Categoriearchief: Gusto Schiedam

Het ‘Tegeltableau’


Feest op de “Werf Gusto”

Vandaag viert de heer Henri Smulders, een der firmanten der firma A. F. Smulders (“Werf Gusto” alhier) zijn 25-jarig huwelijksfeest. Reeds geruimen tijd te voren had zoowel het hooger als lager personeel zich beijverd om dezen dag tot een waren feestdag te maken. De fabrieksgebouwen boden vandaag inderdaad een feestelijken aanblik. Van de beide grote hallen en het kantoorgebouw wapperde lustig breeduit de nationale driekleur. Ook de in aanbouw zijnde baggermachines hadden de vlag in top en tusschen deze schepen lag het gepavoiseerde stoombootje “Gusto”. In het kantoorgebouw was een prachtige plantenversiering aangebracht. Het privékantoor geleek in een bloemenserre herschapen. Vanaf het kantoorgebouw was een breede weg gemaakt, beplant met heerlijk frisch jong mastgroen, die naar de machinehal leidde. Hedenmorgen om half elf werd de heer en mevrouw Smulders, met familieleden aan het kantoorgebouw door het muziekkorps der “Werf Gusto” opgehaald en langs genoemden weg naar de machinehal geleid, die keurig met vlaggen en tropheeën was versierd. Op een podium, hetwelk tegenover den ingang was opgesteld, werden de heer en mevrouw Smulders en familie uitgenodigd plaats te nemen.

Toen het talrijke personeel, hetwelk vandaag vrijaf had, zich met de muziek rondom dit podium had geschaard, nam allereerst de heer J. D. Dresselhuis, die met de heeren Dreese en Hamer naar vooren was getreden, het woord. In gloedvolle woorden wenschte hij, namens het kantoorpersoneel, het jubileerende echtpaar geluk met dezen feestdag. Hij uitte daarbij de beste wenschen voor den heer en mevrouw Smulders en de “Werf Gusto”.  Als blijvende herinnering bood hij hun een gouden gedenkpenning aan, speciaal voor deze gelegenheid vervaardigd. Dan kwam een deputatie der bazen van de fabriek. Bij monde van baas van den Brink werd het echtpaar een prachtig bronzen beeld op sierlijken piedestai ten geschenke aangeboden. 

foto: Historische Vereniging Schiedam / C.J. Mangnus

Vervolgens bood de werkman J. Dusschoten, namens het werkvolk, aan den heer en mevrouw Smulders na een korte toespraak een groot tegeltableau uit de fabriek der firma, ‘t Hooft, Labouchère te Delft ten geschenke aan. Onder dit tableau leest men: „Waar eendracht heerscht, is vreugde”. Door den werkman W. G. van Helden werd aan mevrouw Smulders bovendien nog een sierlijke bouquet roode rozen overhandigd. Na aanbieding der geschenken volgde een luid hoera, terwijl ook fanfares weerklonken.

De heer Henri Smulders dankte allen hartelijk voor de aangeboden geschenken. Hij gaf de verzekering, dat zij een blijvend aandenken voor hem zullen zijn. De hulde, heden hem en zijn echtgenoote gebracht, beschouwde hij als een blijk van vertrouwen van de zijde van het personeel. Hij hoopte op de voortdurende medewerking van het personeel, opdat zulks. zal leiden tot toenmenden bloei der werf „Gusto”. Nadat nog mevr. Smulders aan het personeel dank had gebracht voor de huldeblijken, werd door het jubileerende echtpaar en familie, met het muziekkorps voorop, een wandeling daar de fabrieksgebouwen gemaakt.

Omstreeks 111/2 uur keerde de stoet naar het kantoorgebouw terug. In de teekenzaal werd de eerewijn aangeboden. Hier heerschte een recht gezellige stemming, waarbij verschillende hartelijke toosten werden gehouden. De heer H. Smulders bracht in het bijzonder een woord van lof aan den kapelmeester van het muziekkorps der fabriek en bood het korps een nieuw vaandel ten geschenke. Aan de aanwezigen stelde de heer Smulders een feest, op een  Zondag te geven, in het vooruitzicht.

