Categoriearchief: WO II

Ombouw Viskotters-Vrachtloggers (1943)


In documenten aanwezig op het Gemeentearchief Schiedam heb ik tijdens raadpleging correspondentie kunnen vinden tussen de ‘Oberwerfstab’ en de heer van Wieringen, destijds hoofd van de productie bij Werf Gusto.

De correspondentie ging vaak over aanpassingen gemaakt door de afdeling ‘Tekenkamer’ van onderdelen en deze onderdelen hadden betrekking op viskotters. Daar in de gevonden correspondentie nooit werd gesproken over bouwnummers en/of namen van schepen ben ik er steeds voetstoots van uitgegaan, dat de gebruikte term ’Viskotter’ een andere naam (een soort codenaam) was voor ‘Torpedoboot’.

Het heeft er echter alle schijn van, dat het toch Viskotters betrof, mede gelet op onderstaande informatie afkomstig van de website scheveningen-centrum.nl

De SCH 196
foto: scheveningen-centrum.nl

“De motorloggers KW 50 „Jan”, KW 68 „Albatros”, SCH 130 „Clara” (ex VL 49 „Marie”) en SCH 196 „Elizabeth” gingen medio 1943 naar werf Gusto in Schiedam voor een verbouwing tot vrachtlogger. Op de werf werden de ruimen uitgebroken en voorzien van een luikhoofd. Aan de voormast werd een ladingboom bevestigd en winch geplaatst. Deze winch deed tevens dienst als ankerlier. De nieuwe motorwinch / ankerlier was van Groningse makelij. Kennelijk hadden ze bij Gusto niet veel haast, want pas in september was de verbouwing gereed.

De KW 50
foto: scheveninegn-centrum.nl

Bij de ‘Anker en Kettingfabriek’ te Schiedam werd in totaal 20 ton aan zware ankers geladen. In eerste instantie zouden deze aan dek vervoerd worden, maar dat ging niet vanwege de stabiliteit. De buikdenning bestond slechts uit dunne planken en bezweek onder het gewicht. In de ‘Merwede haven’ werden boven op de ankers een lading zakjes kleine antraciet van 7 kilo stuk gestuwd. Deze kolen dienden als brandstof voor de gasgenerator aan boord van de ‘KW 50’ en zou later in Noorwegen als brandstofvoorraad worden opgeslagen. Na het laden lagen beide schepen in Rotterdam aan de ‘Parkkade’ voor de wal.

Op zondag 10 oktober 1943 vertrok de SCH 196 samen met de KW 50 „Jan” richting Noorwegen. Na een paar reizen in Noorse wateren is de SCH 196 eind 1944 bij Kirkeness gezonken”.

bron: scheveningen-centrum.nl


Stichting Erfgoed Werf Gusto

Pathmaker / Sperrbrecher


Hoewel het in principe de primaire doelstelling van mijnenvegers was om mijnen te detecteren en uit te schakelen, was er ook ander concept om schepen te beschermen tegen mijnen: n.l. om met behulp van een ​​speciaal daartoe uitgerust en omgebouwd koopvaardijschip een veilige doorgang door een mijnenveld te maken. Het schip vaart vooraan en laat mijnen op afstand ontploffen voordat ze schade kunnen aanrichten aan een veel waardevoller schip.

De schepen die voor deze taak – de Pathmakers  (of Duits: Sperrbrecher) moesten  zeer robuust zijn om de mijnexplosies te kunnen weerstaan. Vanaf 1940 waren magnetische mijnen de grootste bedreiging voor schepen, die hun basis wilden binnenkomen of verlaten. De mijnen werden vaak ‘s-nachts gelegd door vliegtuigen en konden ernstige schade veroorzaken als ze onopgemerkt bleven. Daarom werden de Pathfinders uitgerust met een VES-System, in feite een enorme magnetisch veld generator, die magnetische mijnen konden laten ontploffen op een veilige afstand.

sperrbrecher
Schets van een omgebouwd koopvaardijschip

Vanaf die tijd werden Pathmakers gebruikt om oppervlakte-schepen en U-boten van en naar hun bases te begeleiden door mijnen te verwijderen en – met hun vrij zware AA bewapening – gaven ze een extra bescherming tegen luchtaanvallen. Vanwege die luchtaanvallen waren de schepen vaak voorzien van versperringsballonnen.

Meer dan 100 (in Duitse dienst) Sperrbrecher – voornamelijk voormalige koopvaardijschepen met een grootte van ongeveer 5.000 ts – werden tijdens de oorlog gebruikt en het is niet verwonderlijk dat ongeveer 50% van hen verloren ging tijdens de uitvoering van hun gevaarlijke taak. Sommige van de overgebleven schepen werden later weer gebruikt als koopvaardijschepen en dienden tot de jaren 1970.

ger_mi127
schets van een KSB schip

Buiten deze omgebouwde koopvaardijschepen, ontwierp de Oberwerftstab in 1942/1943 plannen om voor deze zware taak speciaal ontworpen en nieuwe schepen te bouwen. Het concept voor deze schepen (er werden 27 in totaal gepland) werd KSB genoemd (Kriegs Sperr Brecher). Het aandeel van de Nederlandse scheepswerven hierin zou volgens planning 8 schepen zijn, te bouwen door verschillende werven, waaronder Werf Gusto met 2 schepen (de KSB 10 en KSB 11 in 1944).

bron: germany-navy.de


Stichting Erfgoed Werf Gusto