Scheepsbouwmuseum in Schiedam?


Impressie van de gebouwen

Spreek een willekeurige oudere Schiedammer over de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw en hij zal u met vuur vertellen over de duizenden arbeiders, die aan het eind van de werkdag de scheepswerven verlieten, zoals bijvoorbeeld Werf Gusto en Wilton Fijenoord. De duizenden bevolkten om halfzes de straten van Schiedam, als zij massaal op weg gingen naar huis! Dat waren de hoogtijdagen van de scheepsbouw in Schiedam. Gekscherend werd er in die tijd weleens gesproken over twee soorten Schiedammers: de ene soort werkte bij Werf Gusto en de andere soort werkte bij Wilton Fijenoord. Eind zeventiger jaren sloeg het economisch noodlot toe voor de scheepsbouw en ging in zijn geheel voor Schiedam verloren, uitgezonderd de scheepsreparatie. Op een enkele wanddecoratie na in de wijk Nieuwland, die moet herinneren aan de aanwezigheid van de werf Wilton Fijenoord en een particulier initiatief om een ‘Aandenken voor Werf Gusto’ van de grond te krijgen, is er niets dat herinnert aan die glorieuze tijd voor Schiedam en haar bewoners. Hoe anders verging het de voorloper van de Scheepsbouw in Schiedam: de Jeneverindustrie.

De Jeneverindustrie heeft eens in Schiedam hoogtij dagen beleefd. Zeer velen vonden er werk. De gehele infrastructuur in de stad was ingesteld op deze industrietak, niet alleen het ‘vocht’ werd in grote hoeveelheden geproduceerd, maar daarvoor was ook glas nodig, kuipen, kurken, schepen om het in te vervoeren. Het verschafte duizenden gezinnen werk en inkomen. Echter deze zelfde jeneverindustrie heeft in de 19e eeuw de stad aan de rand van de afgrond gebracht, niet alleen door de enorme vervuiling die optrad tijdens het stoken en het verdere productieproces, maar ook omdat de gevestigde orde niet wilde reageren op buitenlandse industrieën, die het vocht middels een ander, goedkoper proces konden namaken in grotere hoeveelheden. Eind 19e eeuw werkte nog maar een klein deel in deze industrie en was rond die tijd de ‘Kaarsenfabriek’ met 300 werknemers een van de grootste werkgevers in de stad.

De gemeente Schiedam had de jeneverindustrie destijds ruim baan gegeven, nadat de stad o.a. door verzanding van de Maas steeds verder van het water kwam te liggen en daardoor de scheepvaart, scheepsbouw en zeker de visserij geen soelaas meer bood. Ook grote buur Rotterdam was voor de havenactiviteiten een niet te stuiten concurrent. Er was zo weinig geld onder de mensen, dat zelfs een nouveauté als de paardentram reeds een aantal jaren na introductie voorgoed naar de remise kon. Toen hier in Schiedam het water tot aan de lippen was gestegen en men in opperste wanhoop elders gevestigde bedrijven ging aanschrijven met het verzoek toch vooral te overwegen hun nering naar Schiedam te verplaatsen, kwam er een brief uit Rotterdam van A.F. Smulders.

 Deze ondernemer had een IJzergieterij in Utrecht, een Ketelfabriek in Grâce-Berleur (België) en een scheepswerf in Slikkerveer. Echter de laatste barstte uit zijn voegen door de vele opdrachten, die het bedrijf kreeg uit de baggersector. Een segment waarin het bedrijf zich vanaf 1880 was gaan specialiseren, aangespoord door de enorme vraag naar dit soort vaartuigen voor het te graven Panamakanaal, het onderhoud van het Suezkanaal, de kanalisatie van de Rijn in Duitsland, graven van het Merwedekanaal en de grote Duitse werken aan het kanaal van de Noordzee naar de Oostzee.

Werkend vanuit hun kantoor in Rotterdam stuitten zij op een stuk uiterwaard in de wijk Nieuw-Mathenesse in Schiedam dat grensde aan de Maas, open water naar zee! Men had gewikt en gewogen, alle mogelijkheden bekeken, elkaar eens diep in de ogen gekeken, en wellicht tegen elkaar gezegd: “Ja jongens dit is het helemaal”. Men deed een bod op de grond aan de Gemeente Schiedam met het plan de grond te kopen. Er is een vrij lange tijd overheen gegaan voor de Gemeente Schiedam tot inzicht kwam, dat als zij bleef vasthouden aan verhuren i.p.v. verkopen van de grond, zij waarschijnlijk met lege handen bleef staan.

We weten inmiddels dat Henri en Frans Smulders daar vanaf 1905 een bedrijf hebben neergezet met een wereldreputatie op het gebied van baggermateriaal, kraanbouw, grote scheepsbouw, staalconstructies, zoals bruggen, en later, als onderdeel van IHC Holland NV, Offshore producten, zoals boorschepen en grote offshore-kranen. De werf ging in 1965 geheel op in IHC Holland NV en vormde tezamen met andere onderdelen van IHC Holland NV de divisie Offshore. De werf heeft in 1978 bij gebrek aan orders vanuit de offshore haar poorten moeten sluiten.

In de periode van 1905 tot aan 1978 heeft het bedrijf duizenden Schiedamse gezinnen van werk en inkomen voorzien. In de hoogtijdagen werkten er 2000 man/vrouw, tellen we daar dan ook de werknemers van de andere Schiedamse werven bij op, zoals Wilton Fijenoord, de Nieuwe-Waterweg en Gebr. De Jong, dan praten we over ruwweg 12000 gezinnen met een gemiddelde samenstelling van 4 personen. Dat zijn 48000 mensen die daarvan leefden. Dan laten we de toeleveranciers voor het gemak nog buiten beschouwing. Op een totale bevolking van 75000 inwoners in alleen Schiedam, betekende dat, dat de scheepsbouw/reparatie meer dan de helft van de stad van werk en inkomen voorzag.

Wie nu denkt dat na de ineenstorting van de scheepsbouw in Schiedam er iemand opgestaan is, die zich hard maakte voor een scheepsbouwmuseum of iets navenant, dat de grandeur van deze Schiedamse industrie in woord en beeld uitdraagt, komt bedrogen uit. In tegenstelling tot de Jeneverindustrie is de scheepsbouw in Schiedam niet teloorgegaan door arrogantie, maar door opkomende goedkope economieën en andere invloeden waarop de scheepsbouw en zeker Werf Gusto geen enkele invloed op kon uitoefenen.

Noch immer koketteert Schiedam met de jeneverindustrie, die haar en haar inwoners jaren geleden bijna berooid achterliet. Er is een jenevermuseum en er zijn hele fietsroutes en vaarroutes door de stad langs alle lege pakhuizen en branderijen, die vertellen van een lang vervlogen tijd en van een industrietak die Schiedam ‘op de kaart zette’.

Het is nochtans onbegrijpelijk, dat van de monumentale gebouwen van Werf Gusto, zoals op de foto, niets bewaard is gebleven. Het wordt tijd voor bezinning. Men moet gaan nadenken over een Scheepsbouwmuseum in Schiedam, waarin niet alleen Werf Gusto, maar alle Schiedamse scheepswerven een plaats krijgen, opdat Schiedam en de rest van Nederland kan zien, waar ondernemerschap en gezond verstand allemaal toe heeft kunnen leiden.


Stichting Erfgoed Werf Gusto