Terwijl men in de teekenzaal nog eenigen tijd bijeen bleef, was inmiddels de burgemeester, dr. M. A. Brants, in het gebouw gearriveerd. De burgemeester werd op het privékantoor ontvangen, waar hij het feestvierende echtpaar complimenteerde en zich nog eenige oogenblikken met het gezelschap onderhield.
Van verschillende kanten mochten de heer en mevr. Smulders vandaag nog talrijke bewijzen van sympathie ontvangen.


bron: Nieuwe Schiedamsche Courant | 1910 | | pagina 2

© Stichting Erfgoed Werf Gusto®

De Spoorwegaansluiting


Vanaf het moment, dat A.F. Smulders, toen nog in Slikkerveer, besloten had om te zien naar een beter geoutilleerd bedrijfsterrein met meer groeimogelijkheden dan op dat moment in Slikkerveer en zij dientengevolge in onderhandeling was met de Gemeente Schiedam over de aankoop van het terrein aan de Oostzijde van de Voorhaven, werd meteen tijdens de onderhandelingen de wens geuit, dat in geval er een spoorwegaansluiting werd geprojecteerd naar het havengebied rond de Oosterhaven, de nieuw te bouwen werf zou worden aangesloten op deze spoorwegverbinding. Van beide zijden ging men akkoord met de opname van een artikel (artikel 14/16) in het te ondertekenen koopcontract, waarin de wens voor een spoorwegverbinding werd vastgelegd. Voor de firma A.F. Smulders blijkt dit een belangrijke optie te zijn. In die tijd, we spreken over rond 1900, was de Rijnvaart nog niet zo ontwikkeld. Veel vervoer vanuit het achterland naar steden, zoals Rotterdam en Schiedam geschiedde per spoor, en zeker staaltransporten. Ongeveer 50% van wat er aangevoerd werd vanuit Duitsland bijvoorbeeld, kwam per spoor.

Maas Station Rotterdam 1914
Maas Station Rotterdam 1914

Zware staaltransporten moesten zeker bij lage waterstanden in de zomermaanden aangevoerd worden per spoor. Dat goederenspoor eindigde bij het ‘Maas Station’ ter hoogte van het ‘Boerengat’ in Rotterdam en materiaal, in het geval van A.F. Smulders, moest daar uitgeladen worden en dan per schip verder vervoerd worden naar Schiedam. Dit was natuurlijk een tijdrovend en kostbaar karwei. Vandaar de wens om als de Gemeente tot overeenstemming zou komen met de H.Y.S.M. over een aftakking van de Lijn Schiedam – Rotterdam naar de haveninrichtingen aan de Voorhaven , zij dan aangesloten zou worden.

In 1901 neemt Smulders contact op met de Gemeente Schiedam om hen te vragen contact op te nemen met de H.Y.S.M*. daar het de firma A.F. Smulders bekend was, dat er besprekingen waren geweest tussen de H.Y.S.M. en de Gemeente Schiedam over de aanleg van een spoorverbinding, als aftakking van de lijn Schiedam – Rotterdam. De afspraken golden voor de terreinen in de huidige toestand en men wilde weten, of als daar verandering in kwam door de vestiging van A.F. Smulders op die terreinen, dat op bezwaren zou kunnen stuiten van de kant van de H.Y.S.M.

De H.Y.S.M. liet via de gemeente Schiedam weten “geen bezwaren te hebben als het ging om wijzigingen van de haveninrichting, maar dat men nieuwe voorstellen zou doen en die aan de Gemeente Schiedam ter overweging zou geven”.

De Gemeente Schiedam verbaasde zich over deze zinsnede van de H.Y.S.M. en zou daar opheldering over vragen. A.F. Smulders zag in het niet aanwezig zijn van bezwaren van de H.Y.S.M. een mogelijkheid snel met de Gemeente Schiedam een afspraak te maken om het koopcontract te tekenen, dat dan inderdaad op 21 februari 1902 ten overstaan van Notaris Poortman door beiden partijen ondertekend wordt.

Echter in de loop der jaren zou blijken, dat de Gemeente Schiedam “buiten spel” wordt gezet door de Gemeente Rotterdam bij de aanleg van spoorverbindingen in haar industriegebied. De afspraken, die de Gemeente Schiedam maakte met de H.Y.S.M. over een spoorverbinding middels een aftakking van de lijn Schiedam – Rotterdam was door de H.Y.S.M. niet besproken met de Gemeente Rotterdam, die op haar beurt ook in onderhandeling was met de H.Y.S.M. voor een aftakking van de lijn Schiedam – Rotterdam met spoorverbindingen naar de Rechter Maasoever en dat de H.Y.S.M. zeer kwalijk nam.

Dit conflict tussen de Gemeente Rotterdam en de H.Y.S.M. speelde waarschijnlijk de Gemeente Schiedam en Werf Gusto flink parten, zodanig, dat Schiedam en dus Werf Gusto nooit aangesloten werden op de spoorwegverbinding.

