden aangelegd.

Shell/Esso zouden de Spar in exploitatie nemen in 1976. Men verwachtte rond die tijd 400.000 vaten ruwe olie per dag te kunnen produceren. Shell/Esso hadden 5 miljard gulden in de ontginning van het olieveld in het ‘Brentveld’ geïnvesteerd. Wat de combinatie heeft betaald voor de ‘Brent Spar’ is nooit openbaar gemaakt.

De onderbouw was eerder klaar dan de bovenbouw en bij gunstige weersomstandigheden zou op 29 januari 1975 een begin worden gemaakt met het verslepen van de onderbouw. De onderbouw — eigenlijk een metalen cilinder ter lengte van bijna 100 meter, die een diameter had van 30 meter, werd horizontaal versleept van het bouwdok naar het midden van de ‘Nieuwe-Waterweg’ alwaar de sleepboot ‘Zwarte Zee’ van Smit internationaal zeesleep- en bergingsbedrijf het transport zou overnemen voor de reis naar de ‘Erfjord’, gelegen op circa 30 mijl ten noorden van ‘Stavanger’. Het overbrengen van de ‘Spar’ zou zeven tot negen dagen duren. De bovenbouw van de ‘Spar’, toen nog in aanbouw bij de werf van IHC Gusto in Schiedam, zou later eveneens worden versleept naar Noorwegen waar onder- en bovenbouw zouden worden verenigd.

Bron: De Telegraaf 30-07-1973; NRC Handelsblad 27-07-1973; NRC Handelsblad 28-01-1975;


Stichting Erfgoed Werf Gusto

Het ‘Tegeltableau’


Feest op de “Werf Gusto”

Vandaag viert de heer Henri Smulders, een der firmanten der firma A. F. Smulders (“Werf Gusto” alhier) zijn 25-jarig huwelijksfeest. Reeds geruimen tijd te voren had zoowel het hooger als lager personeel zich beijverd om dezen dag tot een waren feestdag te maken. De fabrieksgebouwen boden vandaag inderdaad een feestelijken aanblik. Van de beide grote hallen en het kantoorgebouw wapperde lustig breeduit de nationale driekleur. Ook de in aanbouw zijnde baggermachines hadden de vlag in top en tusschen deze schepen lag het gepavoiseerde stoombootje “Gusto”. In het kantoorgebouw was een prachtige plantenversiering aangebracht. Het privékantoor geleek in een bloemenserre herschapen. Vanaf het kantoorgebouw was een breede weg gemaakt, beplant met heerlijk frisch jong mastgroen, die naar de machinehal leidde. Hedenmorgen om half elf werd de heer en mevrouw Smulders, met familieleden aan het kantoorgebouw door het muziekkorps der “Werf Gusto” opgehaald en langs genoemden weg naar de machinehal geleid, die keurig met vlaggen en tropheeën was versierd. Op een podium, hetwelk tegenover den ingang was opgesteld, werden de heer en mevrouw Smulders en familie uitgenodigd plaats te nemen.

Toen het talrijke personeel, hetwelk vandaag vrijaf had, zich met de muziek rondom dit podium had geschaard, nam allereerst de heer J. D. Dresselhuis, die met de heeren Dreese en Hamer naar vooren was getreden, het woord. In gloedvolle woorden wenschte hij, namens het kantoorpersoneel, het jubileerende echtpaar geluk met dezen feestdag. Hij uitte daarbij de beste wenschen voor den heer en mevrouw Smulders en de “Werf Gusto”.  Als blijvende herinnering bood hij hun een gouden gedenkpenning aan, speciaal voor deze gelegenheid vervaardigd. Dan kwam een deputatie der bazen van de fabriek. Bij monde van baas van den Brink werd het echtpaar een prachtig bronzen beeld op sierlijken piedestai ten geschenke aangeboden. 

foto: Historische Vereniging Schiedam / C.J. Mangnus

Vervolgens bood de werkman J. Dusschoten, namens het werkvolk, aan den heer en mevrouw Smulders na een korte toespraak een groot tegeltableau uit de fabriek der firma, ‘t Hooft, Labouchère te Delft ten geschenke aan. Onder dit tableau leest men: „Waar eendracht heerscht, is vreugde”. Door den werkman W. G. van Helden werd aan mevrouw Smulders bovendien nog een sierlijke bouquet roode rozen overhandigd. Na aanbieding der geschenken volgde een luid hoera, terwijl ook fanfares weerklonken.

