Categoriearchief: Baggermolens

Ondergang van de Kantoeng


Bij de directie van de Werf Gusto en bij de Internationale Sleepdienst Smit en Co., te Rotterdam, zijn berichten ingekomen, dat de tinbaggermolen „Kantoeng”, op weg naar Ned. – Indië, Zondagavond om 9 uur bij den vuurtoren Eddystone is omgeslagen.

vuurtoren_eddystone
Vuurtoren van Eddystone

De runners, die zich aan boord van den baggermolen bevonden, zijn gered. Zondagmiddag om één’ uur seinde de kapitein van de “Humber” een der beide sleepbooten welke de “Kantoeng” naar Banka zouden brengen, dat er tengevolge, van een zwaren Oosterstorm in het achterdek van de “Kantoeng” lekkage was gekomen. De “Kantoeng” bevond zich op dat oogenblik 16 mijl Zuid-zuidoost van de vuurtoren “Eddystone” en zou trachten de haven van Plymouth binnen te loopen. Uit de verdere berichten bleek, dat de runners, die zich op het achterdek bevonden, geen gelegenheid hadden de pompen te bedienen en Zondagavond 9 uur seinde de kapitein van de “Humber” zijn kantoor te Rotterdam, dat do “Kantoeng” drie mijl binnen den Vuurtoren van “Eddystone” was omgeslagen. Lees verder Ondergang van de Kantoeng

Bnr. 665 Requin (1931)


Op 28 september 1931 werd opnieuw een stalen romp van een baggermolen met goed gevolg te water gelaten, zoals dat heette. Ook deze baggermolen was weer bestemd voor een buitenlandse opdrachtgever.

De bouw werd uitgevoerd volgens de voorschriften van Bureau Veritas:

  • Lengte: 48 meter
  • Breedte: 9,70 meter
  • Holte: 3,50 meter

De baggermolen werd speciaal aangepast voor het werken in zware grond en rotsachtige bodem. De baggerdiepte bedroeg normaal 15,50 meter en bij een volledig afgestoken ladder 18 meter. De emmers, die ook verzwaard waren hadden een inhoud van 400 liter. Voor de aandrijving van de emmerketting was een triple-expansie machine met oppervlakte  condensatie aanwezig, die door middel van riemschijven en kamwielen de kracht op de boventuimelaar moesten overbrengen. De machine had een vermogen van 450 I.P.K. bij 150 omwentelingen per minuut. De stoom voor de hoofdmachine en hulpwerktuigen werd geleverd door 2 stoomketels van het marinetype, met een verwarmingsoppervlak van 125 m² elk.

Aan dek bevonden zich 4 verhaallieren en een ladderlier. De hutten van de bemanning waren ruim opgezeten met het het oog op het werken in subtropisch klimaat voorzien van fans. Het gehele vaartuig werd voorzien van elektrische verlichting!

Bron: Schiedamsche Courant 29 september 1931
Headerfoto: De Requin wordt uitgetest voor de werf in Schiedam.


Stichting Erfgoed Werf Gusto