* H.Y.S.M. – Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij.

bron: Gemeentearchief Schiedam
Naar het dossier


Stichting Erfgoed Werf Gusto

Tewaterlating eerste schip “Gusto”


Het eerste schip, dat op 12 december 1905 van stapel liep op de nieuwe werf in Schiedam. Het was een 400 m³ Stoomhopper met de weinig prozaïsche naam No. 41.

foto: Collectie B. Berkhout
foto: Collectie B. Berkhout

Over dit heuglijke feit, doet de Schiedamsche Courant op 13 december 1905 het volgende verslag:


Op de werf “Gusto”

Een dikke mist, die reeds een paar weken het anders zo fraaie uitzicht van den oever der Maas geheel belemmert, hing ook gisteren over de rivier, toen het eerste vaartuig zou worden te water gelaten, dat op de werf ‘Gusto’ der firma A.F. Smulders alhier is gebouwd. Van het kantoorgebouw wapperden een paar vlaggen en verkondigden in het rond, dat het heden voor de firma een beteekenisvolle dag was. Alle gemeentelijke autoriteiten, zooals het gemeentebestuur, de oud-burgemeester Versteeg, lid van Ged. Staten dezer provincie, de hoofdambtenaren in gemeentediensten, de hier geplaatste chefs van rijksdiensten, een aantal mannen van beteekenis uit Rotterdam en elders, waren op de uitnoodiging der firma samengekomen om van hunne belangstelling in deze grootsche industrie blijk te geven. Ook een aantal dames waren voor deze gelegenheid naar de werf “Gusto” gekomen.

Het schip, dat zou te water gelaten worden, is het eerste van 5 stoom-Hoppervaartuigen, die de firma in bestelling heeft voor de Suez Kanaal-Maatschappij. Dit vaartuig heeft een lengte van 182 voet bij een breedte van 32 voet en een holte van 12’ 6”. Het is bestemd om de door de baggermolens opgebaggerde specie door middel van het openen van de deuren in zijn bodem in zee uit te storten, en heeft een draagvermogen van 700 ton. Het schip wordt voorzien van twee compound machines van 750 I.P.K. en van twee ketels met een verwarmingsoppervalk van 220 M². De vaarsnelheid in geladen toestand is 9 mijl.

Den 1sten Juli werd de nieuwe fabriek in werking gesteld en dadelijk werden 5 schepen op stapel gezet, waarvan thans het eerste de helling zou gaan verlaten. Te 3½ uur werden de blokken onder de kiel weggeslagen. De dames bestegen de met vlaggen getooide tribune, die tegen den spiegel van het schip was opgebouwd; te 3.42 uur verbrak mevrouw H. Smulders het zijden lint als laatste verbinding van het schip met den vasten wal. Een enkele ruk van het sleepbootje “Gusto” waarmede het aan het schip verbonden was, en langzaam eerst, doch dan sneller en sneller liep het vaartuig langs zijn drie sleden naar omlaag en plofte in het water, zoodat hooge golven terugsloegen. En de “Gusto” moest voort jagen in volle vaart om niet al te veel achter te blijven in dien snellen gang van het schip, waarmede het nog steeds verbonden was, doch dat weldra zijn ankers liet vallen en nu met medewerking der “Gusto” omzwierde en spoedig daarop rustig en stil in zijn element bleef liggen.

En het volk juichte en riep hoezee bij het afloopen en de firmanten, ingenieurs en directie ontvingen de gelukwenschen van velen toen, zooals later de heer Lels van Slikkerveer in een geestige speech dit noemde, het eerste kind uit het tweede huwelijk der firma was verlost. Aan mevrouw Smulders werd een fraai bouquet aangeboden. De te-water-lating van het eerste schip gebouwd op de werf “Gusto” te Schiedam, was hiermede geëindigd, doch een zeer belangrijk iets wachtte den bezoekers nog: de bezichtiging dezer in werking zijnde fabriek.

Onder leiding van ingenieurs en firmanten werden de verschillende afdeelingen der fabriek nu in ogenschouw genomen. Maar laten wij vooral nog mededeelen dat de firma Smulders nog in bestelling heeft: voor de Suez Kanaal-Maatschappij een zuig en persvaartuig; voor een Engelsche Spoorweg-maatschappij een zeewaardigen emmerbagger-molen; voor de haven van Rotterdam een kolentransporteur, voor rekening van de Steenkolen Handelsvereeniging aldaar. (Dit vaartuig, dat een duplicaat is van een dergelijk, door haar voor deze vereeniging gebouwd vaartuig, dat thans reeds te Rotterdam in exploitatie is, is ingericht voor het automatisch bunkeren van zeeschepen en voorzien van zelfregistreerende weegmachine); voor de Argentynsche regeering drie sleepboten, bestemd voor de aldaar te bouwen militaire haven.