De heer Henri Smulders dankte allen hartelijk voor de aangeboden geschenken. Hij gaf de verzekering, dat zij een blijvend aandenken voor hem zullen zijn. De hulde, heden hem en zijn echtgenoote gebracht, beschouwde hij als een blijk van vertrouwen van de zijde van het personeel. Hij hoopte op de voortdurende medewerking van het personeel, opdat zulks. zal leiden tot toenmenden bloei der werf „Gusto”. Nadat nog mevr. Smulders aan het personeel dank had gebracht voor de huldeblijken, werd door het jubileerende echtpaar en familie, met het muziekkorps voorop, een wandeling daar de fabrieksgebouwen gemaakt.

Omstreeks 111/2 uur keerde de stoet naar het kantoorgebouw terug. In de teekenzaal werd de eerewijn aangeboden. Hier heerschte een recht gezellige stemming, waarbij verschillende hartelijke toosten werden gehouden. De heer H. Smulders bracht in het bijzonder een woord van lof aan den kapelmeester van het muziekkorps der fabriek en bood het korps een nieuw vaandel ten geschenke. Aan de aanwezigen stelde de heer Smulders een feest, op een  Zondag te geven, in het vooruitzicht.

Terwijl men in de teekenzaal nog eenigen tijd bijeen bleef, was inmiddels de burgemeester, dr. M. A. Brants, in het gebouw gearriveerd. De burgemeester werd op het privékantoor ontvangen, waar hij het feestvierende echtpaar complimenteerde en zich nog eenige oogenblikken met het gezelschap onderhield.
Van verschillende kanten mochten de heer en mevr. Smulders vandaag nog talrijke bewijzen van sympathie ontvangen.


bron: Nieuwe Schiedamsche Courant | 1910 | | pagina 2

© Stichting Erfgoed Werf Gusto®

De ‘opstart’ in Slikkerveer.


Beproeving van werktuigen vervaardigd aan de scheepswerf “De Industrie” van de firma
A. F. Smulders te Slikkerveer. (1894)

Bnr. 211 & 212 – foto: Collectie J. Smulders / A.F. Smulders

In de laatste weken had in de nabijheid van Rotterdam de beproeving plaats van verschillende werktuigen, welke door de firma A. F. Smulders te Slikkerveer voor rekening van de Braziliaansche Regeering waren vervaardigd. De werktuigen bestonden in: 2 zeewaardige stoom-hopperbarges (Bnr. 211 & 212), dienende tot het vervoer van gebaggerden grond en 1 zeewaardigen baggermolen (Bnr. 210) . De hopperbarges hebben elk een laadvermogen van 250 M3. of 450 ton en zijn voorzien van eene compound stoommachine van 180 pk., waardoor zij in staat zijn onder eigen stoomvermogen de reis van Rotterdam tot het zuidelijkste punt van Brazilië in betrekkelijk korten tijd af te leggen. De eerste hopperbarge volbracht dan ook reeds de reis in 27 dagen, zonder eenigen tegenspoed te hebben gehad.

Bnr. 210 – foto: Collectie J. Smulders / A.F. Smulders

De inrichting dier schepen is eens zoodanige dat de grond, waarmede zij geladen zijn, dwars door den bodem van het schip heen zich in zee of op de bestemde plaats lost. Na de lossing worden de kleppen, waarmede het laadruim van onderen voorzien is, weder gesloten en kan het schip opnieuw geladen worden.
Bij de beproeving werd ruimschoots aan al de bij contract gestelde eischen voldaan.
De zeewaardige baggermolen is een van de grootste in zijn soort en evenzoo van haar eigen stuwschroef voorzien. De machine, dienende om haar schroef in beweging te brengen, is evenals die der hopperbarges van het compound-systeem met oppervlaks condensatie en ontwikkelt een vermogen van ruim 250 pk.
De boventrommel, waardoor de emmerketting in beweging gebracht wordt, ligt op ruim 8 M. boven den waterspiegel, terwijl het werktuig op 12 M. beneden de waterlijn moet kunnen baggeren.

Het geheele vaartuig is door middel van eene direct-werkende dynamo electrisch verlicht, waartoe 2 booglampen, elk 2000 kaarsen sterk, en 50 gloeilampen, elk van 10 kaarsen, worden gebruikt.
Uit de inrichting van het schip zelf blijkt wel dat het voor eene Regeering gebouwd werd, aangezien het bureau van den ingenieur, hetwelk zich aan boord bevindt, benevens de hutten voor officieren en bemanning alle zeer keurig zijn bewerkt en van alle gemakken voorzien. Behalve de hierboven genoemde hoofdmachine bevat het werktuig nog zeven twee-cylinder-vormige hulpstoomwerktuigen, te zamen een vermogen bezittende van 140 pk. Tijdens de beproeving bleek niet alleen dat het opbrengst-vermogen meer dan voldoende was, wijl er ongeveer 400 kub.M. grond op eene diepte van ruim 12 M. beneden de waterlijn, per uur, werd gebaggerd; doch tevens dat de vaarsnelheid van het vaartuig de verwachtingen verre overtrof.

Bnr. 287 – foto: Collectie J. Smulders / A.F. Smulders

Aan bedoelde werf is thans nog in constructie: een geheel uit staal te vervaardigen drijvend-droogdok (Bnr. 287), waarin 2 pompwerktuigen, hebbende elk een vermogen van 100 pk.
Dit dok, hetwelk voor rekening van de Portugeesche regeering gebouwd wordt en bestemd is voor de haven van Loanda aan de westkust van Afrika, moet in zijn geheel van Slikkerveer daarheen worden overgebracht. Het dok heeft een lengte van ruim 60 M. , bij eene breedte van ruim 22 M. , terwijl de hoogte van den onderkant der pontons tot aan den bovenkant der zijkasten ongeveer 10 M. bedraagt.
De constructie is eene zoodanige dat een gedeelte van den dokvloer in het dok zelf kan worden gedokt en gerepareerd, waardoor het groote bezwaar van reparatiën beneden de waterlijn, waaraan de meeste drijvende dokken onderhevig zijn, vermeden is.

Bnr. 213 – foto: Collectie J. Smulders / A.F. Smulders

Ook is het voor de Nederlandsche industrie niet van belang ontbloot te weten dat, bij dezelfde firma eenen baggermolen (Bnr. 213) en elevator in opdracht is gegeven met bestemming voor Spanje, welke werktuigen geheel electrisch zullen arbeiden. Deze zijn de eerste van dien aard, welke in Europa worden vervaardigd. De werktuigen hebben geen stoommachines, noch stoomketels noodig, zij zijn alleen voorzien van electrische motoren. Door middel van een centraal electrisch station zal een electrisch vermogen van ongeveer 200 pk. worden ontwikkeld, waarna die electrische kracht door kabels naar de te water liggende werktuigen wordt overgebracht.
De voor het centraal station benoodigde werktuigen worden door de firma A. F. Smulders vervaardigd.

Bnr. 214 – foto: Collectie J. Smulders / A.F. Smulders

Verder werd ter normaliseering van den Donau door een Oostenrijksch huis aan de firma in opdracht gegeven de levering van eenen geheel uit staal gebouwden drijvenden elevateur (Bnr. 214), rustende op 2 schepen en voorzien van eenen dubbelen emmerketting.
Het systeem dier elevateurs is dat van den heer Bunau Varilla te Parijs en door dien heer in het buitenland gepatenteerd.
In de schepen worden verschillende stoomwerktuigen geplaatst, met een gezamenlijk vermogen van ongeveer 300 pk., terwijl de stoom noodig tot het voeden dier machines door 2 stoomketels zal worden geleverd. Teneinde eenigszins een indruk te krijgen van de afmetingen van dit werktuig, diene dat de totale breedte van dit werk 16 M. bedraagt, dat de boventrommel zich op 13 M. boven de waterlijn bevindt en dat de stalen bok, waaraan do afvoergoten zijn opgehangen zich tot ongeveer 26 M. boven den waterspiegel verheft.
De schepen hebben een lengte van 31 M., terwijl het opbrengstvermogen ongeveer 4000 kub. M. per dag zal bedragen.

Bnr. 219 – foto: Collectie J. Smulders / A.F. Smulders

Nog werd in de afgeloopen week een contract afgesloten voor de levering van eenen grooten baggermolen (Bnr. 219), lang 36 M., breed 6.53 M. en boog 1 M., waarin zullen worden geplaats eene stoommachine van ongeveer 110 pk., benevens de daarbij behoorende stoomketels. De bestemming van dit werktuig is voor een haven in Klein-Azië.

Voorts zijn onderhanden een aantal vaartuigen voor het vervoer van baggergrond. Van al deze werktuigen, die worden vervaardigd onder de speciale leiding des heeren Dresselhuijs, ingenieur der fabriek, worden de schepen gemaakt aan de scheepswerf der firma te Slikkerveer, de verschillende stoommachines aan hare fabriek te Utrecht en de stoomketels in hare ketelfabriek te Luik.

Een en ander vertegenwoordigt eene waarde van ongeveer drie millioen francs. Overbodig is het wel te zeggen, dat honderden werklieden aan al die verschillende werktuigen hun brood verdienen en dat voor den aanstaanden winter voor hen geen vrees behoeft te bestaan zonder werk te geraken.

Bron: Provinciale Noordbrabantsche en ‘s Hertogenbossche courant 04-11-1895
Werf Gusto Slikkerveer / foto: Collectoe Rob Warnas / fotograaf: Onbekend


© Stichting Erfgoed Werf Gusto®