Voorts zijn van werf “Gusto” de volgende schepen (die te Slikkerveer werden van stapel gelopen) na in Schiedam te zijn afgewerkt, naar hun respectieve bestemmingen vertrokken: een baggermolen naar de Haven van Huelva voor de Spaansche regeering; een sleepboot naar Santa Fe (Argentinië).

#########

Wij hebben reeds vroeger een uitvoerige beschrijving gegeven van de inrichting der fabriekshallen en kantoren van de werf “Gusto”; wij zullen ons daarom nu bepalen tot het in herinnering brengen van de volgende cijfers. Oppervlakte 60.000 M2. Afmetingen der hoofdgebouwen 140 bij 52 meter; der kantoorgebouwen 30 bij 30 M. Er zijn verscheidene vaste gefundeerde hellingen, waarbij van voldoende afmetingen om twee schepen tegelijk op te zetten. Alle hellingen zijn zoo geplaatst, dat de schepen niet in de voor de werf gelegen geprotegeerde haven, maar direct in de Maas kunnen van stapel loopen. Bij laag water hebben deze hellingen een waterdiepte van 9 M. Er is voorts gelegenheid voor het plaatsen van meerdere hellingen voor schepen tot een lengte van 600 voet (ongeveer 180 meter)

Aantal werklieden, wanneer de etablissementen in volle werking zullen zijn: 1200-1500; terwijl na eerst vijf maanden in exploitatie te zijn, reeds 700 werklieden bezigheid wordt verschaft. Aantal ambtenaren (administratieve en technische) 100. Kantoorgebouw: Onder grond: kelders en centrale verwarming. Gelijkvloers: Technisch bureau met plaatsing voor ongeveer 45 teekenaars en ingenieurs. Brandvrije teekeningenkluis. Kantoren voor de hoofdingenieurs. Administratie-kantoor met boekhouders. Kantoor, voor ongeveer 20 ambtenaren, met telefooncentrale, voor de fabriek, en brandvrije kluis. Show Hall, met modellen van door de firma gebouwde schepen. Privékantoor met conferentiezaal. Archiefkamer. Kantoren voor toezichthoudende ingenieurs, Portierskantoor, spreekkamer, enz. Boven: Portierswoning. Electrische lichtdrukkerij. Fabrieksgebouwen, enz. Behalve eenige werktuigen, die directe stoombeweegkracht hebben, worden alle werktuigen uit een electrische centrale gedreven. Daarvoor zijn geplaatst: 2 hoofdmachines, elk van 350 I.P.K., drijvende elk een gelijkstroomdynamo van 168 Kilowatt bij 440 volts spanning. Voorts een hulpmachine van 250 I.P.K., kunnende drijven twee dito dynamo’s, elk van 50 Kilowatts, bij dezelfde spanning. Deze dynamo’s kunnen alle parallel geschakeld worden, zoodat voor het volle bedrijf 436 Kilowatts voor beweegkracht en licht kan worden ontwikkeld.

De stoom wordt geleverd door een samengestelden ketel met een verwarmingsoppervlak van 240 M². Een dergelijke ketel, naast den anderen geplaatst, is gereed, om als reserve dienst te doen, terwijl een derde van dezelfde capaciteit in aanbouw is voor de uitbreiding. Voor dezen ketel is bij den aanleg de ruimte gespaard, en zal deze nader in gebruik worden genomen, wanneer alle werktuigen, die thans nog te Utrecht zijn opgesteld, naar Schiedam zullen worden overgeplaatst. In de oostelijke hal bevinden zich het ketelhuis, de machinekamer, machine bankwerkerij en –draaierij, de koperslagerij, schilderswinkel, afbramerij, gieterij en modelmakerij. Deze hal is uitgerust met vier electrische loopkranen, twee van 15 en twee van 5 ton lichtvermogen. In de smederij in deze hal zijn geplaatst 32 vuren, een smeedoven en platengloeioven, waarvan de ontwijkende gassen een stoomketel verwarmen, die den stoom levert voor de stoomhamers en voor een smeedpers van 200 ton drukvermogen.

Voor het gehelen bedrijf zijn in werking 48 electrische motoren van 3 tot 40 P.K., terwijl voor de verlichting van werkplaatsen en terrein gebruikt worden 150 booglampen van 12 amp., en een groot aantal gloeilampen. In aanbouw zijn nog: een pneumatische inrichting voor klinken, boren en koken. Voorts is nog in aanbouw bij de werf een gebouw voor de houtbewerking bij den scheepsbouw. Naast het oostelijk gebouw bevindt zich het schaftlokaal met woning voor de bewaarders daarvan. Dit lokaal is ingericht voor 500 werklieden en voorzien van waschgelegenheid en andere gemakken voor de werklieden gedurende den schafttijd.

In het transport op de werf is voorzien door middel van een compleet spoornet, waarop een stoomlocomotief en een electrische dito zich bewegen, zoodat in verband met de boven omschreven electrische loopkranen in de hallen, het transport van alle zware lasten binnen de hallen van de eene hal naar de andere of wel van de hallen naar de te monteren schepen, op mechanische wijze geschieden kan. Voor het afwerken en monteeren der schepen is een speciale montagehaven ingericht van 110 bij 50 meter, voorzien van de noodige steigers en aanlegplaatsen. De eigenlijke machinefabriek is nog te Utrecht gevestigd, en de overgang van daar naar hier kan slechts geleidelijk plaatsvinden, met het oog op de schaarste van arbeiderswoningen te dezer stede. Naar gelang er woningen worden bijgebouwd, zullen ook meerdere werklieden van Utrecht naar hier worden overgeplaatst.

#########

Met bovenstaande beknopte opsomming van wat in de fabrieks-gebouwen te zien is, kan men nagaan hoe reusachtig deze fabriek is en wat enorme krachten daar aan de nijverheid zijn bruikbaar gemaakt. Toch moet men die krachten hebben zien werken om van het grootsche daarvan een volkomen indruk te kunnen krijgen. Men weet het wel dat met die krachten het gloeiende ijzer in elkander wordt gedrukt en vervormd als ware het deeg; het is bekend dat die electrische loopkranen vrachten tot 15000 en zoo noodig meer kilo’s verplaatsen, soms met een snelheid als had die vracht totaal geen invloed op het bewegingsvermogen; men weet het ook, dat de electrische schaaf nog gemakkelijker de krullen van het staal haalt dan de timmerman dat van het hout doet; doch men moet het gezien hebben om er zich ten volle rekenschap van te geven; men moet’t gezien hebben om te beseffen dat al die geweldige arbeid wordt verricht, zoo rustig, zoo bedaard als alleen electrische kracht kan verrichten.

Met de grootste belangstelling en bewondering werden dan ook de fabriekshallen door dames en heeren doorgewandeld, overal stilstaande, telkens profiteerende van de voorlichting der geleiders, die met gewaardeerde bereidwilligheid uitlegden en toelichtten. De inrichtingen op de werf “Gusto” hebben de bewondering, het begeleidend personeel de dankbaarheid, beiden de waardering verworden van alle genoodigden.

#########

Na deze rondwandeling vereenigden allen zich in de Show Hall, waar door de firma aan hare gasten de champagne werd aangeboden. Daar werden achtereenvolgens door den heer H.J. Versteeg, oud-burgemeester dezer gemeente, onder wiens bestuur de firma zich hier vestigde, door den heer W.G. Leenmans, hoofdinspecteur-generaal van den Rijkswaterstaat, lid der commissie voor het Suezkanaal, door den heer Lels van Slikkerveer in hartelijke woorden hulde gebracht aan de firma Smulders, die de Nederlandse industrie een eerste plaats wist te doen innemen, niettegenstaande zij toch op bescheiden voet te Slikkerveer haar arbeid was aangevangen; doch de energie en werklust der heeren Smulders heeft deze industrie tot een hoogte weten te brengen als die ze nu reeds bereikt heeft.

De heer H. Smulders dankte voor de woorden van hulde en waardering voor zijn firma geuit en deelde nog mede, dat de firma nog in bestelling heeft van de Suezkanaal-maatschappij een zuigerpersvaartuig. Ten slotte dankte spr. allen voor hun tegenwoordigheid te dezer plaatse op dezen voor de firma gewichtigen dag, waarop het eerste schip, dat op de nieuwe werf was gebouwd, van stapel is geloopen.

#########

bron: Schiedamsche Courant, 13/12/1905; p. 2/4

Headerfoto: Te-water-lating Antwerpen III 1925.
Uiterst links: Marie Louise Smulders-Reichlin, echtgenote van Frans Smulders, vierde van links: Catharina Conijn – Smulders, echtgenote van Klaas Conijn, daarboven op verhoging met bolhoed: Klaas Conijn, en uiterst rechts Frans Smulders.


Stichting Erfgoed Werf Gusto